Bij alle morele paniek over doping heb ik soms het gevoel dat het hier eigenlijk maar om een neven-effect gaat van een algemener proces van door rationalisering gedreven onttovering. Men windt zich op omdat men zich hier nog over kán opwinden: want wat te doen tegen het regime van de 'oortjes' dat op een veel fundamenteler niveau het aura van de sport aantast (Buzatti anyone?). Doping heeft ten minste nog iets met het lichaam te maken.
In wisselwerking met de rationalisering van de sport zelf staat de evolutie van het commentaar. Vroeger had ieder land in de verslaggeving een soort eigen nationale stijl. Bijvoorbeeld de veelgeroemde Belgische wielerverslaggeving: je zag dan een andere Tour de France dan met Mart Smeets. Al dat karakteristiek 'nationale' is nu aan het verdwijnen door de rationalisering van de sportinformatie. Dat geldt niet alleen voor wielrennen trouwens.
Minder 'couleur locale' van een particuliere journalist, meer de harde feiten an sich. Feiten zijn natuurlijk ook beter uitwisselbaar en verkoopbaar dan een persoonlijke blik. Daarbij worden die feiten tegenwoordig verpakt in kant-en-klare anekdotes: al zappend beland je soms bij toeval -- in een andere taal -- weer in letterlijk dezelfde anekdote die je zojuist verlaten had.
Opnieuw dus de paradox van de mondialisering: op microniveau neemt de heterogeniteit toe, op macroniveau ontstaat juist homogenisering. We krijgen op het dagelijkse tour-journaal veel méér informatie dan vroeger, er ontstaat dus ook een diverser beeld van de werkelijkheid. Maar die informatie is wel mondiaal gelijkgeschakeld: overal ter wereld krijgt men nu behalve meer ook dezélfde informatie, hetzelfde beeld van de tour.
Let wel: wat voor cultuur/media geldt hoeft niet per se voor andere gebieden op te gaan. De onttovering van de tour staat niet gelijk aan de angst voor McDonalds. In ons voedsel hebben we meer keus dan ooit, zonder dat we allemaal in Nederland of Frankrijk hetzelfde eten.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten