9.5.07

Just gimme indie...pop

1. Men blijft maar indierock maken van een makkelijke, veilige slag a la Grandaddy. Dat is eigenlijk verbazingwekkend. Hoeveel gelijksoortigheid kan een genre verdragen voordat het is uitgespeeld? De variatie-ruimte moet in dit geval toch redelijk begrensd zijn. De stijl wordt nu overal (niet meer alleen in de US) gespeeld, is ook niet moeilijk te beheersen. Kan een luisteraar er dan eeuwig van blijven genieten zonder dat er in zijn gehoor een of andere leer-curve naar meer complexiteit in werking treedt?

2. Indierock van deze soort is een geval van verpopte rock. Begin jaren 90 is er ahw een pop-gen geënt op de stamcellen van de alternatieve underground (rock). Denk bv aan Velocity Girl. En met succes. Die gevoelige kant heeft zich steeds meer van de toch stekelige basis weten te emanciperen; er is een format ontstaan dat emoties toegankelijk in gitaren verpakt. Eenzelfde proces als de evolutie van de 'hardere' kant van de indierock: via grunge uitgekristalliseerd tot het format van de emo.

3. De betekenis van een genre ligt niet intrinsiek vast in het muzikale materiaal alleen. Zo krijgt deze indierock bij steeds gelijkblijvende vorm momenteel een heel andere betekenis dan daarvoor. Dat komt door de differentiëring binnen het pop-veld als geheel. Daar is nu weird, prog, en retro aan de orde van de dag. Daarmee vergeleken klinkt indierock nu opeens erg 'gewoon'. Gewoon als in gewoontjes, maar ook gewoon als normaal, als een vorm van normaliteit. Indierock als een 'natuurlijke' vorm van communicatie. Dat maakt het wel moeilijk om er nog de een of andere 'alternatieve' kwaliteit in te horen.

4. The Shins zijn eigenlijk het meest ambitieuze wat indierock tegenwoordig nog vermag. Maar zet je de laatste Shins tegenover een hippe debutant als David Vandervelde, dan voel je de beperkingen van een meer 'gesloten' genre als de indierock. De Shins moeten het vaste song-skelet kunstmatig 'openen' om er allerlei (60s) invloeden als tierlantijntjes aan toe te kunnen voegen. David Vandervelde opereert in zijn retro-eclecticisme veel vrijer, namelijk puur vanuit de (70s) invloeden zelf. In feite zijn het die lieve Shins die decadent zijn en kan juist retro gezien worden als verjongingskuur.

5. Built to Spill, live, Paradiso 6 mei. Een weinig pakkend optreden. De band lijkt gevangen in een dilemma dat met dat van de indierock van doen heeft. Enerzijds is er de kant van lieve, toegankelijke liedjes (indiepop), anderzijds de erfenis van lawaaiig uitwaaierende gitaren. Op de middenweg die meestal door de band gekozen wordt blijft het schipperen. Een schizofrene tweespalt tussen korte, Shins-achtige nummers en lange exercities in Neil Young-stijl. Dit klinkt opeens typisch als indierock in jaren 90 major label-stijl: gecompromitteerd. Een stilistische dead-end. (Natuurlijk wel goed dat ze nog gewoon bestaan).

Geen opmerkingen: