25.11.07

idfa van afstand

Jos de Putter schreef een interessant stukje waarin hij de beeldtaal van de documentaire verdedigt tegen de emotiezucht die je nu veel tegenkomt. 

Maar die trend heeft toch meer te maken met de invloed van commerciële TV, nog altijd het hegemoniale medium, dan met nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals Putter suggereert. 

Ook kadrering is maar een conventie. 

Het bijzondere van youtube is denk ik dat het zo buiten de reguliere filmtaal valt. Er zijn daar filmpjes te vinden (je moet wel even goed zoeken) waarin de wereld 'zichtbaar' gemaakt wordt vanuit de wereld zelf. 

Het beeldmedium in zijn puurste vorm: redemption of physical reality (Kracauer)!

8.11.07

Communisme in de ramsj (I)

Ooit in de ramsj aangeschaft: Communism (2001) door Richard Pipes, "the greatest living historian of modern Russia" volgens de achterflap.

Het boekje geeft een accuraat/akelig beeld van de totalitaire terreur onder Lenin en Stalin. Waarom dit bekende materiaal nog eens tot je nemen? Soms besef je dat je te ver bent meegegaan in Zizek's Lenin-fascinatie (de betovering van de radicale daad) : dan wordt het tijd voor een opfriscursus.

China speelt in deze tekst uit 2001 een tamelijk onbeduidende rol; het is duidelijk nog uit een Koude Oorlog perspectief geschreven. Zo snel kan het gaan: history marches on.

Gaandeweg de lectuur begint een bepaalde toon van de auteur op te vallen. Dat is die van de ouderwetse ('Britse') geschiedschrijving die alwetend morele oordelen velt en zich daarbij verschuilt achter quasi-neutrale common sense.

Het communisme is des duivels, zowel in idee als in praktijk, zo valt het betoog van de auteur min of meer samen te vatten. En daar is niets mis mee en het ligt zelfs 'in de rede' (om een lelijke nieuwe uitdrukking te gebruiken). Maar het oordeel van de auteur wordt ondermijnd door zijn tegelijk volkomen onkritische bejegening van de rol van het kapitalisme en Amerika. Bv de hypocriete behandeling van het afzetten van Allende. En eigenlijk is alleen Moskou schuld aan de escalatie van de Koude Oorlog, de Amerikanen moesten wel, etc. etc. We hebben stiekem te maken met een old-school hardliner uit de school van Henry *misdaden tegen de menselijkheid* Kissinger.

Dit is de laatste alinea van het boek:
"Marx maintained that capitalism suffered from insoluble internal contradictions, which doomed it to destruction. In reality, capitalism, being an empirical system responsive to realities and capable of adjustments, has managed to overcome every one of its crises. Communism, on the other hand, being a rigid doctrine -- a pseudoscience converted into a pseudoreligion and embodied in an inflexible political regime -- has proven incapable of shedding the misconceptions to which it was beholden and gave up the ghost."
Sommigen zouden het gebruik van het zelfstandig naamwoord 'kapitalisme' hier als reïficatie bestempelen: capitalism being an empirical system? Capitalisme als de goede natuur, waar geen ideologie aan te pas komt, laat staan mensenhanden? Dat is hetzelfde naieve geloof van de communisten vroeger.

Maar door wie worden deze omineuze woorden nu zo soeverein uitgesproken? Wie is deze Richard Pipes? Wikipedia heldert veel op: http://en.wikipedia.org/wiki/Richard_Pipes
Lees met name de sectie over zijn deelname aan het geheimzinnige en foute Team B!
Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Team_B
Conclusie: pure fantasie, alles gelogen!
Dit is dus dezelfde man die met veel aplomb Kolakowski aanhaalt: Marxism has been the greatest fantasy of the 20th century.
Greatest living historian of modern Russia? Een fantast van het ergste soort.
Dank Wikipedia voor uw onttoverende werking!
Dank ook voor deze link: http://www.commondreams.org/views04/1207-26.htm

31.10.07

end is near

in november moet het maar afgelopen zijn met deze blog

of:

Mein Ruin das ist zunächst
Etwas das gewachsen ist
Wie eine Welle die mich trägt
Und mich dann unter sich begräbt

(Tocotronic, Kapitulation cd 2007)

ook: 

In Berlin angekommen, brach ich alle bis dahin bestandenen Verbindungen ab, machte mit Unlust seltene Besuche und suchte in Wissenschaft und Kunst zu versinken.

(Marx, Brief an seinen Vater vom 10. November 1837)

30.9.07

Greenspan & het recht om het bij het verkeerde eind te hebben

Alan Greenspan, voormalig baas van de Amerikaanse centrale bank, 81 jaar, publiceert zijn memoires. Voor een gage van 8,5 miljoen.

De man die zo'n 20 jaar lang zijn stempel kon drukken op de mondiale economie koketteert nu met zijn klunzigheid. Die beruchte belastingverlaging was natuurlijk wat onhandig, want helemaal niet zo bedoeld -- maar is belastingverlaging niet per definitie belastingverlaging voor de rijken, waarvan de armen niet meeprofiteren?

Hoe klunzig ook, 20 jaar neo-liberalisme heeft de elite geen wind-eieren gelegd.

De man die zo'n beetje de physiognomie van Henry *misdaden tegen de menselijkheid* Kissinger heeft overgenomen, presenteert zich hier als het type van de schlemiel. Een economische nerd op een toppositie heeft op de een of andere manier vaak de behoefte zijn sociale onaangepastheid en fysieke lelijkheid voor het voetlicht te brengen. Uit koketterie. De markt is met menselijk gezicht al onmenselijk genoeg.

Het grote nieuws is níet dat Greenspan hoger van Clinton opgeeft dan van Bush. Maar dat hij aan het einde van een lange carriere enkele kanttekeningen bij het marktdenken wil plaatsen. Er zijn inderdaad schadelijke uitwassen. Die topsalarissen. Het materialisme is tegenwoordig te ver doorgeslagen. Rijkdom is ook niet alles; je koopt er geen geluk voor.

Dergelijke uitspraken van mensen die hun hele leven voor neo-liberale instellingen hebben gewerkt, zouden in de media verboden moeten worden. Er zou een auteursrecht op kritiek op het marktdenken moeten komen, een soort biologisch kwaliteits-keurmerk: "uitspraak niet neo-liberaal geïnfecteerd".

Dat geldt ook voor al op jongere leeftijd van hun geloof gevallen neo-liberalen. Hoeveel 'anders-globaliseren'-boeken zijn niet geschreven door ... voormalige Wereldbank-medewerkers? Dat moeten we niet meer serieus nemen. Het moet helder zijn: wie niet voor ons is, is tegen ons.

knipselarchief van een verloren zomer

im arbeit

meme (II)

De beweging van de brights. Richard Dawkins legt de bedoeling hier uit:

http://books.guardian.co.uk/review/story/0,12084,981412,00.html

(Er staat overigens een iets kortere versie op: http://www.the-brights.net/. Waarom niet die lange? Vanwege dat rare begrip 'meme' waarschijnlijk.)

De achterliggende gedachte is dus: een positief woord te creëren voor alle mensen die een naturalistisch wereldbeeld aanhangen, naar analogie van het woord gay voor homosexuelen. Bright als een up-word tegenover het met negatieve connotaties bezette atheïst.

Maar de keuze voor het woord bright is geen gelukkige. Laten we wel wezen: I am a bright... het werkt gewoon niet.

En dat heeft te maken met conceptuele slordigheid.

Allereerst lijkt het me dat Dawkins de volgorde omdraait: het woord gay kon pas tot een zelfstandig naamwoord worden (I am a gay), nadat het eerst als adjectief was toegeëigend (I am gay). Dawkins redeneert voor bright echter precies andersom: eerst moet er een nieuw zelfstandig naamwoord komen (I am a bright: ik ben een naturalist), en daarna --"als de meme succesvol is"-- kan de eigenlijke bijvoeglijke betekenis van bright ook weer gaan meewegen (slim, intelligent, helder van geest).

Dat klopt natuurlijk niet. Het is ook niet voor niets dat dat bright op zoveel mensen als 'superieur' overkomt. De détournage van het woord is niet van dezelfde orde als die van gay. Dawkins ziet over het hoofd dat het bijvoeglijk naamwoord gay (vrolijk, exuberant) juist in negatieve zin gebruikt werd voor het gedrag van homosexuelen ('verwijfd'). En het is deze negatieve betekenis die men dan appropriëert: jij vindt mij gay? weet je wat: ik ben gay! Door het negatieve etiket als geuzennaam aan te nemen worden de rollen omgedraaid.

Het gaat dus om een politieke taal-daad, vergelijkbaar met het zich toeëigenen van het woord 'nigger' door de zwarte beweging in de jaren 70. Maatschappelijke anerkennung kan worden afgedwongen precies daar waar mensen symbolisch worden buitengesloten. De woorden die gebruikt worden om een groep te kleineren ('het is maar een nigga, die heeft geen rechten') benoemen ahw huns ondanks ook een subject dat als zodanig recht van spreken heeft ('ik ben díe nigga, ik besta').

Iets negatiefs wordt dus iets positiefs. Dat kan zelfs, unbeknownst to Dawkins, bij een volgens hem zo beledigende term als queer: de academische Queer Studies in de USA zijn er het bewijs van. Maar bij bright kan het nu net niet, omdat die term zelf positief is en mogelijk juist anderen negatief etiketteert (de dommen).

Bright is dus flut. Wat was een beter woord geweest? Het enige wat ik zo snel kan bedenken is: brainy. Waar dat nu nog een puur negatief etiket voor de intellectueel of het intelligente kind op school is (brillendragend, onatletisch, nerdy), zou het een heel nieuwe betekenis kunnen krijgen: de naturalistische. Onze breincellen als natuur. Brainy: ik hoef helemaal niet in bovennatuurlijke entiteiten te geloven. Denk ook aan Dennett: consciousness explained.

Of in het Nederlands: bijdehand.

meme (I)

In de blogo-sfeer zingt een citaat rond van de atheïstische wetenschapper Steven Weinberg:

Good people will do good things, and bad people will do bad things. But for good people to do bad things --- that takes religion.

In alle eenvoud wordt hier de vinger op de zere plek gelegd. Laat gelovigen eerst hier maar eens op antwoorden voordat ze een discussie over atheïsme willen aangaan.
En een antwoord zal nog niet zo eenvoudig zijn.
Zo klinkt het bv veel minder overtuigend als de termen worden omgedraaid, dus:
Bad people will do bad things, and good people will do good things. But for bad people to do good things --- that takes religion.
Waarom is dit niet hetzelfde?
Religie heeft de aanspraak er voor alle mensen te zijn; zo lijkt het echter alleen om de slechte mensen te gaan, religie als een heropvoedings-cursus voor criminelen. Dat kan best nuttig zijn, maar het is een vorm van maatschappelijke temming die ook door andere instanties gedaan zou kunnen worden. (Of het moet zo zijn dat alleen religie dezelfde taal spreekt als de crimineel, dwz op hetzelfde geestelijke niveau staat: primitief, kinderlijk-egoïstisch, autoriteits-behoeftig...)
Het verschil in betekenis tussen de twee versies zit hem vooral in de effectiviteit van de 'bekering' ('to do X, that takes religion'). Intuïtief voel je aan dat het bekeren van een goed mens iets heel anders is dan het bekeren van een slecht mens. Je kunt je zelfs afvragen in hoeverre een slecht mens werkelijk een goed mens wordt door (opeens) in god te gaan geloven. Een religieuze bekering van een goed mens daarentegen betekent echt iets, daar vindt een werkelijke en onherroepelijke verandering in een mens plaats, maar niet ten goede.

Een andere tegenwerping zou kunnen zijn: maar je kunt voor religie net zo goed ideologie invullen, denk aan de Nazi's en Communisten, die zijn veel erger. Dus:
Good people will do good things, and bad people will do bad things. But for good people to do bad things --- that takes ideology.
Dat is zeker waar.
Maar het probleem blijft toch bij de gelovigen liggen: want deze definitie van ideologie sluit namelijk ook weer religie in: religie verschilt hierin niet wezenlijk, hooguit relatief, van politieke ideologieën waarin mensen blind gaan geloven.
Dwz, als men bestrijdt dat religie een ideologie is, moet men eerst het Weinberg-citaat over wat religie doet kunnen weerleggen.

just like david harvey said...

komt eraan

leestip voor allochtonen

hier komt een stukje over Strindberg

bos tapes -- revisited

Ik kom nog even terug op dat moment aan het eind van de Wouter Bos Tapes docu-serie: Bos zegt dan dat er met een nederlaag misschien wel beter valt te regeren.
Een nu al klassiek moment in de recente parlementaire geschiedenis.

Maar waarom vraagt de interviewster hier eigenlijk niet door? Dat is onvergeeflijk.

Er is een vreemde trend gaande in de manier waarop men momenteel tv-portretten maakt. Het is so-wie-so emotie-tv, dus alles wordt 'getoond' zonder interpreterende kaders (bv een intelligente voice-over). Maar die emotionele aanpak begint nu ook de inhoud van interviews aan te tasten, de zinnen zelf. Wat gezegd wordt wordt als taalhandeling geëmotionaliseerd. Door ze in van die nadrukkelijke, veelbetekenende stiltes in te bedden.

De tijd van kritische interviews is voorbij. Het zíjn in feite ook helemaal geen interviews meer. Er vallen in het gesprek onophoudelijk gaten, de geïnterviewde wordt geacht zélf door te praten, via zijn eigen associaties. De vragen gaan niet in op wat er gezegd wordt; de interviewer denkt niet mee. De geïnterviewde is zo in de weinig benijdenswaardige situatie dat hij helemaal alleen is. Dat hij zijn eigen grapjes moet inkoppen, ahw nog over de interviewer heen.

Als de geïnterviewde door het gebrek aan feed-back dan eens iets geks zegt (of liever nog: iets dat controversieel klinkt), hoor je bij wijze van spreken de makers opspringen: ze hebben hun soundbite. Dan zoomt men wat in op het gezicht van de geïnterviewde. Vaak valt die even stil, enigszins geschrokken misschien door wat hij zich zojuist heeft laten ontvallen. De stilte wordt voelbaar. Na o zo lange seconden spreekt dan de interviewster vol invoeling dat totaal nietszeggende "ja....." uit, ...... waarna er weer een lange stilte volgt, ....... en misschien nog eens een "ja......." van de kant van de geïnterviewde. Wat valt er ook te zeggen bij de peilloze diepte van het universum? Daar zijn gewoon geen woorden voor. Laten wij aanbidden......

PS I: een geval apart is de nare interviewstijl van Felix Rottenberg. Eerst de hele tijd lomp interrumperen om dan aan het einde van de uitzending volslagen willekeurig die diepzinnige stilte-truc toe te passen. Als je er op let geeft het koddige resultaten: een met veel dramatiek ingeklede slotzin die thematisch voor het hele gesprek moet staan, maar vaak van het niveau is: o ja, dat wilde ik ook nog zeggen, toen jij me in de rede viel...

PS II: een geval apart is het constante "ja......" van Joris Luyendijk in Zomergasten. Een door die veelvuldigheid zeer gedifferentieerd gebruik, afhankelijk van de gast in kwestie. Bij Rinnooy Kan drukte het -onmachtig- een soort voorbehoud uit: een gevoel van twijfel aan de steekhoudendheid van het Rijnlandse model, waar Luyendijk argumentatief niets tegen in te brengen had. Bij Linda de Mol dan weer op de bovengenoemde manier. Door de lengte van het programma ging haar op een gegeven moment óók een lichtje op. Maar ze had gewoon echt niets te melden.

onttovering van de tour -- revisited

Ik had het natuurlijk helemaal mis. Doping was cruciaal.

Een broos evenwicht werd verstoord. Iedereen weet dat succes in sport uiteindelijk teruggaat op een vorm van ongelijkheid. De biologische ongelijkheid die we van onze afkomst hebben meegekregen. Wat mogelijk is voor een sporter hangt af van zijn lichaam; er zijn beperkingen waar zelfs Amerikaanse trainings-schema's niets aan kunnen verhelpen.

De vraag is nu: waarom kan sport bij het grote publiek zo aanslaan als het eigenlijk een vorm van ongelijkheid betreft? Omdat er concurrentie is tussen een paar kampioenen die bijna gelijkwaardig zijn. Juist hier, bij bijna gelijke kracht, treedt het kleinste inviduele verschil als een waarlijk individueel en tegelijk algemeen menselijke kwaliteit naar voren.

De kampioen kan in zijn prestatie karakter tonen, juist omdat hij niet meer gehinderd wordt door de lichamelijk/technische beperkingen waar het peloton knechten mee te maken heeft. Zijn prestatie is individueel, die van het peloton blijft collectief.

Iedereen weet dat wielrennen lichamelijk de zwaarste sport is, dat het in feite een onnatuurlijk zware sport is, en dat het lichaam dus aan technische programma's in welke vorm dan ook onderworpen zal worden om zo goed mogelijk te presteren.

Doping kan hier eigenlijk geen kwaad. Dat is echter aan één voorwaarde verbonden: doping kan geen kwaad zolang het niet de verdeling van de sport in toppers en peloton in de war gooit.

Het gevaar van doping is dat het democratiseert. Een knecht kan de tour winnen. En dat bederft ons plezier. Dan vindt er een totale ontwaarding plaat van ons begrip van individuele prestatie.

Zo verklaren we ook waarom Michael Boogerd nooit een tragische held kan worden.

De meeste sporten kennen een verdeling in een top-tien, top-twintig die alle grote prijzen pakt met daaronder een massa ploeteraars (Pareto's 80/20 ratio komt in gedachten). [Dat functioneert trouwens ook in cultureel opzicht goed: je kunt niet over 200 wielrenners interessante karakterschetsen schrijven, met 20 gaat dat een stuk beter.]

Michael Boogerd behoort tot de massa der ploeteraars. Hij heeft het knechtschap ook als de voor hem passende plaats in de natuurlijke rangorde aanvaard. Zelfs zijn vader geloofde niet dat hij nog eens een belangrijke cours zou pakken ('al zit hij natuurlijk wel altijd bij de voorsten').

Het merkwaardige van de Nederlandse media is nu dat ze net doen of Boogerd opeens wel tot die top-twintig behoort die de prijzen verdeelt, terwijl ze eigenlijk beter weten.

Zo ontstaat zoiets als dat tenenkrommende binnenhalen van Boogerd als tragische held. Zijn afscheid van de wielersport door Rasmussen de grond ingeboord. Allemaal lariekoek. Knechten kunnen geen helden zijn, ze zijn daarvoor niet geindividualiseerd genoeg: vandaar ook altijd die strategische 'domheid' van Boogerd in finales.

Iets anders werd ook steeds duidelijker: dat het leven van een knecht in de wielrennerij over rozen gaat. In feite verdienen die knechten een gigantisch salaris zonder veel prestatie-druk. Ze hoeven alleen maar de kampioenen naar voren toe te rijden. Maw er lijkt in de wielersport een te klein speelveld te zijn, waardoor de knechten nauwelijks enige opwaartse druk voelen van de concurrentie van beneden.

Daarom geloof ik Boogerd als hij op zijn blauwe ogen verklaart nooit doping te hebben gebruikt.

18.7.07

onttovering van de tour

Bij alle morele paniek over doping heb ik soms het gevoel dat het hier eigenlijk maar om een neven-effect gaat van een algemener proces van door rationalisering gedreven onttovering. Men windt zich op omdat men zich hier nog over kán opwinden: want wat te doen tegen het regime van de 'oortjes' dat op een veel fundamenteler niveau het aura van de sport aantast (Buzatti anyone?). Doping heeft ten minste nog iets met het lichaam te maken.

In wisselwerking met de rationalisering van de sport zelf staat de evolutie van het commentaar. Vroeger had ieder land in de verslaggeving een soort eigen nationale stijl. Bijvoorbeeld de veelgeroemde Belgische wielerverslaggeving: je zag dan een andere Tour de France dan met Mart Smeets. Al dat karakteristiek 'nationale' is nu aan het verdwijnen door de rationalisering van de sportinformatie. Dat geldt niet alleen voor wielrennen trouwens.

Minder 'couleur locale' van een particuliere journalist, meer de harde feiten an sich. Feiten zijn natuurlijk ook beter uitwisselbaar en verkoopbaar dan een persoonlijke blik. Daarbij worden die feiten tegenwoordig verpakt in kant-en-klare anekdotes: al zappend beland je soms bij toeval -- in een andere taal -- weer in letterlijk dezelfde anekdote die je zojuist verlaten had.

Opnieuw dus de paradox van de mondialisering: op microniveau neemt de heterogeniteit toe, op macroniveau ontstaat juist homogenisering. We krijgen op het dagelijkse tour-journaal veel méér informatie dan vroeger, er ontstaat dus ook een diverser beeld van de werkelijkheid. Maar die informatie is wel mondiaal gelijkgeschakeld: overal ter wereld krijgt men nu behalve meer ook dezélfde informatie, hetzelfde beeld van de tour.

Let wel: wat voor cultuur/media geldt hoeft niet per se voor andere gebieden op te gaan. De onttovering van de tour staat niet gelijk aan de angst voor McDonalds. In ons voedsel hebben we meer keus dan ooit, zonder dat we allemaal in Nederland of Frankrijk hetzelfde eten.

just gimme indierock III

Sebadoh, The Freed Man (reissue op Domino).

Ik ga hem niet aanschaffen want ik heb nog die cd waarop de eerste 2 LPs van Sebadoh verzameld zijn - helemaal volgepropt (80 minuten), waarbij ze dan toch nog een paar nummers weg moesten laten, waaronder, o ironie, 'healthy sick'.
Toch ben ik wel benieuwd naar de liner notes van Eric Gaffney. Ik was altijd wel een fan van die Gaffney, een veel interessanter figuur als je het mij vraagt dan Jason Loewenstein. Hij had in de toptijd van Sebadoh (III en vs Helmet) ook goede songs, ik denk dat hij het was die de metal dingetjes erin bracht...

Geen nostalgie, graag.

Zie deze link:
http://www.youtube.com/watch?v=eFllbhhn-6M&mode=related&search=

Lou Barlow was een moeilijk iemand.
Maar vergelijk dit eens met Grandaddy: is niet het probleem van de veilige indierock het volledige gebrek aan problematische subjectiviteit?

Er schuilt een zekere tragische ironie in de geschiedenis van Lou Barlow. Hij was het die eind jaren 80 de weg wees van agressief naar mellow ("slower, much slower"). Van underground naar slaapkamer, van het 'persoonlijke=politiek' naar 'intimiteit als revolte'. En zo ontstaat dan indierock, met alle gevolgen van dien.

Hij maakt zelf tegenwoordig ook vreselijk zoete dingen. Maar zonder veel succes.

Zijn ontwikkeling is een proces van typisch Amerikaanse zelfvinding. Barlow begon ooit met volkomen in-zich-zelf-gekeerde tape-noise plus psychoseksuele frustratie. Nu heeft óók hij over zijn gevoelens leren communiceren: in Oprah-jargon.
De "masturbating jesus freak" is via porno, zelfhaat, en blowers-lethargie uiteindelijk als een genormaliseerd middenklasse-subject bovengekomen.
Monogamie en vaderschap.

In een interview las ik dat Lou Barlow moest wenen toen hij voor het eerst Devendra Banhart hoorde.

just gimme indierock II

Het concert in Paradiso van Dinosaur Jr (27 juni) was goed maar bracht weinig verrassingen. Het was niet eens erg 'luid'. Het kost me ook moeite om iets interessants over de nieuwe cd Beyond te zeggen. Er staan een paar goede nummers op (1, 2, 7, 10), maar al met al klinkt het wel erg ... middelbaar?

Wat valt het meest op? Dat de jaren 70-hardrock invloed nu zo duidelijk hoorbaar is. Dat kan natuurlijk ook aan mijn eigen oren liggen (sadder and wiser). Zodat er een interessant epistemologisch probleem ontstaat: was die invloed er niet altijd al en hoorde ik het gewoon niet? Maar zo'n riff aan het einde van nummer 4 ... dat is gewoon banaal. Dat gaat mij, als fan van het eerste uur (de jaren 80 platen), toch wat te ver.

Stiekem denk ik dus dat het 'objectief' aantoonbaar is dat de band hier minder moeite doet om die hardrock-invloed te camoufleren of in te kleden. Wat er ontbreekt zijn de beproefde jaren 80 underground strategieën als snelheid, slordigheid, en lawaai.

Komt dat door de volwassenheid? De anxiety of influence voorbij en gewoon voor je inspiratiebronnen durven uitkomen?

Of de tijdsgeest? Er bestaan immers geen 'foute' genres meer, zoals hardrock dat in de jaren 80 was. Alles kan, alles mag. De oude subculturele/sociologische connotaties van muzikale stijlen zijn inmiddels volkomen verdwenen. Het is alleen nog maar geluid waar je je al dan niet goed bij voelt.

Nou, ik voel me nog altijd niet lekker bij gitaarsolo's. Daar kan ik dus ook niets aan doen.

Op deze cd doemt er een probleem op dat Mascis vanaf Where you been parten speelt. Zijn soleren lijkt vaak tamelijk willekeurig op de songstructuur te zijn geplakt. Er ontstaat geen 'organische' eenheid van song en solo. Alles valt een beetje uit elkaar (vaak ook verse/chorus). En wanneer er dan in bv de melodie onvoldoende originaliteit zit, zoals hier vaak het geval, dan krijgen die 'er-aan-toegevoegde' solo's met hun opgelegde 'emotionaliteit' iets kitschigs. Bescheidener gezegd: ze zijn op een moeilijk te verklaren manier saai.

Ik herinner mij opeens een uitspraak van Lou Barlow ergens midden jaren 90, toen Mascis wegens een spierziekte aan zijn hand een tijdlang geen gitaar meer kon spelen: dat Jay zonder gitaar vele malen interessanter zou zijn dan mét. Toen waren ze nog vijanden, natuurlijk.

Beyond klinkt meer als een band (strakker) dan de jaren 90 cd's waarop Mascis alles zelf inspeelde. Murph op drums heb ik natuurlijk liever dan Mascis zelf. Maar de oude bandbezetting brengt niet de gehoopte terugkeer naar het geluid van de eerste drie platen. Die werden niet zo lang geleden op Merge heruitgebracht; en je ziet toch vaak dat bands door die reissues van hun eerdere werk weer in dezelfde stijl proberen te gaan spelen (denk Sonic Youths laatste, of Wire). Deze nieuwe cd herneemt eigenlijk in zijn geheel de dalende compositorische lijn die van The Wagon via het matige Where you been naar dieptepunt Without a Sound loopt.

Maar echt slecht is ie ook weer niet. De zanglijnen zijn fraai. De stem van Barlow is mij daarbij liever dan die van Mascis, juist omdat hij zich 'zwakker' tav de muziek opstelt. Waar de stem door noise wordt overstemd kan ware subjectiviteit tevoorschijn komen.

Voor deze oren, dan.

(Terzijde: het blijft trouwens een gemiste kans dat er bij die reissues niet aan interessant extra materiaal gedaan is: dit bv: http://www.loobiecore.com/beenwaitingforyou.html).

bah

Zelfs als flex-werker met een vast contract ben je niet veilig.

zoals Fredric Jameson zegt:

"...if I ask myself what would today be the most radical demand to make on our system -- that demand which could not be fulfilled or satisfied without transforming the system beyond recognition, and which would at once usher in a society structurally distinct from this one in every conceivable way, from the psychological to the sociological, from the cultural to the political -- it would be the demand for full employment, universal full employment around the globe. As the economic apologists for the system today have tirelessly instructed us, capitalism cannot flourish under full employment; it requires a reserve army of the unemployed in order to function and to avoid inflation. That first monkey-wrench of full employment would then be compounded by the universality of the requirement, inasmuch as capitalism also requires a frontier, and perpetual expansion, in order to sustain its inner dynamic. But at this point the utopianism of the demand becomes circular, for it is also clear, not only that the establishment of full employment would transform the system, but also that the system would have to be already transformed, in advance, in order for full employment to be established. I would not call this a vicious circle, exactly; but it certainly reveals the space of the utopian leap, the gap between our empirical present and the utopian arrangements of this imaginary future."
(uit 'The Politics of Utopia')

Het is ondanks het jargon een treffende gedachte. Maar waarschijnlijk alleen voor wie aan den lijve heeft ondervonden wat het is om zomaar een baan te verliezen. 

muzikale tijdgeest

Chemical Brothers, We Are the Night.

Hier heb ik nooit iets aan gevonden, te lomp. Gebruiksmuziek, en ik ben geen houser.

Er is weinig veranderd, nog altijd die basis van 'knallende' big-beats die dan in een als de laatste mode klinkend geluidsjasje worden gehesen.

Men probeert tot songs te komen maar het resultaat klinkt verdacht veel als format. Het leeft niet. En dan die vreselijke gewoonte van ingehuurde gastvocalen: zóó 90s.

Waar de digitale technologie in razend tempo doorevolueert, zijn de chemicals stil blijven staan. Het gepimpte trucje is uitgespeeld.

In feite zinloos om het er überhaupt over te hebben, maar dan beng!: tegen het einde van de plaat een onvoorstelbare verrassing.
Ik bedoel de instrumental 'Harpoons'. Die klinkt in het wonderschone samengaan van treated gitaar en psychedelische synth-sound werkelijk verdacht veel als ...... My Bloody Valentine.

Mijn god, dus toch: trickle-down effect van de technologie?

20.6.07

Knallhart

Knallhart (regie Detlev Buck).

Deze film lijkt enigszins onopgemerkt aan Nederland voorbij te gaan. Het is soms moeilijk te begrijpen wat de massa in zo grote getale naar de ene film drijft (Gegen die Wand) en dan niet naar iets soortgelijks. Ook in Knallhart vinden we de Grossstadts-blues. Zeer dramatisch, maar niet té melodramatisch.

Het verhaal speelt zich af in de Berlijnse achterstandswijk Neukölln, waar een middelbare scholier gaandeweg in de criminaliteit verzeild raakt. Als je de plot samenvat blijft er weinig van over, maar gold dat ook niet voor Gegen die Wand? Het geheim van de film schuilt in de natuurlijke, onnadrukkelijke manier van vertellen over de problemen in de multiculturele samenleving. Steeds als je even bang bent dat het toch de verkeerde kant op gaat, richting melodrama of cliché, verrast de film je door een kleine wending of een keuze voor realisme.

De film is down to earth. En nog belangrijker: geweld wordt níet ge-glamouriseerd.

Nederlandse filmmakers, doe er uw voordeel mee.

15.6.07

muzikale tijdgeest

De hype is true. Digitalism, Idealism hakt er lekker in.

Hetzelfde terrein als Daft Punk: de disco invloed, het trucje met de filters, de synth arpeggio's. Maar waar Daft Punk op hun laatste plaat een wel erg 'dicht' geluid produceerden, blazen Digitalism het genre weer wat lucht en vrolijkheid in: middels new wave pop!

Het palet kent ook wat meer variatie dan bij de Franse meesters: zo is de punkfunk niet onopgemerkt voorbijgegaan, en kunnen de vocalen ge-vocoderd, verknipt (de versie van The Cure's Fire in Cairo), of gewoon pop klinken. De gesamplede en digitaal bewerkte new wave gitaarloopjes van begin jaren 80 worden herkenbaar ingezet en ten volle uitgebuit. Beats en gitaar en vocalen gaan in de productie evenwichtig samen.

Dance/rockism: de binaire tegenstelling anno 2007 eindelijk achterhaald. Op nummer Anything New lijkt het of er een soort dans tussen de beide kanten plaatsvindt: een wervelende pirouette.

Prijsnummer Pogo is dan weer fraai durchkomponiert! Buitengewoon winnende vocalen die 80s new wave met een klein toefje 70s (Hall & Oates?) kruiden.

Waar Digitalism vanuit de dance naar de rock toe beweegt, werkt Vive la Fete, Jour de Chance precies andersom: electrorock die niet bedoeld is om thuis naar te luisteren. De songs klinken allemaal erg generisch, on-individueel. In feite als een soort veredelde covers: de zangeres klinkt letterlijk als imitatie van Duitse jaren 80 bands die een nummer in het Frans opnamen. Leuker is het nep-duits op het nummer Quatsch. Rock die tot dance wordt moet zich op een of andere manier van alle inhoudelijke ballast ontdoen: moet wel grappig worden.

Het verschil in ambachtelijkheid is frappant: Vive la Fete staat tot Digitalism als Simian Mobile Disco tot Justice!

resist the box

Een verleidelijke aanbieding bij het Kruidvat. De complete Bach (155 cd's boxset). De complete Mozart (170 cd's boxset). Voor een weggeefprijs. Moeten mensen niet tegen zoiets in bescherming genomen worden? Dit is een soort culturele pornografie, een te sterke prikkel voor het zenuwgestel.

Het ondenkbare: stel dat je je in zo'n box verliest en daadwerkelijk alles gaat beluisteren?

Resist the box.

Het hoogste en tegelijk minst plausibele stadium van het cd-tijdperk. Dat dit kan is toch wel het noteren waard.

Hoe snel zouden de schijfjes verrotten? Sneller dan je ze kunt afluisteren iig.

Misschien dus wel een dump-actie. Men verramstj nog even wat boxen voordat de consument middels een nieuwe hi-fi-technologie gedwongen wordt weer van voren af aan te beginnen.


--Resist the list.

De lage dollarstand en amazon.com zijn levensgevaarlijk. Hele lijsten van aantrekkelijke cds leg ik aan; urenlang heen en weer geklik, prijsvergelijken, watertanden.

Het leidt tot niets. Het is te veel.

Het afsluiten van het programma wist onherstelbaar deze sporen van verlangen.

Virtuele melancholie is ook een gevoel


--Resist the archive.

pauvre moi, die ooit kon denken: j'ai lu tous les livres...

op Pitchfork verzink je in het review-archief.

De continue stroom nieuwe reviews valt alleen nog met de meest rigoreuze arbeids-discipline bij te houden.

hong kong genrefilm

Gezien in de Hong Kong-reeks in het Filmmuseum: Exiled (regie: Johnny To) en On the Edge (regie: Herman Yau), beide uit 2006.

Twee echte genre-films uit Hong Kong. In Exiled krijgen we een wat verstilde gangsterplot; in On the Edge een grotendeels in flashback verteld verhaal over een agent die undercover gaat bij een misdadigersclan. Onontkoombaar in dit genre de patriarchale melodramatiek: het draait steeds om mannen onderling, om hun emoties, ere-codes etc. Dus is de misdaadclan voor een agent 'natuurlijk' een warmere gemeenschap -- cq extended family -- dan het bureaucratisch politieapparaat. En elke vrouw is nog een 'object' in de klassieke zin: ze is in de plot nooit actant, blijft passief; een hoer of een engel.

In beide films spelen in de hoofdrollen veel dezelfde acteurs. Het genre-systeem als zodanig opereert vermoedelijk ook als een soort extended family; een vaste crew, een vaste cast. Voor de kijker krijgt dat vaste ensemble van acteurs op een heel natuurlijke manier een vertrouwd gezicht. De persona van een acteur wordt over meerdere (maar inhoudelijk dezelfde) films opgebouwd. Hij hoeft dus nooit helemaal samen te vallen met zijn rol, maar -- en dat is een belangrijk verschil met high-budget cinema -- ook niet terug te vallen op een zwaarwegend individueel star-image. Het gaat zowel productietechnisch als inhoudelijk om een collectief en daar schuilt zeker iets utopisch in.

Een genre-systeem kan de a priori vastliggende clichés serieus nemen en ahw van binnenuit bewerken. Zo ook hier: in Exiled worden de gangsterclichés een heel klein beetje richting abstractie, melancholie, en absurdisme gemanouvreerd. In On the Edge gebruikt men de vaste patronen voor kleine psychologische variaties: bv een mafia-liefje dat nu eens niet wil verburgerlijken (en de held verwijt niet meer genoeg naar porno te kijken). Dat is allemaal niet heel revolutionair, natuurlijk. Maar het levert wel redelijk interessante films op, die populair zijn en tegelijk inhoudelijker dan wat wij in dure Tv-series te zien krijgen.

Hoe komt dat?

Het draait allemaal om misdaad, maar de films zijn niet per se op geweld gericht. Het zijn eigenlijk gewoon actie-films. De verbeelding van het geweld vindt voornamelijk plaats in de mise-en-scene, niet via montage (of special effects). Het tempo kan dus ook redelijk laag liggen. Misschien raar om te zeggen, maar vergeleken met big budget cinema zien we hier nog een wereld op gewoon 'menselijke' schaal.

In Europese films mis je vaak een sense of location. In een genre-systeem bestaat die over het algemeen nog wel. Via de vaststaande clichés in locatie (politieburo, misdaadkroeg, appartement in torenflat) kan gaandeweg een gevoel voor het lokale doorsijpelen. De 'buurt' speelt in deze films nog een rol, evenals de 'straat'. Op vrij natuurlijke wijze kunnen zo grotere thema's aan bod komen, bv die van moderne techniek versus traditie.

Dit verklaart ook iets eigenaardigs aan het genre: het blijft op een bepaalde manier aan de eigen locale context gebonden. Het zijn films die niet echt 'universeel' werken; er vindt weinig 'transcendentie' plaats. Bescheidener gezegd: het zijn films die zich moeilijk op hetzelfde populaire niveau waarop ze gemaakt zijn laten exporteren. We komen ze als geïnteresseerde wereldburgers tegen op de festivals of in speciale programma's; vaak zoals nu in een late-night slot.

De eerlijkheid (maar is er een slechtere anti-climax denkbaar?) gebiedt dan ook te zeggen dat ik meer plezier beleef aan een film als Dog Bite Dog (regie: Chang Pou-Soi) -- onlangs te zien op het Amsterdam Fantastic Film Festival. Ook dit is een Hong Kong-genrefilm, maar wel een heel ambitieuze. De verbeelding van de wereld is zeer rauw-realistisch, de acteurs spelen overtuigend volkomen manische types. Een film met veel plotwendingen, waarvan de brute climax dan wel weer in de typisch melodramatische Hong Kong-stijl is.

Het geweld heeft zich hier tov de bovengenoemde films ahw verzelfstandigd: het is wreder maar ook abstracter geworden. Losgeweekt uit lokale, narratieve verbanden wordt het autonoom. Dat herkennen wij hier dan weer als art-film.

13.6.07

tennis & informatie

Nav het afgelopen tennistoernooi van Roland Garros.

Het kijken naar gravel-tennis op TV is een ervaring van ongehaastheid; de ongehaastheid van het spel op de baan deelt zich mee aan de kijker thuis. Lange partijen waar hele dagdelen ongemerkt mee heenvlieden -- zonder dat het een schuldgevoel oplevert over de vergooide tijd.

Het is een ongehaastheid die iets van het aloude privilegium van het dolce-far-niente belichaamt. Tennis als aristocratische, je zou bijna zeggen pre-kapitalistische sport. Individualistisch, maar nog zonder de dominantie van maatschappelijke productie- en groeiwaarden. Denk aan de vijf-setter waarin de beslissing oneindig uitgesteld lijkt te kunnen worden. Onpraktisch. In doelloosheid spiegelt zich de vrijheid af.

Vooral in de korte pauzes tussen de games in lijkt het of de tijd even wordt stilgezet; er daalt een soort absolute rust neer over het veld, liefst zomers-gekleurd, vroeg in de middag.

Het is een wonder dat die pauzes überhaupt nog op TV voorkomen. Bij de commerciëlen worden ze gevuld met reclame; op Ned 1 nog niet.

De tendens is duidelijk om het beeld zo veel mogelijk op te leuken. Vreemd uitgedost publiek op de tribunes is gewild; ze herkennen zichzelf in beeld en zwaaien. Slagenwisselingen worden herhaald met rock eronder: wanneer is dat in godsnaam begonnen? Het imago van tennis is definitief veranderd: van een klassieke, elitaire sport naar een populistisch, explosief spel. Men begint onder performance iets te verstaan dat meer behelst dan alleen de sportieve kant van de zaak. Top-tien spelers worden automatisch een mediaal merk. Knappe speelsters mogen actrice worden. De cultus van jeugd, sexuele aantrekkingskracht en succes wordt ook hier gevierd.

Emancipatie mag best plat zijn. Maar de druk van de commodificatie valt af te lezen aan de beeldvoering. Meer camera's. Tijdens rally's niet meer alleen dat klassieke hoge standpunt vanaf één kant van de baan, maar veel variatie. Daardoor wordt het kijken meteen veel onrustiger. Men doet soms ook snel nog wat publieks-shots tussen de rally door; vroeger mocht dat alleen tijdens de pauzes, en dan met mate. Zelf-reflexieve shots: de zwaaiende cameraman in de gigantisch hoge mast, vervolgens de zwaai van zijn camera die in bird's eye view de omgeving scant.

Het organisch-natuurlijke beeld van de werkelijkheid versplintert tot iets kunstmatigs: er ligt niets meer achter de beeldfragmenten. Fragmenten kunnen namelijk beter vermarkt worden.

Zo is sinds de jaren 70 met haar professionalisering, hogere prijzengelden, merkkleding, en het loslaten van de houten rackets, gaandeweg en onomkeerbaar het beeld van de sport door-geëvolueerd. Maar de geschiedenis kent zo haar eigen streken; die we dan weer met het idioom van de sport kunnen benoemen als 'verrassende come-back'. Het symbolische domein heeft namelijk sinds een paar jaar in de vorm van informatie 'hard teruggeslagen' tegen het beeld.

De sport-informatie is gerationaliseerd. De aangeleverde informatie is dankzij de achterliggende research en databases preciezer, technischer, alomvattender. Inherent aan rationalisering is kwantificering: de wedstrijd wordt live in statistische gegevens opgeknipt. Service percentages, onnodige fouten. Het digitaal geheugen is standvastig en slaapt nooit. Alles wordt voor de kijker gemeten en meteen verdisconteerd. Alles wordt opgeslagen en kan dan weer gekoppeld worden. Statistische patronen worden zichtbaar; de individuele kanten van het spel worden onttoverd.

Het lijkt niet eens zo onwaarschijnlijk dat er op een bepaald moment een soort 'metend-kijken' ontstaat. Dat we onze waardering voor een speler afmeten aan de mate waarin zijn spel afwijkt van de op lichamelijke preferenties en gemiddelden gebaseerde voorspellingen.

Esthetisering van de politiek of politisering van de esthetiek?

Wat betekent dit voor de rol van de commentator in dit alles? Dat die verandert is evident. Zijn bevoorrechte positie als insider (ter plekke, op de baan) is aan erosie onderhevig. De kijker kijkt met de informatie die over het scherm rolt mee, kan kritisch worden. De trend om ex-profs voor het commentaar in te huren is dus niet geheel onlogisch: de ex-prof is de natuurlijke bondgenoot van de gerationaliseerde sport-info. De ex-prof ziet dingen die je zelf niet ziet en als je hem niet gelooft zijn daar de statistieken.

Zo doet het jargon van de Amerikaanse trainers ('game-plan' ed) zijn intrede in de wereld van de tennis verslaggeving. De nuchtere Jacco Eltingh is hierin het meest radicaal: zijn perspectief is 100% realistisch, 'wetenschappelijk' (wetenschappelijk dan in de zin van zoiets als bewegingswetenschappen). Hij denkt echt alleen nog maar in percentages.

Op het afgelopen Roland Garros vond ik Jan Siemerink het prettigst. Siemerink heeft ergens iets van een quirky persoonlijkheid. Hij valt trouwens vaak zomaar tijdenlang stil en moet dan door Marcella Mesker met een "Jan?" weer bij de les gehaald worden. Die samenwerking met Mesker liep prima: zij meer voor de eerste indrukken, die dan door hem geduid konden worden -- een huwelijk, zoals ze zelden meer gemaakt worden. Mesker is een beetje een vreemde overgangsverschijning. Zelf ex-prof, hanteert ze toch die typische jaren 80 stijl van de commentator-als-leek: vooral op human interest gericht met een soms afgrijselijk de plank misslaan wat betreft spelbeeld. Die stijl is gelukkig vrijwel uitgestorven, mede dankzij de betere informatie: daardoor kun je niet meer zonder gezichtsverlies onder een bepaald niveau zakken.

Interessant was vooral hoe het níet liep tussen Siemerink en een voor mij nieuwe naam, Jan Roelfs (?). Die laatste vertegenwoordigt de hegemoniale stijl van de voetbal-verslaggeving. Zeer dwingend aanwezig. Luid opsommend wat er allemaal in beeld te zien is. Die traditie van net doen of de kijker blind is. Komt er bv een herhaling van een volley, dan meteen: "ja, wat een geweldige volley is dit.... ongelofelijk gewoon". En vervolgens nog minutenlang daarop terugkomen. Terwijl in het tennis juist de schijn vaak bedriegt.

Roelfs dus: zich inlevend vanuit de toeschouwer, als toeschouwer; waar Siemerink juist probeert er vóór de toeschouwer te zijn, als interpretator. Roelfs wist vaak niet beter dan de in beeld verschijnende statistieken nog eens nadrukkelijk te vermelden. Service percentage 58 % alsof het om een dodental in Irak ging. Siemerink vroeg zich dan nog wel eens af wat die statistieken betekenden, had het vaak al over bepaalde patronen in de partij voordat de desbetreffende statistieken door beeld rolden.

Bij Roelfs mag het niet stil blijven: hij vult de lucht. Daarmee drukt hij Siemerink vaak helemaal weg. En met hem de hele traditie van op stilte geörienteerd tennis-commentaar. Dat hield in de pauzes tussen games altijd even een moment in, en begon dan ahw lichtjes fluisterend om de spelers maar niet te storen. Roelfs is van het event-commentaar: het moet wel een gebeurtenis worden, zo'n partij, op welke manier ook. Vandaar die overslaande stem.

2.6.07

superstructure de blague

In de reeds gememoreerde Infowarroom van 30 mei probeerde men een gesprek te krijgen met de Soedanese journalist Sami Al Hajj. Maar de video-verbinding kwam maar niet tot stand. Ook andere pogingen via skype en zelfs gewone telefoonlijn mislukten. Besmuikt gegrinnik.

Wat ligt eigenlijk aan de basis van ons vertrouwen in het geruisloos functioneren van de media: technologie of ideologie?

BNN maakt een show rond een donor-nier. Het blijkt een grap. De grap is dat het probleem van 1400 Nederlanders zonder nier via het format van morele chantage mondiaal opzien baart.

De grap van Infowarroom, die, subtieler, juist niet op het laatste moment werd onthuld, was deze: Sami Al Hajj zit vast in Guantanomo Bay. Hij werd als journalist in dienst van Al Jazeera in 2001 in Pakistan opgepakt en wordt nog steeds zonder enige vorm van proces gevangen gehouden. (Maar zie de website van De Balie voor relevante links.)

Voor de goede verstaander valt er om de media veel te lachen.
Wie niet wil horen, kan altijd nog per sms participeren.

infowarroom vs de politiek

Twee avonden in de Balie. Hoe presenteer je lezingen in een modern jasje?

Infowarroom (30 mei) doet aan mediatheorie. Vorm en inhoud zijn hetzelfde. Want mediaal. Verstrooiing. Pas de dag erna besef ik dat verstrooiing emancipatoir is.

Groen Links (31 mei) wilde de discussie over individu vs gemeenschap aangaan, maar hanteert het oude formaat: luisteren naar de tekst van de politicus die aan het woord is.

-Wat is revue-stijl in de politiek?

Een hoop verplicht gelach bij obligate grappen. Gepersonaliseerde inside jokes vinden gretig aftrek, dat overbrugt de afstand. Maar de hierarchie weegt zwaar in het achteraf zaaltje. Degene die op het podium zit hoeft niet te antwoorden. Of blijft gewoon net zo lang doorpraten tot de zaal stilvalt.

-Wat is inhoudelijkheid zonder vermittlung?

Als een of twee oud-marxisten in de zaal toch eens iets roepen over ongelijke inkomens, weet iedereen dat het niet serieus bedoeld is.
De termen 'bovenbouw' en 'onderbouw' (sic) kunnen alleen ironischerwijs worden aangehaald. Dat staat flexibel.

-Emotie-tv zonder tv?

De obligate bewondering voor de ouderwetse opbouwwerker in den lande.
Dan datgene waar iedereen op gewacht heeft: hoerenlopen/prostitutie. Hoe irrelevanter het onderwerp, des te meer emoties weet het los te maken.

Ik geloof dat zelfs Dick Pels (Stichting Waterland) wel voelde voor een nieuwe 'moralisering' in de politiek.

Ik vraag me af: Nieuw Links wil graag meedoen met normen en waarden. Maar zonder nieuwe gedachten over de economie. Kan dat?

-Dwang van het concrete?

Links-liberalisme, wat is dat? Het Femke Halsema-woord mag vooral niet vallen. De politici gaan al snel op zoek naar voorbeelden uit de praktijk "om het wat concreter te maken". Dat blijkt voor de mensen 'uit het veld' toch moeilijker dan gedacht.

Maarten van Poelgeest draagt een concreet voorbeeld aan: is het goed dat een moskee subsidie krijgt om zélf taallessen te geven?

Interessante vraag. Men wil het toch liever over prostitutie hebben.

-Een verstrooide receptie?

Mijn gedachten dwalen af. Ik denk aan een bepaalde moskee in Amsterdam: 2 miljoen nog bovenop de subsidie. Aan de dichtgeslibde woningmarkt: te veel sociale huurwoningen + te dure nieuwe koopwoningen = een patstelling.

Maar daarvoor heeft Den Haag gelukkig een zeer concrete oplossing bedacht: privatisering van de woningbouwcoöperaties.

Dus wat er verandert, verandert ten kwade.

28.5.07

myspace = better than word-of-mouth

Iemand tipte mij de Duitse band Trost. Ik ben inderdaad gevoelig voor Duitse meisjeszang met alternatieve gitaren.

Mal gucken. Op myspace blijkt: het is weer zo'n kunstacademie-meisje met één trucje.

De nummers worden maar tot 1.30min afgespeeld. Ten halve dus. Dat suggereert dat de 'heelheid' van het subject al bij voorbaat is opgegeven. Hoort men het hele nummer, hoort men slechts twee helften.

Hören Sie lieber: http://www.myspace.com/buschhq

muzikale tijdgeest

Battles, Mirrored (Warp).

Eclecticisme: stukjes uit Amerikaanse post-rock lijn en vroegejaren 70 jazz-rock (vooral het openingsnummer Race:in heeft een zeer prettige Afrikaanse 'feel').
Toch zijn het vooral de zware rock-drums plus basgitaar met staccato ritmes die het klankbeeld overheersen. Daardoorheen kleine variaties in gitaar (kan alle kanten op: pop, prog, 80s rock clichés) en moderne geluidjes. Vocalen zijn niet belangrijk.

Muziek die in elkaar gepuzzeld is. Maar hoe digitaal denken ze eigenlijk?
Je hebt ook het idee dat de heren met new wave zijn opgegroeid.

Conclusie: geen grote muziek, eerder interessant. De cruciale vraag is wel: wordt er vooruitgang geboekt tov Trans Am?


Apparat, Walls (Shitkatapult)

Eclecticisme: een staalkaart aan moderne electronische geluiden, plus Prince-invloed en 80s pop-invloed. Wisselt per nummer. Aan de basis van een nummer liggen steeds de beats: weinig enerverend, denk DJ Shadow. Soms aangevuld met echte strijkinstrumenten (al hoor je niet per se verschil met een pro-tools versie).

De cruciale vraag is hier: waarom strijkers en piano in dit soort muziek altijd zo tonaal/romantisch moeten worden ingezet.

Muziek die vaak een beetje zoetig, melodramatisch is. Maar gelukkig ook een heel andere kant heeft: als er een soort zoemend elektronisch shoegazer geluid ontstaat: Fractales 1.

Verrassing: de vocalen. Synthpopfeel van de 80s (de combinatie van melancholie met ietwat blanke soul) komt op prijsnummer Arcadia veel beter voor het voetlicht dan bij Junior Boys.

Eigenlijk een vd betere platen in dit genre die ik de laatste tijd hoorde. Je verkijkt je op de 'makkelijkheid' ervan. Geen grote muziek, maar wel bevredigend.

26.5.07

concert voor oudjes

Gary Lucas, Melkweg 17/5/2007. Concert voor oudjes I. Gary Lucas (bekend van werk met Capt Beefheart begin jaren 80) had een all-star cast bij zich, oa de toetsenist van Talking Heads en personeel van Television en Modern Lovers. Dus het was gelukkig wel elektrisch - meestal doet Lucas solo nl akoestisch (blues)gitaar. Wisselvallig materiaal. Bij vlagen, als er op z'n 70s werd 'doorgerockt' met van die lange meanderende passages, fantastisch. Publiek overwegend mannelijk en middelbaar.

Slint, Paradiso 21/5/2007. Concert voor oudjes II. Nu iets minder oud. Weer allemaal man, dat wel. Uitgerukt voor de reünie van de band Slint. De legendarische plaat Spiderland (1991!) werd in z'n geheel nagespeeld. Met slechts een enkel ander nummer erbij duurde het concert al met al tamelijk kort (1 uur 15 min). Geldklopperij? Het was wel behoorlijk goed. Het geluid was uitstekend, een unicum voor Paradiso. Zware riffs, gevoelige mompelzang. Dynamiek vanuit introspectie. Dat ging later ten onrechte 'postrock' heten, maar dit terzijde.

Shellac, Paradiso 23/5/2007. Concert voor oudjes III. Maar jong en vitaal! Steve Albini, de Lars von Trier vd underground, had waarschijnlijk speciaal gevraagd om op een avond van een voetbalfinale te spelen. Zo is ie wel. We kennen zijn Brechtiaanse streken inmiddels (nummers plotseling afbreken, spelen met verwachtingsboog, publiek zieken), maar met zulk materiaal mag het. Minder publiek dan bij Slint. De drumset bleef wel heel, deze keer.

the story of fish (cont.)

In de wetenschapsbijlage van NRC (26 mei), beschrijft Karel Knip een alarmerend experiment:
---------------------------------------------------------------------------------------------------
"Vrouwelijke hormonen (oestrogenen) uit urine die via het rioolwater in het oppervlaktewater terecht komen bedreigen de visstand. Dat blijkt uit Canadees-Amerikaans onderzoek waarbij een meertje in Canada opzettelijk met oestrogenen werd vervuild. De daar aanwezige populatie dikkop elritsen werd zó onvruchtbaar dat er na twee jaar praktisch geen vis meer over was. ... Nieuw is dat de vispopulatie zich twee jaar na beëindiging van de proef totaal niet had hersteld.

Het team onderzoekers gebruikte drie meren uit de befaamde Experimental Lakes Area (ELA) in Canada als proefbassins. De ELA ligt midden in Canada in een zwaar bebost gebied waar van nature een enorm aantal meren en meertjes voorkomt, dat onderling zowel qua geologie als ecologie grote overeenkomsten vertoont. De ELA-meren worden al decennialang gebruikt voor allerlei ecologisch onderzoek. Men voert een experiment (fosfaatverrijking, pesticidenvervuiling) in het ene meer uit en gebruikt naburige onverstoorde meren als controle-proeven. ...

De onderzoekers brachten de concentratie EE2 [=het oestrogeen dat in veel anticonceptiepillen voorkomt] in meer 260 in het voorjaar van 2001 op een waarde die ook vaak in het afvoerwater van zuiveringsinstallaties wordt gemeten. Zij kozen het van nature aanwezige visje Pimephales promelas (een elrits) als proefobject. Dit dier is pas na een jaar geslachtsrijp en wordt in de natuur gemiddeld maar twee jaar oud. Al zeven weken na de eerste EE2-toevoeging traden de eerste fysiologische veranderingen (vitellogenine-productie) op. In het najaar van 2002 was de populatie gedecimeerd, in 2004 was hij nagenoeg verdwenen. Herstel is uitgebleven."
-------------------------------------------------------------------------------------------------

21.5.07

boekwinkeltjes vs bol

Ik ontving laatst een mail van Bol.com dat zij nu ook tweedehands boeken gaan aanbieden. Of liever gezegd, mensen kunnen via de website van Bol hun tweedehands boeken proberen te verkopen. Tegen een flink percentage voor de site. Het is in distributie waar de winst behaald wordt. Ook al gaat het om kleine beetjes. En hoeft de site eigenlijk zelf niets te doen: principe van de McDonalds waar de klant zelf zijn afval moet verwerken.

Chique uitgedrukt: het gaat om de long tail. Selling Less of More. Ook wel: het spam-principe.

Bol.com blijft op de kleintjes letten. Bij mijn laatste bestelling werd na verloop van tijd een academisch boek geannuleerd wegens onbestelbaar. Bij de restitutie van het bedrag hielden ze abusievelijk de 1,95 orderkosten in. De klantenservice reageert wél, dat moet gezegd. Enkele tientallen mailtjes later, met steeds andere personen, is de slotsom: ja, er is een foutje gemaakt; nee, die 1,95 krijg je niet terug, maar wél een 'coupon', dwz een code, twv 1,95, die ik bij mijn volgende Bol-boeking (binnen drie maanden) kan gebruiken.

Sympathieker is www.boekwinkeltjes.nl. Onlangs zeer tot tevredenheid een aanbieder gevonden die bij mij om de hoek woonde. Spaart weer verzendkosten, nietwaar? Mijn romantische idee van de particulier die zijn eigen boeken aanbiedt werd echter meteen onderuitgehaald. Hij verkocht ook maar de dingen door die hij op zijn zolder had opgeslagen. Waarschijnlijk iemand die de door de Slegte versmaadde partijen (bv van overleden opa's, oma's) wél ophaalt.

Het heeft wel iets moois. Een steeds betere, fijnmazigere verdeling van de koopwaar. Elk boek houdt kans om uiteindelijk zijn bestemming te vinden. Titels blijven in de running. Titels kunnen tot in eeuwigheid op websites verstoffen, tot ze dan plotseling opbloeien in een snelle koop.

De professionele antiquariaten van antiqbook.com hebben boekwinkeltjes.nl ook ontdekt. En masse hebben ze hier hun voorraden titels ingevoerd. Economisch gesproken hopen ze op de long tail van de 'sleeper': het onverkoopbare boek waarvoor toch die ene koper bestaat. Het mag even duren. Het net is geduldig.

Boekwinkeltjes.nl kent nog enorme fluctuaties in prijs voor hetzelfde boek. De site is nog niet zo gerationaliseerd als de andere. Wees er snel bij. Het kan nooit lang duren.

mens en beest

Er schuilt iets nobels in de passage a l'acte van gorilla Bokito. Een laatste uitweg uit de menselijke hel die hem met schizofrene boodschappen opzadelt: dagelijks door tuig met steentjes of erger bekogeld, en tegelijk met liefdeslust aangehaald. 

De laatste restjes natuur in het opgesloten dier, weerloos en geplaagd, slaan terug. 
"Bokito maakte een sprong van 3,5 meter; hij haalde de overkant van de gracht en kon zich net met zijn voorpoten op de kant hijsen." (Bedenk daarbij dat gorilla's niet kunnen zwemmen om de werkelijke heroïek van dit alles te ervaren.) 

Die middelbare vrouw die de arme gorilla 'stalkte' door steeds oogcontact te leggen gaat nu tegen de dierentuin procederen. Maar kreeg ze niet wat ze wilde? Ze heeft haar seksuele fantasie kunnen realiseren. Rauw en in the flesh. Zodat de de passage a l'acte van de aap haar in omgekeerde vorm de ware betekenis van haar fantasie onthult: doodsdrift van het lege subject van de verzorgingsstaat. 

De gorilla is nu volkomen mediaal. Beroemd in Duitsland om zijn uitbraakpogingen. Nu nog beroemder. Nog meer middelbare stalksters zullen verschijnen, mimetische dwang is mode.
"Een jonge filosofe en literatuurwetenschapper [sic] bestudeerde vijf jaar lang de driehoeksrelatie vrouwen-apen-mannen in 20e eeuwse boeken en films". Ze wordt zonder ironie als expert geciteerd naast echte biologen en apendeskundigen.

Iets anders: wordt het niet eens tijd voor een mondiale arbeidsdeling qua natuurcommodificatie? Dat nationale dierentuinen alleen nog hun eígen nationale natuur mogen opsluiten en laten zien. Dat zou betekenen dat bv deze gorilla slechts in het land van herkomst bezichtigd zou kunnen worden. Goed voor meer toerisme naar Afrika. Lokale expertise ipv gedekolonialiseerde hubris.

Daarbij: een museum voor nederlandse natuur lijkt me een stuk relevanter dan een museum voor vaderlandse geschiedenis.

Daratt

Film kan, als een van de langzamere media, toch wel eens door de actualiteit worden ingehaald. Dat is het geval bij Daratt (regie: Mahamat Saleh-Haroun), een film uit Tsjaad die draait net nu dat land weer in het nieuws is. De film is gefilmd in de naief realistische stijl die voor films uit Afrika nog altijd zeer gebruikelijk is. Het meest interessante is vaak niet zozeer het verhaal alswel de antropologische blik op het dagelijks leven van een onbekend land. In Daratt zijn het vooral enkele straatbeelden van de hoofd(?)-stad, vol verkeer en mensen, die indruk maken. De film biedt de Westerse kijker ahw een ongemedieerd venster op een werkelijkheid die in de gewone nieuwsmedia níet of slechts als passief decor voor geweld aan bod kan komen.

Geweld is in de plot dan ook de leidende draad. Een jongeman komt naar de stad om de man te vermoorden die ooit zijn vader heeft vermoord. Vanuit transistor-radioo'tjes horen we tegelijk af en toe de uitspraken van een waarheids-commissie die een soort amnestie voor oorlogsmisdadigers afkondigt. Dat is gezien het wat onbevredigende einde waarschijnlijk ook de officiële ideologie van de film. De man blijkt een klein bakkerijtje te runnen, de jongen wordt zijn leerling. Zo ontwikkelt zich een wat voorspelbare oedipale situatie -- aantrekkelijke jonge echtgenote incluis. Eigenlijk verwacht je dat het morele perspectief wat meer zou worden uitgewerkt, nl dat de jongen door het moeizame leerproces van ambachtelijk brood bakken 'ervaart' hoe kwetsbaar en misschien juist daardoor waardevol het leven is. Maar zoals gezegd, psychologisch is het allemaal wat eendimensionaal. De eerst nog zeer 'sterke' vaderfiguur wordt halverwege de film bv opeens onverklaarbaar 'zwak', middels plotselinge rugklachten en sentimentaliteit.

Het grootste gedeelte van de film speelt zich af in de besloten ruimtes van de bakkerij. Die heeft een soort binnenhof die me wel enigszins deed denken aan eenzelfde soort ruimte in de film Bamako, waar ik eerder over schreef. Het interessante, in retrospect, van die film was dat de 'rauwe' werkelijkheid (in de fenomenologische zin van het tonen van een wereld) daar helemaal 'buiten' het kader bleef, terwijl er wel een soort 'publieke' werkelijkheid werd binnengehaald middels het gefingeerde tribunaal tegen de wereldbank. In Daratt treedt men wat makkelijker buiten het sociale kader van de besloten privé-ruimte, maar heeft men geen echte ideeën over de publieke (of politieke) dimensie.

Overigens, ook bij deze film verveel je je af en toe, wat samenhangt met het tempo, de psychologie, en vooral de stijl. De camera wordt puur instrumenteel gebruikt, dus om iets te laten zien dat er al is. Er wordt maw nog niet nagedacht over de verhoudingen tussen afgebeelde werkelijkheid en de mogelijke verbeelding ervan.

I don't want to sleep alone

I don't want to sleep alone is een film vol mededogen en meedogenloosheid. Tsai Ming-Liang (regie) richt zich op de onderkant van de Maleisische samenleving, zijn geboorteland. Aan die onderkant bevinden zich gastarbeiders en service-workers die als een reserve-leger van goedkope arbeidskracht het mondiale moderniseringsproces draaiende houden. Ming-Liangs vaste hoofdrolspeler is vermoedelijk ook zo'n gastarbeider die net in de stad is gearriveerd (zoals gebruikelijk wordt er niets uitgelegd en nauwelijks in de film gesproken). De film opent fraai met een straatscene waarin een groepje oplichters 'magische getallen' voor de loterij aan omstanders verkoopt. Juist de structureel kanslozen geloven in de illusies van het kansspel. Economische afhankelijkheid is voor hen alleen zo te verinnerlijken.

De hoofdpersoon wordt door de oplichters afgetuigd en vervolgens zwaar gewond op straat achtergelaten. Een passerende groep mannelijke gastarbeiders uit Bangladesh(?) ontfermt zich over hem. Een van hen verzorgt de gewonde en deelt zijn matras met hem. Het wordt allengs duidelijk dat er mogelijk meer gevoelens dan alleen barmhartigheid een rol spelen; tegelijk ontstaat er ook een voorzichtige seksuele toenadering tussen de hoofdpersoon en een vreemd meisje (ook hier weer gespeeld door de vaste actrice); dus een soort erotische driehoekssituatie. Er is ook nog een soort (Mozartiaanse?) verdubbeling in de verhaallijn, maar minder abstract dan in Ming-Liangs vorige film. Heel subtiel verschuift het perspectief van economische naar persoonlijke ontworteling. De film toont de 'authentieke' solidariteit aan de onderkant van de samenleving, midden in de vervreemding zogezegd. Maar ook dat die solidariteit altijd dialectisch verbonden moet zijn met een grotere psychische 'behoefte' aan intimiteit. Zo worden de economische slaven ook slaaf van hun verlangen.

Het draait bij deze regisseur natuurlijk altijd om de tamelijk abstracte categorie 'menselijkheid'. Of liever, 'menselijkheid onder het kapitalisme'. Zijn films zijn in wezen gericht op het innerlijk van de mens, al houden ze halt bij de zichtbare uiterlijke grens van gezichten, lichamen en sociale ruimtes. Ook hier weer de long-takes. Wat mij bij deze film bij die long-takes vooral opviel was het belang van de camera-afstand tot de personages. Die afstand is niet ver, noch te dichtbij, niet voyeuristisch maar wel intiem. Ahw een kijken vanuit mede-menselijk perspectief: vandaar dat die blik zowel medogenloos als vol mededogen kan zijn.

17.5.07

beeldvorming en geloof

De paus heeft het kapitalisme en het communisme verordeeld. Voor de beeldvorming. Vanuit het katholicisme bezien zijn het beiden wereldse verzoekingen. 

Bezien vanuit de arme volksmassa's zijn kerk en kapitalisme in hun rijkdom niet van deze wereld. Het communisme kennen ze niet en hoeven ze dus ook niet te veroordelen.

De katholieke kerk is anti-communistisch en ziet zichzelf graag als anti-kapitalistisch. Maar nu is de nood aan de man: men stapt in Brazilië, de volkrijkste katholieke natie ter wereld (155 miljoen katholieken), massaal over naar evangelische pinksterkerken. Vooral de armen. Dus komt de paus op bezoek. Voor de beeldvorming.

Als de wereld slecht is, komt dat zeker door deze paus. In een eerder leven was hij als prefect in Brazilië aangesteld. Zijn voornaamste opdracht was het bestrijden van de toen (jaren 70, begin jaren 80) in heel Zuid-Amerika zeer populaire bevrijdingstheologie. Hij is daar goed in geslaagd. Er werd sindsdien door de heersers nooit meer vanuit de armen gedacht.

Wat te doen? De noch kapitalistisch noch katholiek te exploiteren misere van de armen vindt nu geestelijk verlichting bij de evangelicos. Maar wat preken deze charismatische showmasters? Self-empowerment ipv solidariteit. Voor de beeldvorming. 

Midden Oosten

Interessant stuk in de NRC van zaterdag 12 mei, 'Wat stelt dat Midden-Oosten nou helemaal voor?' van Edward Luttwak.

De schrijver is verbonden aan het Centre for Strategic and International Studies in Washington DC, een aan de Amerikaanse overheid verbonden denk-tank, waar ook Henry *misdaden tegen de menselijkheid* Kissinger hoog op de Board of Trustees and Counselors staat. Zie http://www.csis.org/about/financial/ voor een kijkje in de onderliggende financiering: een budget van op jaarbasis zo'n 3o miljoen dollar.

Tussenvraagje: waarom is het NRC eigenlijk sinds een paar jaar zoveel Amerikaanse politieke commentaren gaan publiceren? Denk aan die oninteressante Thomas Friedman.
Dat zorgt er onder meer voor dat dat air van realpolitik bon ton wordt, waarmee de Charles Groenhuijzens van deze wereld ons belastinggeld verkwisten.

Wat stelt het Midden Oosten nou eigenlijk voor?
Luttwak claimt dat de strategische betekenis van de regio te verwaarlozen is. Het zou het beste zijn als de wereldpolitiek de regio voortaan links laat liggen.

Ik geef kort zijn argumenten tegen de voor de hand liggende bezwaren weer:
-Maar de invloed van de olie dan?
De eerste en meteen ook laatste keer dat het 'oliewapen' door Arabische mogendheden werd gebruikt was tijdens de oliecrisis van de jaren 70. Sindsdien heeft men daar de politiek losgekoppeld van de olieprijzen. Die prijzen zijn trouwens alleen maar gedaald tussen 1981 en 1999. Amerika heeft ook het aandeel van de olie-import uit het Midden Oosten weten terug te brengen (28% in 1975, 17% in 2005).
-Maar het conflict tussen Israël en de Palestijnen?
In geo-politiek opzicht van geen enkel belang. Verder zijn er in het hele Joods-Palestijnse conflict (sinds 1921) nog geen honderdduizend slachtoffers gevallen, "ongeveer het aantal slachtoffers van één seizoen strijd in Darfur". Het conflict wordt door onze politiek leiders en Midden-Oosten experts dus enorm overdreven. Het is altijd weer 'vijf voor twaalf', het uur van de waarheid. Maar wát er dan gebeurt heeft nooit veel om het lijf: het even opflakkeren of uitdoven van de bekende oude geweldscyclus.
-Maar de militaire dreiging van Iran?
De Midden-Oosten experts zijn ook schuldig aan het instandhouden van die mythe van de militaire slagkracht van de Arabische wereld. Zoals de geschiedenis al te duidelijk uitwijst, worden de legers van bv Egypte of Irak binnen een mum van tijd weggeblazen door Israël of de Westerse mogendheden. Men spreekt in het Westen graag vol ontzag over de zgn elitetroepen en Republikeinse of Revolutionaire Gardes -- die in werkelijkheid nog nooit een oorlog gewonnen hebben. Nu begint men als onderdeel van het demoniseren van Iran ook weer de militaire dreiging van dat land te overdrijven.
-Maar het fundamentalisme van de bevolking dan?
Nog zo'n mythe: dat alle Iraniërs zich vol vaderlandsliefde achter het nucleaire programma scharen. De Iraanse bevolking (70 miljoen) is sterk verdeeld langs etnische, religieuze en politieke lijnen. Niet meer dan de helft van de bevolking is etnisch Perzisch.

Als je er objectief naar kijkt is het Midden Oosten een in alle opzichten achtergebleven gebied.
"De bevolking van het Midden Oosten - niet meer dan circa vijf procent van de wereldbevolking- is opvallend improductief, waarbij een hoog percentage helemaal geen deel uitmaakt van de beroepsbevolking."
Dat geldt zelfs voor het voorheen veel hoger ontwikkelde Iran, waar landbouw en industrie zo improductief zijn dat de economie ook hier van de olie afhankelijk is geraakt.

Luttwaks conclusie: geen aandacht meer aan besteden. Met rust laten. In hun eigen sop laten gaarkoken.

Ik moet zeggen: het heeft wel wat. Graag ook alle Westerse journalisten van Jeruzalem naar Afrika verplaatsen!

Maar ja, de achilles-hiel: dat van die olie is toch wat onaannemelijk...

9.5.07

Björk en cultuurindustrie

Zelfs Björk kan niet meer om de wetten van de cultuurindustrie heen. Björk levert net als Madonna een naam als het format voor de aankoop van de hipste technologieën van het moment. Dat alles wordt gedrapeerd rond de stem -trademark- die 'individualiteit' moet ensceneren. Die stem kennen we allemaal, natuurlijk. 'Nieuw' klinkt op de cd's alleen de technologie.

Het eigenaardige aan Volta is de bewuste mimesis van Post en Homogenic. Hetzelfde recept van een paar ballades, wat sprookjesachtige nummers, en een of twee 'harde' beats-driven nummers. Waarbij opvalt dat qua melodie en refrein sommige nummers van toen en nu vrijwel inwisselbaar zijn. Net zoals Beck op Guero met een stalen grimas Odelay volkomen letterlijk ging 'kopiëren'. Spin gedevolueerd tot stasis. Het 90s p/m multi-culti eclecticisme gevangen in het keurslijf van geformattede songstijl zonder vooruitgang.

Wat heel even nieuw is (primitieve techno-beats, pro-tools strijkers, etc) klinkt nog sneller gedateerd. Cd's van Björk en Madonna leveren zo de toekomstige archeoloog van de popmuziek een doods compendium van de modieuze sounds van vroeger. Deze keer zijn dat bv de stem van Anthony, en de geluiden van Timbaland en Konono No 1.

Summum van reïficatie anno 2007: het in zijn perfectie kristalheldere kora-spel van Toumani Diabate.

Just gimme indie...pop

1. Men blijft maar indierock maken van een makkelijke, veilige slag a la Grandaddy. Dat is eigenlijk verbazingwekkend. Hoeveel gelijksoortigheid kan een genre verdragen voordat het is uitgespeeld? De variatie-ruimte moet in dit geval toch redelijk begrensd zijn. De stijl wordt nu overal (niet meer alleen in de US) gespeeld, is ook niet moeilijk te beheersen. Kan een luisteraar er dan eeuwig van blijven genieten zonder dat er in zijn gehoor een of andere leer-curve naar meer complexiteit in werking treedt?

2. Indierock van deze soort is een geval van verpopte rock. Begin jaren 90 is er ahw een pop-gen geënt op de stamcellen van de alternatieve underground (rock). Denk bv aan Velocity Girl. En met succes. Die gevoelige kant heeft zich steeds meer van de toch stekelige basis weten te emanciperen; er is een format ontstaan dat emoties toegankelijk in gitaren verpakt. Eenzelfde proces als de evolutie van de 'hardere' kant van de indierock: via grunge uitgekristalliseerd tot het format van de emo.

3. De betekenis van een genre ligt niet intrinsiek vast in het muzikale materiaal alleen. Zo krijgt deze indierock bij steeds gelijkblijvende vorm momenteel een heel andere betekenis dan daarvoor. Dat komt door de differentiëring binnen het pop-veld als geheel. Daar is nu weird, prog, en retro aan de orde van de dag. Daarmee vergeleken klinkt indierock nu opeens erg 'gewoon'. Gewoon als in gewoontjes, maar ook gewoon als normaal, als een vorm van normaliteit. Indierock als een 'natuurlijke' vorm van communicatie. Dat maakt het wel moeilijk om er nog de een of andere 'alternatieve' kwaliteit in te horen.

4. The Shins zijn eigenlijk het meest ambitieuze wat indierock tegenwoordig nog vermag. Maar zet je de laatste Shins tegenover een hippe debutant als David Vandervelde, dan voel je de beperkingen van een meer 'gesloten' genre als de indierock. De Shins moeten het vaste song-skelet kunstmatig 'openen' om er allerlei (60s) invloeden als tierlantijntjes aan toe te kunnen voegen. David Vandervelde opereert in zijn retro-eclecticisme veel vrijer, namelijk puur vanuit de (70s) invloeden zelf. In feite zijn het die lieve Shins die decadent zijn en kan juist retro gezien worden als verjongingskuur.

5. Built to Spill, live, Paradiso 6 mei. Een weinig pakkend optreden. De band lijkt gevangen in een dilemma dat met dat van de indierock van doen heeft. Enerzijds is er de kant van lieve, toegankelijke liedjes (indiepop), anderzijds de erfenis van lawaaiig uitwaaierende gitaren. Op de middenweg die meestal door de band gekozen wordt blijft het schipperen. Een schizofrene tweespalt tussen korte, Shins-achtige nummers en lange exercities in Neil Young-stijl. Dit klinkt opeens typisch als indierock in jaren 90 major label-stijl: gecompromitteerd. Een stilistische dead-end. (Natuurlijk wel goed dat ze nog gewoon bestaan).

4.5.07

het minste van twee kwaden

Het bizarre van de situatie in de USA. Een anti-Bush stemming, eindelijk. Anderzijds is wat de Democraten nu willen natuurlijk ook geen oplossing: onmiddellijke terugtrekking van de troepen uit Irak. Dat zou trouwens vermoedelijk betekenen dat de legers van Europese en andere minderheden tot het eind der tijden de rommel mogen proberen op te ruimen.

Nog eentje: Neelie Kroes in de beeldvorming. Van een zelf enigszins verdachte ondernemer (die in astrologie gelooft) naar een principiële EU-Commissaris die marktwerking wil afdwingen. Hoe vuil zijn schone handen?

ChristenUnie vs SGP? De polarisatie in de beeldvorming creëert een 'goede' en een 'foute' partij. De CU is opeens 'genormaliseerd' en dat maakt dan de SGP 'fout' vanwege de gereformeerde bekrompenheid. De populariteit van de ene is gebouwd op de demonisering van de andere. Men vergeet hoe klein de ideologische afstand tussen beiden daadwerkelijk is.

Björk heeft het erover op haar nieuwe cd. In nummer 8, 'Hope', zingt ze ons in haar typische dialect de volgende prangende vragen toe:
"what's the lesser of two evils, if a suicide bomber made to look pregnant, manages to kill her target or not?...
what's the lesser of two evils, if she kills them or dies in vain? ...
what's the lesser of two evils, if the bomb was fake or if it was real?"
Zo lijkt het opeens helemaal niet zo moeilijk. De Westerse mens (M/V) moet gewoon meer zijn bek dicht houden.

Ik herinner me een interview op TV. Aan de ene kant van de tafel Geert Wilders. Aan de andere kant een europarlementariër van Groen Links -- zijn naam ontschiet me, wel was hij nogal lelijk en bleek getrouwd met een Turkse; dat laatste voor het vervolg niet zonder belang. Het debat ging over de toetreding van Turkije tot de EU. We weten wat Geert Wilders daarvan denkt. Maar door wat zijn tegenstander zei begonnen diens argumenten plotseling heel rationeel te klinken. De Groen Linkser zei nl dat Turkije "onvermijdelijk" binnen 25 jaar bij Europa hoort. Dat is nu eenmaal wettelijk vastgesteld. Daar is niets meer tegen te doen. Dat zal zo gaan en niet anders.
Oh hubris!

A blijft op de kleintjes letten

uit de NRC Next van vandaag:

ABN Amro zat fout bij beursgang World Online

commentaar overbodig lijkt me.

------------

tevens:

Moberg moest al een jaar weg

maar Moberg had een opzegtermijn van een jaar, dus bleef hij zitten


Begin vorig jaar heeft Aholds raad van commissarissen Moberg al gevraagd op te stappen, maar Moberg bleef gewoon nog een jaar. Waarom? Wat is de logica van dat 'dus' in "dus bleef hij zitten"?

Soms bekruipt je de sombere gedachte dat Nederland hierin uniek is, dat er buiten Nederland nergens dergelijke onwaarschijnlijke arbeidsvoorwaarden voor de economische elite te vinden zijn. Dat alleen in Nederland exorbitante zelfverrijking zonder enige vorm van tegenprestatie mogelijk is. Zou Nederland niet stiekem te boek staan als het land waar je in je carriere als buitenlandse 'topman' een keertje geweest moet zijn om even onbeheersd te graaien?

'Dat zijn ze daar zo gewend'.

------------

ABN-malaise: Is er eigenlijk iemand te vinden die oprecht gelooft dat er geen gedwongen ontslagen zullen vallen? Dat het hoofdkantoor daadwerkelijk in Nederland blijft? Ze zullen misschien pro forma een jaar of twee een kantoor in Nederland aanhouden, om dan bij de volgende reorganisatieronde 'op zwaarwegende economische gronden' het hele zaakje toch naar London over te hevelen. Dan zal vermoedelijk ook blijken dat er in de contracten door ABN helemaal niets is afgedwongen. Dat er helemaal niets in te vinden is over 'hoofdkantoor in Nederland' ed, buiten een met Engels understatement opgestelde intentieverklaring die te subtiel was om door de Nederlandse onderhandelaars te worden begrepen.

------------

Moberg krijgt in ieder geval nog een jaarsalaris mee (hoeveel miljoen staat er niet bij). Een gouden handdruk mag niet worden uitgesloten. Wat heeft Moberg eigenlijk precies gedaan in die 4 jaar dat hij bij Ahold zat? Op de TV zei hij zijn eigen prestatie vooral te zien in het bewerkstelligen van een omschakeling in het denken van het bedrijf: dat het weer om de klant draait and not the other way round. Huh?

Het wordt tijd voor een serieuze onttovering van - niet zozeer het salaris - alswel het werk van 'topmannen' bij beursgenoteerde bedrijven. Wat is het eigenlijk dat ze daar moeten doen, waaruit bestaat die hoogbeloonde arbeid dan precies? Wij als onderklasse moeten leren door het salaris heen te kijken, naar de geleverde prestaties. In al die morele paniek rond topsalarissen proef je nog te vaak de fetisjisering van de getallen, die als een barriere tussen 'wij en zij' blijven staan. Maar het werk dat zij doen is even banaal als het werk dat wij doen.

------------

AH: de jokerweken zijn weer begonnen! De klant krijgt een velletje stickers in de bus, die hij dan op geselecteerde producten moet plakken, om daarmee aan de kassa korting te verkrijgen. Wat nu als die velletjes überhaupt niet bezorgd worden (nog nooit gebeurd)? Dan zijn ze ook in de winkel te krijgen. Daar zijn ze echter toevallig altijd op. Ik heb toch eens een van de meisjes gevraagd. "We krijgen ze alleen 's ochtends en dan nog maar heel weinig". Ze bracht het nog vrolijk ook, in de spirit van 'winkelen als één groot avontuur'. Dank u Moberg!

De klant moet de producten aanschaffen in de wetenschap dat er in theorie wel een korting voor bestaat, maar dat die er alleen voor jou niet is. Economische ongelijkheid produceert absolute bitterheid.

Deze week is dat gevoel in een andere context nauwer omschreven. De Postcode Loterij werd aangeklaagd door een vrouw vanwege de psychische schade die haar is aangedaan. Zij woonde in het postcode-gebied waar het winnende lot viel, zonder dat zij zelf meedeed. En er viel vervolgens niet meer te ontsnappen aan het vreselijke geld-circus dat de straat introk. Dat maakte haar tot verliezer omdat de buren hadden gewonnen.

27.4.07

muzikale tijdgeest

The Field, From Here We Go Sublime

De nieuwe standaard: het digitaal door elkaar mengen van beats + stem + gitaartrack.

The Field is lekker, maar maakt het zich wel erg gemakkelijk.
Soort lome techno met toevoegingen.
Nummer 2 Paw in my face verknipt digitaal een vette basfunk lijn, aan einde nummer hoor je dan het loopje 'echt'.

Nog weinig dimensies. Gelaagd maar gelikt.


Ben Frost, Theory of Machines

Digitale ruis: gitarige soundscapes die uit de computer komen.

De nieuwe standaard: je hoort achter de drones soms ook de 'echte gitaren' apart doorkomen in het geluidsbeeld.
Gitaarerupties als de vroege Swans. In de Coda hoor je dan letterlijk het origineel.

Ben Frost is lekker, maar maakt het zich niet al te moeilijk. Tweedimensionaal. Gelikt maar gelaagd.

Forget K-Punk

K-Punk wordt zo zoetjesaan door het academische establishment opgeslokt.
Wat een voorspelbare gang van zaken.
Radicalen vd geist die dan inleidingscolleges op Zizek gaan geven.

Wat is er voor de academie zo gevaarlijk aan iemand als K-Punk? Dat hij precies hetzelfde doet als het gros van het tenured cultural-studies personeel, maar: op een hoger niveau.
Want K-Punk begrijpt gemiddeld beduidend méér van radicale theorie en Zizek/Lacan.
Vanuit een niet-academische positie.
Dus dreigt er voor dat academische werk een enorme waarde-inflatie.

Er wordt pijnlijk duidelijk: de academicus die zijn stukjes in de bundels schrijft, kan dat doen op grond van een vaste positie. Er is geen kwaliteitscontrole.
Alleen stricte gate-keeping.
Een ambitieus en kritisch type a la K-Punk verdween vroeger meestal geruisloos in de marge. (Of je moet zo ongenaakbaar zijn als Zizek.)
Dat is nu veranderd. Bij voldoende kritische massa kan men er ook in de academie niet meer omheen dat K-Punk bestaat.
Bij voldoende kritische massa gaan ook studenten de twee afzonderlijke domeinen inhoudelijk vergelijken, en bepaalde conclusies liggen dan voor de hand.

Maar K-Punk is nog gevaarlijker. Eigenlijk bewijst zijn inspirerende geblog vooral dat radicale theorie strictu sensu niet meer dan radicale 'meinung' is.
Het is een naar de wereld leren kijken zoals Zizek zou doen.
Dat is voor de academici natuurlijk helemaal vervelend. Dat onttovert op een fundamenteel niveau de 'wetenschappelijkheid' van hun werk.

En dus zit er niets anders op dan K-Punk in te lijven bij het establishment.
Let op mijn woorden.

Dan is het nog maar de vraag of er behalve colleges Zizek ook colleges the Fall zullen volgen.

memento

De Pers verspreidde op 25/4 de krant ook in de brievenbus.
Nina Brink werd in een reportage aan de schandpaal genageld. Reclamestunt?

Het stuk staat ook op de website.

Kwaliteit kan gratis zijn.

Het verontrustende nieuws hier is de verstrengeling van economische en juridische macht.

Geen nieuws, zult u zeggen.

Alleen: niemand schrijft erover.

En iedereen wil geloven in een complot van de linkse media? Het is een omgekeerde wereld.

Wat als de Telegraaf vanaf vandaag alleen nog maar van dit soort stukken op de voorpagina zou zetten? Zo moeilijk kan het toch niet zijn om een populistische hetze te ontketenen tégen de economische machthebbers.

Zondebokken genoeg in de Nederlandse zakenwereld. De vijand, dat zijn types zoals Nina Brink en haar advocaat: een stelletje graaiers, dat er nog mee weg komt ook.

Maar dat is SP jargon, zult u zeggen.

Dat is in onze middenklasse kringen eigenlijk not done. Zo ... proleet-achtig.

De middenklasse wordt liever emotioneel van het 'allochtonen-vraagstuk'.

Dan trapt men niet per ongeluk op belangrijke teentjes.

Geld stinkt niet, het volk is kort van memorie, ambtenaartje-pesten mode.

naar een verlicht nationalisme

Ons koninklijk huis was de laatste tijd weer even in de media:
-Beatrix pleegt uitkeringsfraude door voor privé-grond europese subsidie aan te vragen.
-Prins Bernhard heeft zich er bij het einde van WOII voor ingespannen om Nazi's te laten ontkomen naar Zuid-Amerika met vliegtuigen van de KLM.
-De radio-speeches van Koningin Juliana tijdens WOII maken geen gewag van het lot dat Joden in de vernietigingskampen te wachten stond, terwijl zij daar - anders dan de meeste van haar landgenoten- al in 1943 van op de hoogte was.

Door ons koninklijk bloed stromen criminele genen.

Als onze parlementaire democratie er niet in slaagt binnen 10 jaar op het Scandinavische (ceremoniële) model over te gaan, ga ik Nederland haten.

-----

ABN Amro was de laatste tijd weer even in de media.

De volgende punten werden al enige tijd geleden aangedragen, oa door Frank Kalshoven:
-het is slecht voor de werkgelegenheid als de bank verdwijnt
-het is slecht voor de financiële expertise van Nederland als het hoofdkantoor verdwijnt
-waarom is die beoogde fusie met ING zo makkelijk mislukt
-waarom hebben onze pensioenfondsen zo weinig belegd in nationale bedrijven
-waarom zouden we niet eens serieus moeten gaan praten over werknemers-aandelen
-waarom doet men hier of de politiek zich er totaal niet mee mag bemoeien (vgl USA)

In de media blijjft het vreemd genoeg op al deze punten oorverdovend stil. Men houdt het bij de 'spannende overnamestrijd' en de aandeelhouders-vergaderingen.

Hier zou een kleine Chomskyaanse analyse op zijn plaats zijn.

Men lijkt wel bang te zijn voor een beetje economisch nationalisme.

Mag ik concluderen: het Oranje-gevoel leeft niet echt?

reli rock (2006)

1. J Mascis & Friends, Sing and Chant for Amma.
De elektrische gitaar-solo, de meest expressieve uitdrukking van westerse subjectiviteit denkbaar, weet hier samen te gaan met oosters mantra-gezang en akoestisch getokkel, waarvan het doel toch moet zijn het subject van zijn subjectiviteit te verlossen. Dit is even subliem onbegrijpelijk als de kopstoot van Zidane.


2. At the Close of Every Day, De Geluiden van Weleer.
Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat er in de Nederlandse indie nooit ook indie gezongen wordt. De zangstijl blijft toch altijd bepaald door de overdreven articulatie van de commerciële rock, zelfs bij de dames; de zanger(es) blijft voor de muziek staan, als een selbst-setzend subject, orakelend als H van der Lubbe, klagend als Anouk. De indie gedachte behelst onder meer dat het subject juist in de muziek opgaat, zichzelf oplost, zich de-subjectiveert.

Dat was het leuke van At the Close of Every Day: de mompelzang. Hoe rudimentair ook, en hoewel erg tegen Amerikaans voorbeeld Idaho aanleunend, hier was dan eindelijk zachte praatzang, lichtjes onverstaanbaar, het gemompelde equivalent van gefluister. En meteen opende zich de nog onontgonnen wereld van introspectie en introvertie in de Nederlandse indie.

Wat is er gebeurd? Op de nieuwe plaat zingen ze opeens in het Nederlands -- wat goed is --, maar je verstaat ook bijna alles -- wat niet goed is. Het reultaat is uiterst ongelukkig: relirock van de kleigrond. In toon en tongval gereformeerd, prijst men de dagen van weleer.

Waar komt dit verlangen naar de goede oude tijd van vóór de ontzuiling, naar gereformeerde normen en waarden vandaan? Het is toch nostalgie naar iets dat niemand werkelijk heeft meegemaakt.

Frans Kellendonk bedacht ooit het oprecht veinzen. Dat idee had veel succes. Er moet denk ik sprake zijn van iets generationeels. De generatie van Kellendonk is nog opgevoed door 'zwaar' gelovige ouders, maar heeft zichzelf relatief gemakkelijk van dat zware geloof kunnen emanciperen. Dan kan er op zeker moment nostalgie ontstaan naar die verloren wereld van ouderlijke zekerheden waarin het geloof zo vast verankerd was. Neem je die nostalgie al te serieus dan wordt het een kwestie van oprecht veinzen.

Momenteel hebben we te maken met een generatie die is opgevoed door 'licht' gelovige ouders. Waarbij ik 'licht' en 'zwaar' bedoel in sociologische zin: het gaat om de mate waarin het individu is ingebonden in de sociale/institutionele verbanden van religie. Je kunt nu heel prettig gelovig zijn zonder de zondagse kerkdwang. Je voedt je kinderen zo vrijblijvend in het geloof op dat ze zich eigenlijk niet eens meer hoeven te emanciperen. De kinderen stellen zelf proefondervindelijk vast dat het inderdaad niets uitmaakt dat je gelovig wordt opgevoed. Je zacht-gelovige ouders voeden niet beter of slechter op dan de zacht-atheïstische buren. Christen-jongeren zijn echt normaal, ze hoeven niet meer gepest te worden op school want ze onderscheiden zich werkelijk niet meer van de anderen. Dit betekent in hogere zin: Geloof maakt geen verschil!

De Geluiden van Weleer laat horen wat er gebeurt als deze weldoorvoede generatie dan toch door gereformeerde nostalgie bevangen wordt. Precies het omgekeerde van oprecht veinzen: onoprecht geloof. Geloof maakt geen verschil, maar toch geloof ik. Dan werkt het beter in iets te geloven dat allang niet meer bestaat: die geweldige jaren 50.


3. Low, The Great Destroyer.
Al bij het debuut wisten we dat dit ex-Mormonen zijn. Dat gaf een bepaalde authenticiteit aan Low's serieuze benadering van de wereld. Verder leek het weinig relevant. De slowcore had een noisy verstilling die nergens in religieuze zaken bleef hangen, maar eerder iets opriep van Freud's 'oceanische' gevoel.

Maar toen kwamen Secret Name en Things We Lost in the Fire... Onvoorstelbaar: pure reli-rock! Alsof ze inderdaad rond het kampvuur liedjes zingen. Als ik me goed herinner is er een nummer dat erover gaat dat je bij ziekte van een kind meer op god dan op de medische wetenschap moet vertrouwen... (Ex)-Mormonen zijn niet van deze wereld... (Kunnen gelovigen ooit echt van hun geloof afvallen?)

Hoe kwam dat opeens? De (non)-productie van Steve Albini op deze beide platen speelde mee: back to basics. Je hoorde nu onverbloemder wat die basis was: een door extreme verlangzaming geabstraheerde blues met community-singing. Steeds weer ging Alan Sparhawk in zang en gitaarspel de strijd met god aan over zijn zondige ziel. Zijn vrouw Mimi was dan eerder de berustende tweede stem -- het vergevende koor.

Low leek op de weg terug. Na Trust kwam The Great Destroyer met een nog duidelijker terugkeer naar de rock-song, en dus naar subjectiviteit (tegenover spiritualiteit). Er komt weer wat tempo in, wat meer luide elektische gitaren, zoemende psychedelische laagjes, pop-melodie zelfs. Het geproduceerd-zijn van deze platen schept een weidsere ruimte. De studio-productie produceert ... wereldsheid.




4. Sufjan Stevens, Illinois (maar in feite zijn gehele oeuvre).
Eerste indruk: Sympathiek maar volkomen betekenisloos.

Dan opeens het inzicht: maar, dit is het klankgeworden iets-isme!

25.4.07

my first murukami

Haruki Murukami, Ten zuiden van de grens, ten westen van de zon.

Een prettige, lichte toon. Let wel: níet de parlando-praatstijl die vandaag de dag zo overheersend is, waarin er buiten de toon zelf niets meer is. Het gaat hier nog echt om het doorgronden van een karakter, om het analyseren van diens innerlijke gevoelens (voor de techneuten onder ons: interne focalisatie!).

De inhoud zelf heeft eigenlijk niet zoveel om het lijf. De held bevindt zich in een typische mid-life crisis: getrouwd, kinderen, zaken op orde; de passie ontbreekt; erotische ontmoeting met jeugdliefde leidt tot dilemma: voor háár kiezen of huwelijk redden. Door die lichtheid van toon kan dat dan zo verteld worden dat het niet banaal wordt.

[Er wordt naar het einde toe de mogelijkheid opengehouden dat die jeugdliefde in feite een geestesverschijning is. Of alleen in de verbeelding van de held bestaat. Ik vond dat niet zo interessant, maar het is voor de plot gelukkig niet van groot belang.]

Het verhaal valt in te delen bij het genus van de romance, het is in feite een romance of remarriage. De romance wordt wel steeds aan het realiteitsprincipe getoetst: het gaat er ahw om romantiek gederomantiseerd toe te laten. Dat is overigens iets dat Murukami, bij alle grote verschillen, van zijn held Scott Fitzgerald heeft overgenomen.

Het boek ademt een apart soort melancholie-light, een beetje zoals de films van Wong Kar Wai dat ook hebben. Een melancholie die duidelijk raakvlakken vertoont met kitsch of de weltschmerz van bepaalde reclames, maar daar op de een of andere manier boven uit weet te zweven.

Dat heeft natuurlijk ook allemaal te maken met pop. Murukami is een fan van de westerse popcultuur in het algemeen -- jazz, of jeugdcultuur; hoe je het noemt maakt niet zo veel uit, denk ik; in deze wereld passen Scott Fitzgerald en Miles Davis even goed als de Beatles. Murukami schrijft ahw vanuit de popcultuur zelf. De held -- en men vermoedt vanwege enkele uit diens biografie bekende elementen: de auteur-- probeert in het hele boek een authentiek en romantisch leven leiden. Dat is alles.

Maar niet niks natuurlijk. Murukami is hier 100% integer en daarom blijft het verhaal geloofwaardig. Hij wil als schrijver niet teveel. Het dreigt nooit zwaar op de hand te worden. Maar het is wel romantisch.

Pop-authenticiteit is een 'lichte' vorm van authenticiteit.

De popcultuur, vooral als Amerikaanse popcultuur, heeft naar ik vermoed in Japan nog iets oneigenlijks, een beetje een westerse codering. Ik proef in dit boek in ieder geval wat meer afstand tussen het romantische pop-ideaal en het dagelijks leven, dan wij -- met ons overal ingeburgerde zelfontplooiings-kapitalisme -- gewend zijn. Vervreemding is een te groot woord misschien, maar het speelt een rol.

Dit is dan ook het grote verschil met de verder in veel opzichten vergelijkbare Hornby: Hornby vertrekt vanuit de aanpassing, Murukami vanuit de onaangepastheid.