27.2.07

dubbele paspoorten, dubbele petten

De discussie rond het dubbele paspoort van twee staatssecretarissen is van een treurigstemmende lachwekkendheid. Politici die beter zouden moeten weten laten zich door de media dwingen tot het ingaan op borreltafelpraat. De borreltafelpraat infiltreert ongemerkt het discours van de Tweede Kamer.

1.
Misschien is het in deze context interessant even terug te grijpen op een opiniestuk in NRC Handelsblad van 27 januari 2007, dat een pleidooi houdt voor een ander Nederlands integratie- en migratiebeleid. Het werd geschreven door Ruud Lubbers, Halleh Ghorashi (bijzonder hoogleraar Diversiteit), en Naema Tahir (juriste en columniste). Zij willen uitgaan van drie kernbegrippen: participatie, 'circulaire' arbeidsmigratie, en transnationaal burgerschap.

Het nieuwe toverwoord, ook van het vers aangetreden kabinet, is blijkbaar 'participatie'. Dat klinkt beter dan 'integratie', maar of er wezenlijk iets anders mee bedoeld wordt is de vraag. De negatieve kanten van het eerdere begrip worden wat verdoezeld, maar de retorica blijft even abstract en vaag.
Ik citeer: "Aan de andere kant kan van de migranten ook gevraagd worden actief deel te nemen aan bijvoorbeeld buurtactiviteiten, sportactiviteiten, verenigingsleven etc. In veel gevallen hoeft dit punt niet eens gemaakt te worden: migranten zijn per definitie ondernemers en 'overlevers'. Als hun participatie niet lukt, moet de vraag worden gesteld wat er mis is gegaan en hoe participatie verder gestimuleerd en geregeld kan worden."
We hernemen: Actief deelnemen aan activiteiten (zou dat ook anders mogen, passief bv)? Migranten zijn 'per definitie' x of y (ondernemers of gelukszoekers)? Als beleid mislukt moeten er vragen gesteld worden opdat weer nieuw beleid wordt verzonnen? Participatie 'regelen', zoals men de aanbesteding van publieke werken 'regelt'?

Transnationaal burgerschap: 'Wij moeten onszelf gaan zien als transnationale burgers... Door de snelle technologische ontwikkeling in de communicatie (media, internet) en het transport is het nationale 'overstegen'... Mensen gaan nu daar naar toe, fysiek, virtueel, of cultureel, waar zij zich het beste kunnen ontplooien, waar zij hun geluk denken te vinden."
Ja, als het leven toch zo neo-liberaal was...

Het volgende punt is dan dat het door het gebrek aan erkenning binnen Nederland logisch is dat migranten terugvallen op hun good old religion. Daarna de geweldige zin: "Als succesvolle, participerende transnationale burgers kunnen migranten een brugfunctie vervullen." Denk hier aan Borat: you briedge? Ten slotte: we moeten niet onze emancipatie-modellen op vrouwelijke migranten projecteren, "maar hun veiligheid binnen hun eigen culturele ruimte bieden, zodat zij van binnenuit die cultuur durven bekritiseren en van delen ervan afstand nemen". Maar als er nou met die eigen culturele ruimte iets heel erg mis is?

Circulaire migratie: men schetst hier, kort samengevat, een soort ideale flex-werk situatie. Alle burgers van de wereld moeten vrij zijn hun arbeidskracht overal te verkopen. Wel met betere, maar tevens tijdelijke contracten. Borat: 'Iedereen fijn werken, iedereen blij'. De teneur verraadt zich in de zin: "Economen zijn het erover eens dat een liberalisering van de mondiale arbeidsmarkt de wereldeconomie een enorme stimulans geeft." Ha, ha.

2.
Het is duidelijk dat van dergelijk beleids-jargon geen antwoorden verwacht mogen worden. 

Het lege begrip 'transnationaal burgerschap' is a.h.w. de onbereikbare ideaal-vorm van het dubbele paspoort. 

Het erge is dat bij dergelijk jargon altijd vanuit een bevoorrechte positie wordt geëxtrapoleerd. Transnationaal burgerschap is er voor voetbalcoaches, misschien, maar niet voor de gewone man die wel gewoon zijn belastingen betaalt. De uitvinding van zo'n 'transnationaal burgerschap' kan alleen gedaan worden door de reeds succesvol aan het nationale ontstegen elite. Net zoals in de jaren 90 het 'nomadisch subject' in academische kringen werd gevierd, een slecht verhulde reflex van de eigen bevoorrechte positie. 

Maar voor wie spreekt de politieke elite?

De paspoorten discussie maakt duidelijk dat de kloof tussen politici en de zgn man in de straat immens is. Niemand heeft het erover wat de man in de straat met zijn ongerief over dubbele paspoorten, dubbele petten werkelijk zou kunnen bedoelen. Waar het misschien alleen om gaat is het gevoel dat 'allochtonen' wel vaak een beroep doen op de vormen van hulp, uitkeringen, zorg e.d. die er in Nederland voorhanden zijn, dus van de gastvrijheid goed gebruik maken, maar andersom, bv op vakantie in het thuisland, opeens helemaal geen Nederlander meer willen zijn. Dat is een onderbuik-gevoel. Maar een onderbuik gevoel van een kansloos tot het lokale veroordeelde onderklasse. Die heeft moeite met het begrijpen van een wereld waarin Marokka opeens 'naast de deur' ligt. 

Wilders speelt daar goed op in. Laten we hem in godsnaam niet meteen gaan demoniseren. Dat is te makkelijk. Hij heeft het ten minste niet over participatie, transnationaal burgerschap, en circulaire arbeidsmigratie als oplossing. Maar het ressentiment van de door de globalisering bedreigde, tot het nationale veroordeelde (en ja, het is ook nog Nederland) modale burger verdient betere uitlaatkleppen.

3.
Laten we met een wat luchtiger noot eindigen. Heeft iemand al vragen gesteld over het taalgebruik van de beide staatssecretarissen? Ze spreken goed, begrijpelijk, maar zeker geen foutloos Nederlands. Hoe zit het met de officiële teksten die ze zelf moeten gaan schrijven? Moeten er misschien speciale ambtenaren (tweetaligen?) aangesteld worden als taal-coach?

Het nét door elkaar haspelen van Nederlandse uitdrukkingen is nu nog een charmant gegeven; zou Aboutaleb's taalgebruik echter onder druk niet veel meer barsten gaan vertonen? In hoeverre onderschrijven we de gedachte dat taalbeheersing ook voor het denken bepalend is? Vragen die vooral zorgwekkend moeten zijn voor Albayrak. Haar intonatie suggereert op de een of andere manier dat ze haar taalgebruik wil behoeden voor verkeerde gedachten.

Dekker vs Plasterk

Gevonden in Dirk van Delft, De Toppen van het Kunnen. Nederlandse wetenschappers over hun drijfveren en werk (een bundel interviews met wetenschappers, 2006).

De inzet:

Cees Dekker beklaagt zich over het gemak waarmee darwinisten als Plasterk de wetenschap verbinden aan een atheïstisch wereldbeeld.

Ronald Plaskerk neemt de wetenschappelijkheid van het intelligent design wereldbeeld niet serieus.


1. Dekker:
-------------------------------------------------------------------------------------------------
'Dat wetenschap één op één leidt tot een atheïstische levensbeschouwing omdat het strijdig zou zijn met een christelijke overtuiging is volstrekt incorrect. De moderne wetenschap heeft zich juist ontwikkeld binnen de joods-christelijke traditie in West-Europa en is sterk gestimuleerd door de christelijke theologie.
Ik geloof dat God de wereld geschapen heeft. Evolutie kan zeker een mechanisme zijn waarmee Hij de natuur heeft uitgerust, evolutie en ontwerp sluiten elkaar niet uit. Het materialistisch wereldbeeld overtuigt mij niet. "Hoe meer we van het heelal begrijpen, hoe zinlozer het lijkt te zijn", schreef de atheïst Steven Weinberg. Daar kan ik niet mee leven, zingeving is essentieel.' (p.135)
-------------------------------------------------------------------------------------------------

2. Plasterk:
-------------------------------------------------------------------------------------------------
'Cees Dekker reageerde ontzettend boos toen ik zei dat hij een boek over ID had geschreven. Dat is het helemaal niet, zei hij. Maar lees de achterflap:
"Het is zover, een Nederlandstalige publicatie over Intelligent Design. Ik ben er erg tevreden over. Het werd de hoogste tijd."
Was getekend: Andries Knevel, directeur van de Evangelische Omroep. Cees, denk ik dan, je laat door de paus van protestants-christelijk Nederland op de cover zetten dat het boek over ID gaat, wees een man en verdedig het! Of wees een man en geeft toe dat je je bij nader inzien vergist hebt met die ontkenning.
Wat ik Cees Dekker verwijt is dat hij in privédiscussies of in een later interview zijn wetenschappelijke positie pobeert te redden door te doen alsof er niet zoveel aan de hand is, maar dat tegen zijn Andries Knevel-achterban niet durft te zeggen. Die denkt dat er in Delft een professor zit, een heuse Spinoza[-prijs]winnaar, met een alternatief voor Darwin! Dekkertjes zijn mensen met geheime agenda's. Als het oprecht was, "ik bestudeer de moleculaire machinerie en zie gaten in de evolutietheorie", tuurlijk, lang niet alles in de biologie is bekend. Maar deze mensen willen een heel ander punt maken: dat God de wereld in Zijn hand heeft. Daarom zijn biologen --en zij niet alleen-- zo vreselijk allergisch voor ID. De evolutie is gewoon een feit. Natuurlijke selectie is een feit. Dat gaat niet meer veranderen, al zullen er altijd verfijningen komen. Onder biologen is er net zo veel twijfel over de evolutietheorie als onder fysici over de zwaartekracht.' (p.254-255)
-------------------------------------------------------------------------------------------------


Commentaar:

1. Vergelijken we de beide posities dan moet toch de conclusie zijn dat (2) een complexer model van de werkelijkheid hanteert dan (1).

2. Historisch besef ad (1): Intelligent Design is al zo vaak weerlegd, het is ten slotte niet nieuw.
Zie bv de op internet goed vindbare tekst van Bertrand Russell, Why I am not a Christian (1927), mn waar hij het 'argument from design' behandelt.

3. Historisch besef ad (1): Wat wordt toch bedoeld met dat begrip: joods-christelijke traditie in Europa? De traditie die het vuurtje onder de rede zou hebben aangewakkerd?
Dit is pure mythologie. Markt-fähig jargon zonder enige betekenis.
Maar helaas wel schadelijk. Zo dreigt nl in de media het 'joods-christelijke' stilzwijgend als de unmarked form van traditie te worden genomen: de islamitische traditie is dan de gemarkeerde, dwz minder natuurlijke vorm, een onderdeel van onze traditie 'waar nuance op zijn plaats zou zijn'.

4. Je kunt blijkbaar in de huidge dark ages van de media van alles zeggen.

Zolang je er zelf maar in gelooft.

Daarom is het belangrijk, o laatste mensen (Nietzsche) dat echte wetenschappers (2) standvastig in het atheïsme blijven geloven.

25.2.07

naar een atheïstische politiek

-------------------------------------------------------------------------------------------------
Volgens recente peilingen gelooft 47% van de Amerikanen dat de wereld geschapen werd volgens het verhaal in Genesis, 49% gelooft in bezetenheid door de duivel, 36% in telepathie, 25% in astrologie, 11% in communicatie met de doden, maar gelukkkig slechts 7% in de genezende kracht van piramides.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
En wij, arme atheïsten, geloven wij in peilingen?


Een citaat van Bertrand Russell:
-------------------------------------------------------------------------------------------------
Wetenschap is nooit helemaal juist, maar ze is zelden helemaal fout en is in het algemeen meer juist dan de niet-wetenschappelijke theorieën. Daarom is het rationeel haar voorlopig te aanvaarden.
-------------------------------------------------------------------------------------------------

Beide citaten komen uit: Intellectueel Bedrog. Postmodernisme, wetenschap en antiwetenschap (1997) van de natuurkundigen A. Sokal en J. Bricmont. Een interessant boek voor de momenteel weer in de media oplaaiende discussie geloof/wetenschap. Een belangrijk thema is namelijk de verdediging van 'objectieve' wetenschappelijkheid tegen vormen van postmodern epistemologisch relativisme. Dat is ook relevant w.b. de argumentaties van Intelligent Design tegen de al dan niet 'bewezen' evolutie-leer.

Het boek werd geschreven n.a.v. de totaal onkundige wijze waarop door postmoderne (Franse) geesteswetenschappers beta-terminologie gebruikt werd. De auteurs laten zien dat als bv Virilio het over 'snelheid' heeft, hij niets van de elementaire natuurkundige betekenis ervan begrijpt -- hoewel hij dat wél suggereeert. Andere bedriegers die aan bod komen: Latour, Lacan, Baudrillard, Deleuze en Guattari, Irigeray, Kristeva, Serres. Over de op dit moment hippe Badiou wordt gezegd dat zijn 'wiskunde' niet veel om het lijf heeft.

Het puur willekeurig doortrekken van al dan niet verkeerd begrepen grondbegrippen van de wiskunde en natuurkunde tot boude politieke conclusies, is een gemeenschappelijk kenmerk van deze denkers. Dat neemt soms ridicule vormen aan, vooral naarmate men minder van de materie beheerst (cf Kristeva en de wiskunde). Wat is toch dat verlangen bij ons geesteswetenschappers om 'het geheim der materie' te willen ontsluieren?

Een atheïstische politiek begint met zelf-kritiek: ook Zizek is niet houdbaar, natuurlijk.

Veel inzichten uit de moderne natuurkunde zijn contra-intuïtief. Daarmee is voor ons alledaags begrip de kloof tussen onze menselijke tijd-ruimte coördinatie, die op aarde prima voldoet, en de wetten die a.h.w. dieper in het heelal geldig zijn, in complexere omgevingen, onoverbrugbaar geworden. Juist de ziekte die 'zingeving' heet moet hier vermeden worden. Een beetje Kantiaanse bescheidenheid is op zijn plaats.


PS: zie de link: http://www.physics.nyu.edu/faculty/sokal/weinberg.html. Je zou tot de conclusie kunnen komen dat Sokal zelfs in zijn hoax nog te hoog greep voor de heren en dames van Social Text.

science of sleep

M Gondry, The Science of Sleep.

Lees als ondertitel bij deze film: de ideologie van de creatieve klasse.

Alles draait om een viering van creativiteit.

De droomsequenties zitten vol fraaie naar de vroege film verwijzende technieken: Melies, animatie, stop-motion, ed. De digitale blue screen-techniek wordt heel grappig ge-retro-iseerd.

Maar moeten we deze kunstmatige tegenstelling tussen handmatig, ambachtelijk vs digitaal echt nog serieus nemen?
Toch wel, als we de regisseur volgen.
Je kunt een beter mens worden door je TV in een kanaal te gooien: dan houd je meer tijd over voor knutselen.

De beide artiesten worden dan ook volop getoond in hun creatieve bezigzijn. Daar bestaat een goed Engels woord voor: self-congratulatory.

Het is in het zelfbeeld van de creatieve klasse totaal ondenkbaar dat je daadwerkelijk stompzinnig kopieerwerk zou gaan doen. Dat is toch onmenselijk. Hoe het zit met het andere, niet-creatieve deel van de mensheid dat wel eens een klusje tegen haar zin moet doen, blijft onduidelijk.

Er is een tweede laag van verwijzingen. Die komt uit de swinging 60s: snelle montage, kunsthistorische citaten, en een energiek-ironische toon. Denk aan een film als Morgan, A Suitable Case For Treatment (Karel Reisz, 1966), waar Gondry al eerder veel van zijn mosterd vandaan haalde.

Zien we daar één seconde lang in een la een uitgave van Laforgue's Pierrot Lunaire?
Maar het jongen-meisje gevoel blijft a-sexueel, humorloos. Te zwaar op de hand en kinderlijk tegelijk.

Creatieve mensen hebben het maar moeilijk in deze wereld. Zeker als er twee creatieve carriere-starters moeten gaan samenwonen. De film lijkt zich dan ook -Amélie-ähnlich- niet zozeer in deze wereld, alswel in een soort geïdealiseerde a-politieke jaren 60 af te spelen. En a-politiek is a-sociaal.

Het regressieve van het hoofdpersonage wordt in het verhaal zelfs een beetje gethematiseerd; aan het eind komt er iets van sexuele frustratie naar buiten. De vraag is: waarom zou de regisseur een dergelijk regressief personage interessant vinden? Waarschijnlijk alleen omdat hij de erachterliggende creativiteits-ideologie echt serieus neemt.

Keren we terug naar de droomsequenties. Pas na afloop besef je hoe ge-format het allemaal is: een stukje verhaal - een droom, een stukje verhaal - een droom, enz. De droom-logica, het beetje surrealisme dat er is, het wordt allemaal netjes genaturaliseerd. Dromen doe je in je slaap. Slapen doe je in je eigen bed.

Dus niet op kantoor. De creatieve klasse laat haar dromen niet met het werk interfereren.

Ten Canoes vs Bamako

Ten Canoes (regie Rolf de Heer; de film is ontwikkeld in samenwerking met Australische aboriginals).

Een verhalenverteller weet raad. De mondelinge overlevering draagt eeuwenoude 'ervaring' over aan nieuwe generaties (Walter Benjamin, Der Erzähler). Die tradities komen in de moderniteit onder druk te staan, als ze niet al helemaal verdwijnen. 'Goede raad' verandert in 'informatie', mondelinge overdracht wordt cultuur-industrieel georganiseerd.

In deze film van en over de aboriginal-cultuur krijgen we dus een paradox: een film (technologische moderniteit) die een traditionele vertelling (orale cultuur) 'weergeeft' en recht wil doen. Wonderlijk genoeg gebeurt dat zeer overtuigend. Dat komt omdat de film een vertel-positie weet op te bouwen die ik als vóór-fictioneel zou willen betitelen.

De bij dit soort projecten voor de hand liggende valkuilen worden vermeden: enerzijds een documentaire aanpak die zijns ondanks objectiveert, anderzijds de pijl-en-boog-kitsch van historisch drama (denk: Mel Gibson). Het 'primitieve volk' wordt hier geen object of een plaatje, maar krijgt een eigen stem.

Indrukwekkend is de openingssequentie waarin we in een zweefvlucht het moerasgebied in duiken, steeds dieper de natuur in. Tegelijk horen we dan in de voice-over voor het eerst de orale verteller, mysterieus uit het 'diepe' verleden komend.

Er ontstaat, ingebed door die voice-over, een fraaie gelaagdheid van vertelniveaus: een soort dubbele negatie van het heden. Er is een eerste vertelniveau van ong. 1000 jaar geleden, in zwart-wit, waarin een groepje mannen eropuit trekt voor de jacht. De jongste onder hen heeft een oogje laten vallen op een van de vrouwen van zijn oudere broer. Deze broer, een wijze oude man, vertelt dan onderweg een fabel uit de 'echte' oertijd, de tijd van demonen ed, die dan in een tweede vertelniveau in kleur wordt 'uitgebeeld'.

Dit tweede niveau toont de dingen soms op traditioneel epische wijze. Zo wordt een mogelijke verklaring voor gebeurtenissen steeds ook letterlijk getoond. Over een geroofde vrouw: het zou kunnen dat een magiër haar heeft ontvoerd: dat zien we dan gebeuren. Of het zou kunnen dat een naburige stam haar heeft meegenomen: dat zien we dan. Of het zou kunnen dat ze verdronken is in de rivier: dat zien we dan. Denk hier ook aan Rashomon van Kurosawa.

De verteller (eerste voice-over) neemt zijn tijd, net als de oude wijze man in het eerste verhaal-niveau. Je ervaart op een gegeven moment hoe dat tegen je moderne verwachtingen ingaat: het gaat allemaal wel erg langzaam. Maar de vertellers hebben zo hun redenen voor alle omslachtigheid. Ervaring ontstaat via de omweg van het vertellen. En het leren luisteren naar de arcana van een wijze oude man.

Diens wijze 'les' is dat het niet nodig is slaafs je seksuele lust te volgen: er zijn meer manieren waarop een koe een haas vangt. De mythologische fabel drukt eigenlijk hetzelfde uit: dat het 'sociale' van een samenleving bestaat uit het narratieve vlechtwerk tussen stammen onderling, niet uit roof en geweld.

Daarmee is niet gezegd dat wij, in het hier en nu, veel aan die wijze les zouden moeten hebben. Het belangrijkste is dit: Ten Canoes denaturaliseert. Je voelt je eventjes ontheven aan de moderniteit als zodanig.

---------

Bamako (regie A Sissako). Bamako, hoofdstad van Mali. Er wordt een niet nader gedefinieerd publiekelijk proces gevoerd tegen het misdadig beleid van het IMF. Twee Franse advocaten verdedigen het, de anderen vallen het aan; gewone mensen kunnen af en toe als getuige hun verhaal doen.

Laat ik meteen ter zake komen: waar Ten Canoes denaturaliseert, naturaliseert Bamako zijns ondanks.

De regisseur heeft ongetwijfeld de beste bedoelingen. Maar je vraagt je de hele tijd af: voor wie is de film eigenlijk gemaakt? Voor de Malinezen zelf of voor een Europese intelligentsia? Het is een halfbakken mengsel van ouderwets didacticisme en simpele gedachten over art-film.

De handelingsruimte is beperkt tot een ommuurde binnen-hof, waar het 'proces' plaats vindt. Een soort sociale tussenruimte tussen publiek/privaat in. Idee: dat loopt in Mali door elkaar heen. Dat wordt dan gedemonstreerd met een onbenullig plot-lijntje over de bewoners die zo eens wat heen en weer lopen tussen huis en hof.

De beeldtaal is ondanks het tergend langzame tempo melodramatisch: 'een zielige zieke man met een lief kindje', of ook van die stereotype reactie-shots op de verschillende betogen in het proces: 'aandachtig kijkend' of 'ontroerd' publiek.

De goeden krijgen overigens bij dat proces so-wie-so meer spreektijd dan de baddies. De schematische rolverdeling in goed en kwaad ligt al op voorhand vast, wat zich zelfs nog vertaalt in een cartooneske casting van de Franse advocaten die het IMF verdedigen in vergelijking met het team van de aanklagers.

Er wordt op een gegeven moment ook nog opeens een western persiflage ingevoegd. Idee: IMF = westers imperialisme. Je mag toch hopen dat bepaalde kringen verder zijn dan dat.

Want van de weeromstuit ga je je op een gegeven moment tegen het goede standpunt keren, dat met zoveel onnozelheid aan de man wordt gebracht. Bij al dat zelfgenoegzame geweeklaag denk je op een gegeven moment vanzelf: wel, gefeliciteerd dan, julle kunnen blijkbaar zonder anomie.
Een typisch nadeel van didacticisme in kunst.

De film hint wel naar een besef van 'politieke cinema', maar laat honderden kansen liggen.
Waarom bv geen direct addressaat zoals wel in Ten Canoes?
Waarom niet gespeeld met echt/fake? Er zitten een paar 'echte' bekende Malinezen in de film: die contrasteren met de fictie van het proces.
Waarom niet meer zelf-reflectie? Bv: een film over het opnemen van een franse docu die graag een anti-globaliseringsboodschap uit de mensen wil trekken.

Maw waarom geen Brechtiaanse vervreemding?

24.2.07

knipselarchief 2006

1. Over 'rolmodel' Cees van der Hoeven.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
"Het was een enorme klap. In het begin dacht de gevallen topman: 'Ik kom nooit meer aan de slag', weet Gerard Visser. 'Hij moest geld verdienen, hij had het toen financieel niet breed, kan ik je vertellen.'
Frits Kroymans, de importeur van exclusieve automerken als Ferrari, Jaguar en Cadillac, bracht Van der Hoeven eind 2003 in contact met Marcel Boekhoorn, een schatrijke durfkapitalist. Samen begeleidden ze onder meer de overname van Telfort door KPN, een transactie die Van der Hoeven volgens het zakenblad Quote 40 miljoen heeft opgeleverd."
-------------------------------------------------------------------------------------------------
(de Volkskrant, 'Cees vecht altijd terug', 20 mei 2006).

2. Franse sociologie.
-------------------------------------------------------------------------------------------------
"Maurin en Donzelot spreken van een driedeling in de grote steden: de elites nestelen zich in het oude stadscentrum waar de prijzen omhoog schieten, de middenklasse trekt naar de eengezinswoningen in de randgemeenten en de laagopgeleiden blijven steken in de hoogbouw van de voorsteden. Er is sprake van een 'gettoïsering van boven' - het vermijdende gedrag van de elites en de middenklase - en een 'gettoïsering van beneden', het samenklonteren van de onderkant van de samenleving in achterstandswijken."
-------------------------------------------------------------------------------------------------
(NRC Handelsblad, Paul Scheffer, 'Republiek aan Scherven', 27 oktober 2006).

christelijke TV und pornografie

Het merkwaardige verschijnsel van christelijke tv: het went nooit.

Bij Andries Knevel aan tafel (20/2/2007): een katholieke bisschop die een boekje over 'de heiligheid' van de sexualiteit heeft geschreven (moet altijd procreatief zullen we maar zeggen). Er wordt met geen woord gerept over de miljarden die de katholieke kerk spendeert aan het afkopen van slachtoffers van seksueel misbruik door priesters.
Bij het aantreden van het christelijke kabinet mag de jaren 50 ideologie kennelijk uit de kast.

Tweede gast een mondige Amsterdamse 'allochtoonse' van de Meiden van Halal. Verrassing: politieke correctheid leeft! Ze is wel heel recht door zee, maar zodra het niet meer over de vermadelijde beeldvorming over de allochtoon gaat houdt dat op. Dan zwijgt haar gezond verstand en betoont ze 'respect' aan de oudere functionaris van het andere geloof (van de andere kant?).
Er wordt met geen woord gerept over de vermadelijde beeldvorming over het 'zondige' Westen in zekere Moslimlanden.

"Ik kan alleen voor mezelf spreken". Het zou interessant zijn deze omgekeerde 'Sesam open U'-formule waarmee elke horizon-verbreding als sneeuw voor de zon wordt weggetoverd eens aan een klein mythologisch onderzoekje te onderwerpen.

De bisschop die eerst nogal bang keek begint warm te glimmen. Dit soort jongeren treft hij ook altijd in het Zuiden des Lands. En dan moet de derde gast nog aan het woord komen.

Deze EO-presentator is in zijn physiognomie (groot provinciaals hoofd, de langzame en o zo goedbedoelende spreektrant) werkelijk de personificatie van christelijke tv. Hij vertelt over een jongeren-platform dat hij bij BNN mag opzetten. Zieltjes winnen is een vuil beroep. De bisschop weet er alles van. Dan is het beter met een schoon geweten de heidense jeugd te verleiden met een topic als 'virtuele kinderporno op my second life, heeft er iemand al ervaring mee?' (zie de Netwerk reportage van de EO).

Het zou interessant zijn eens een klein mythologisch onderzoekje te wijden aan de manier waarop EO-presentatoren het altijd hebben over "kinderporno" en nooit over "kinderpornografie". Wat een intonatie: pórnó, op een of andere manier zo rond mogelijk uitgesproken (ze hebben bij de EO ook geen kak-accenten natuurlijk). Zou het een code-woord zijn voor 'de duivel', want ja die is er natuurlijk ook nog.

21.2.07

beste cd 2006

In de maand december worden de cd-jaarlijstjes opgesteld.
Een idee van natuur verschaft de moderne consument een laatste houvast tegen het nimmer aflatende aanbod van de cultuurindustrie.
Dergelijke lijstjes dienen welbeschouwd om beter te kunnen vergeten (in de zin van Nietzsche's 'actieve vergeten').
Na de rituele begrafenis kan het opnemend vermogen van onze oren er weer tegen aan.
Voor wie minder snel verteert is er geen actualiteit, d.w.z. Zeitgeist.
Nadeel: degelijkheid.

Mijn beste cd van 2006? Het zijn er twee.

Danielson Family's Ships bezorgde me het meeste kippenvel. Al tijdens het eerste beluisteren voelde ik: dit is geniale muziek. Dat gaat intuïtief - een indruk die je dan niet meer voor jezelf hoeft te bevestigen. Soms valt zo'n cd dan jaren later enorm tegen... Deze werd na een paar draaibeurten wel wat 'gewoner'. Hoewel 'gewoon' hier het verkeerde woord is; het gaat om volkomen 'aparte' muziek. Aan de basis lijkt het soort blije evangelische muziek te liggen dat in de USA door rondtrekkende verkondigers van het geloof gebracht wordt. Ik weet overigens niets van de achtergrond van deze band. Maar er zit iets in van veel op-straat-spelen. Simpele, effectieve schema's op akoestische gitaar of piano, jubelachtige harmonieën. Het wordt op de cd dan fraai ingekleurd met blaasinstrumenten of een fiddle. Maar vervolgens wordt alles ahw door een idiote blender gehaald: ritmische afwijkingen en gestuiter, kleine parodietjes (bv op de gospel), in chaos en disharmonie eindigende nummers. Nog afgezien van die idiote stem. Toch blijft alles oprecht, wordt het nergens tongue-in-cheeck. De teksten lijken vol christelijk jargon te zitten, maar gesublimeerd tot een apart soort 'verlicht' individualisme. Reli-rock die van zijn geloof gevallen is!

Daarentegen was ik in eerste instantie niet onder de indruk van de plaat van Tortoise & Bonnie 'Prince' Billie, The Brave and the Bold. Maar dit is toch de cd die ik in 2006 het meest gedraaid heb, soms wat meer op de achtergrond, dan weer keihard. Er zit iets verslavends in deze rock clichés. Allereerst is er, voor Tortoise nieuw, 'de stem', die hier volledig emotioneel maar toch sans affect wordt ingezet. Tortoise had op eerder werk natuurlijk juist bewezen rock te kunnen spelen zonder vocalen maar met volledig behoud van emotionele zeggingskracht. Dat lukte door een strategie van ascese in het materiaal en individualisering in de uitvoering. Enigszins jazz-achtig dus. Op deze cd vinden we dan toch vocalen: misschien om het 'al te bekende' te kunnen brengen, echte cover-versies (het gaat om 10 covers uit het hele spectrum van de popgeschiedenis). De nummers worden steeds oprecht gespeeld en gezongen, het klinkt allemaal erg generiek, er wordt denk ik met opzet niet erg afgeweken van de originelen (die ik overigens niet ken). Net als bij de vocalen staat bij de muziek alles in het teken van de 'verdubbbeling'. Bv middels de twee drummers, of een aanvulling van de gitaarpartij door typische new wave synths. Zo ontstaat een vreemd soort geabstraheerd-concrete rock. Tijdloos, retro, en progressief tegelijk!

Polvo Polvo

Vorig jaar kwam twee keer volkomen onverwachts Polvo op mijn pad.

1. Bij een avond van Nederlandse alternatieve bandjes in de bovenzaal van Paradiso speelde Zoppo als laatste nummer opeens een Polvo-cover. Ik stond transfixed. Het nummer was een en al sprankeling. Het moet wel haast van Polvo's meesterwerk Today's Active Lifestyles (1993) gekomen zijn, de plaat waarop de band de hen kenmerkende energieke melancholie het 'frists' wist te brengen.
2. Bij beluistering van de laatste Oneida-cd, Happy New Year, het plotselinge besef: maar dit is Polvo! Dezelfde transmutatie in het muzikale materiaal van hard-rock via psychedelica tot atonaal. Alleen dan anno 2006, dus met een breder palet.

Is dit nu een voorbeeld van een interpellatie in muzikaal opzicht? Een voor-bewust reageren op de "hey you!" van de muziek, waarin ik me als subject wel móet herkennen? Waarin ik geen andere keus heb dan me aangesproken te voelen en transfixed te staan?

Nog steeds mijn identificatie met een ideaal-ego? Na al die jaren?

20.2.07

good old spam

Het oplossend vermogen van Bill Gates. Op 23 januari 2004 deed hij in Davos een belofte aan het World Economic Forum: "spam will be solved within two years".
Waarom is er zoveel spam? Omdat je in de 'from' balk van de email als afzender alles en iedereen mag invullen. De afzender is een al dan niet via een botnet geïnfecteerde computer die zelf van niks weet. En email is gratis.
Dan nu de oplossing: ervoor zorgen dat de afzender altijd daadwerkelijk degene is die in de adresbalk staat -- door geld te vragen voor het versturen van emails. Tarieven kunnen variëren naar gelang de verstuurder bekender of onbekender is -- bij Microsoft.

superstructure de blague

Kijk eens, wat een raar mannetje zit daar aan tafel bij NOVA, wat doet hij druk en belangrijk ("gewichtige zaken waar ik geen mededelingen over kan doen; daarvoor moet ik me op mijn recht op geheimhouding beroepen"), wat kijkt hij getergd.

Gerald Spong is terug! We herinneren ons zijn laatste ogenblikken in de schijnwerpers van de media: zijn poging om een rechtszaak wegens smaad tegen 'de politiek' aan te spannen, die hij medeverantwoordelijk hield voor de moord op Fortuyn. Nooit meer iets van gehoord.

Het ijdele beroep op 'de rechtsstaat' ondermijnt het fundament ervan.

Nu heeft hij alweer verloren, ditmaal van Jort Kelder. De geschiedenis herhaalt zich, dikwijls als farce. Gelukkig heeft hij nu het gezonde Volksempfinden tegen zich: Nederland komt tot de ontdekking dat het altijd al heeft gedacht dat er aan Moskovitz een luchtje zit. Voor humorloze mensen (ik bedoel S niet M) is het een hard gelag als ze de gunst van de media verliezen. Zijn physiognomie vertrekt zich in een zure 'formalistische' glimlach.

Kijk ook eens op de website van Spong advocaten.
Bij F.a.q. geven ze geen antwoorden maar regels:
-- Iedereen heeft recht op verdediging.
-- Een (oriënterend) gesprek met een van de advocaten van Spong advocaten vindt uitsluitend plaats na telefonische afspraak, en na voldoening van een depot.

Voorwaar, geen pro deo, maar wel voor volk en vaderland. Een oriënterend gesprek met een van de criminelen van Moskovitz criminelen wordt u van harte aanbevolen. Deponeer uw zwartgeld uitsluitend in de ten halve gedraaide prullebak.

PS: Moskovitz bij Pauw en Witteman. Het discours van de advocaat blijft keurig binnen het boekje, d.w.z. formalistisch. "Dit punt hebben we nu afgehandeld". Slechts één keer verspreekt hij zich zonder dat P en W het opmerken; onopvallend in een kleine bijzin, het is ook geen eigenlijke verspreking, meer een kwalificatie die te denken geeft. "Voor de ontvoering van de heer Heineken is mijn cliënt gewoon veroordeeld, een straf die hij overigens als een man heeft uitgezeten." Hiermee valt het hele formalistische kaartenhuis van de advocaat in een keer uit elkaar: de crimineel die als een man ontvoert, zwendelt, afperst, in drugs handelt heeft dan ook als een kind gehuild bij het afscheid nemen van zijn reddende engel M.

11.2.07

non sequitur

1. Koningin Elizabeth gaat op eendaags bezoek bij koningin Beatrix.
2. Nederland zegt een miljoen toe aan het rampgebied in Indonesië.
3. Koningin Beatrix stuurt een telegram naar de Indonesische president, waarin ze haar deelneming betuigt.

Lees:

1. De twee rijkste vrouwen ter wereld gaan op kosten van de staat bij elkaar op theekransje.
2. De staat doet zijn plicht.
3. De op-een-na rijkste vrouw ter wereld is niet erg begaan met de medemens.

10.2.07

psychologie van de uitverkoop

Onlangs tijdens de uitverkoop van twee platenzaken flink toegeslagen. Zo'n 25 cd's voor 5 euro p/s. Dat was een tijd geleden, in platenzaken kom ik nog maar zelden. En koortsachtig stapels afgeprijsde cds langsgaan op koopjesjacht was iets van mijn studententijd. Daarna kwamen internet en (vooral) geldgebrek.

Een retro-ervaring. Psychologie van de uitverkoop.

In de jaren 90 hield die natuurlijk verband met het medium cd en de platenzaak. Je was nog afhankelijk van een materiële geluidsdrager en daarmee ook van winkels. De cd begon het aanbod te overheersen, want de LP werd stelselmatig weggedrukt. (Cassettebandjes zijn tamelijk geruisloos uit mijn leven verdwenen.) Terugkijkend was er die jaren vóór internet dus even een periode zonder enige vorm van 'mechanische reproductie'. Die schaarste creëerde ernstige verzamelwoede. Een tijdje wilde ik uit bezitsdrang iets goeds zowel op LP als op cd hebben. Cd's waren natuurlijk idioot duur, dus het loonde sowieso om naar koopjes te speuren. Het beste was dus regelmatig de aanbiedingsbakken der platenzaken af te struinen.

Ik kocht dan zo'n stapel van minstens 10 stuks grotendeels 'blind', zonder iets van de muziek of bands in kwestie te kennen. Het was voldoende dat ik de naam wel eens in een blaadje was tegengekomen, of dat het een interessant label was, of dat het hoesje er zo leuk uitzag dat het wel eens wat kon zijn. Een aanschaf bleef altijd een gok. Dat is nu nauwelijks meer voor te stellen. Psychologisch gezien zweefde je tussen vrees en hoop. Je *wist* natuurlijk wel dat het meeste slecht tot middelmatig zou zijn (het is niet voor niets dat ze zijn afgeprijsd). Maar je bleef hopen op het tegendeel.

En er was ook werkelijk die kans op dat ene pareltje, die ene verrassing die alles goed maakte. Een door journalisten afgeschreven bandje dat geniaal blijkt (de Swirlies). Iets totaal onbekends dat je meteen in je hart sluit (de Softies). Het gevoel van bevrediging dat zo ontstaat is moeilijk te beschrijven. Alsof de godin Tyche een schat uit de diepten van de onmetelijke oceaan op het strand heeft laten aanspoelen: voor de gelukkige vinder. Psychologisch is dat een veel eenzamere situatie dan de tegenwoordige van file sharing. Maar ook bevredigender: de dingen worden zo onvervreemdbaar jouw privé-eigentum.

De belangrijkste psychologische trigger om tot zo'n aanschaf in bulk over te gaan was het vinden van één afgeprijsde cd die je so-wie-so al wilde aanschaffen - voor de volle prijs. Dat creëert een bevredigend gevoel van 'winst'. Die winst kan dan meteen worden omgezet in 'meer' muziek, die heb je er a.h.w. gratis bijverdiend. Zo schiet je dan makkelijk door in het onmatige. Is eenmaal het eerste anonieme schaap over de dam, dan moeten er meerdere volgen.


Hieronder volgt een eerste, kleine Auslese uit de stapel. Kan ik ook eindelijk eens mijn journalistieke Wille zur Macht uitleven.
--------------------------------------------------------------------------------------------

Wilderness, Vessel States (Jagjaguwar, 2006).
uitwaaierende wave-gitaar en belabberde gothic-zang; bas- en drumsectie ondermaats, hobbelen zo'n beetje achter eerste twee elementen aan. (nul sterren)

Idaho, The Lone Gunman (Retrophonic, 2005).
deze eenmans-mompel-formatie bestaat nog steeds blijkbaar; nu op zeer onbekend (Frans?) labeltje; muziek die weinig verheffend, maar ook niet storend, op de achtergrond voortkabbelt. (*)

Quasi, The Sword of God (Domino, 2004).
piano-gedomineerde slordige rock 'n roll die 'het' maar niet wil worden... Hun debuut was ooit wél leuk als ik me goed herinner. (*)

Mary Lorson & Saint Low, Realistic (Cooking Vinyl, 2005).
ex-zangeres Madder Rose gaat hier op singer/songwriter toer met piano als basis, waarbij de akkoorden helaas wel erg simpel zijn. (*)

Calvin Johnson, What Was Me (K, 2002) en Before the Dream Fades (K, 2005).
de mij altijd sympathieke Beat Happening-bariton en K-records baas verspeelt hier toch veel van zijn krediet; lelijk art-work en nu toch wel volledig ontbreken van zelf-kritiek (méérdere solo a capella nummers, come on!). Samen opgeteld net goed voor twee (**).

Mazarin, We're Already There (Bella Union, 2005).
Deze band lijkt te opereren vanuit één specifiek historisch moment, te weten de melodieuze Amerikaanse noise-rock uit 1993 (Flaming Lips t.t.v. Transmissions, Mercury Rev t.t.v. Boces, denk ook Radial Spangle). Maar de tijd is niet volkomen stilgezet, lijntjes worden doorgetrokken; naar Yo la Tengo bv, en naar de recente, post-noise Flaming Lips. Klinkt prima, hoewel weinig 'eigen'; je kunt hem veilig aan je vriendin uitlenen. (**)

The Van Pelt, Sultans of Sentiment (Gern Blandsten, 1999).
Indierock met donker tintje, hintend naar Chicago-postrock lijn. Aangename vocalen: kalm, bespiegelend, ergens tussen zang en praten in. Maar blijft toch beetje hangen; in de zacht/hard dynamiek komen de uitbarstingen niet agressief genoeg naar voren. Teveel vanuit de indierock kant gemaakt, je voelt te weinig het ritmisch gewicht (bas) van de hardcore kant. Teksten veelal vanuit een adhortatief-generational "we": "we're the rejects, we're the losers", "let's make a list, so we can feel like we're accomplishing something...", "tomorrow we'll wonder where this generation gets its priorities from", etc. (**)

Lilys, the Lilys (Rainbow Quartz, 2003).
Hun debuut In the Presence of Nothing (1992) blijft de beste My Bloody Valentine-imitatie (emulatie?) ooit. Daarna een beetje uit het oog verloren. Op deze uitgave van Precollection met bonusnummers hoor je 'mod' en psychedelische invloed, duidelijk ook Julian Cope. De plaat klinkt beter op koptelefoon dan van speakers. Dat komt misschien doordat het ondanks cleane sound toch een lo-fi productie is, geluidsbeeld is beetje vol en slordig. Er staan niettemin twee nummers op die ik niet had willen missen (Film's Camera en 356)
(**/*)

Swell, Whenever You're Ready (Beggars Banquet, 2003).
De laatste cd van Swell. Het klinkt allemaal goed, mooie atmosferische productie met 'straatgeluiden', laid-back grooves, akoestische en elektrische gitaar. Vooral de intro en het eerste nummer zijn pure magie. Daarna zakken de composities erg in, hoor je teveel dat het geen band is, maar een twee-manschap. (**/*).

Shipping News, Flies the Fields (Quarterstick, 2005).
Chicago! bij de eerste klanken hoor je het meteen, en dat heeft voor mij altijd iets van een thuiskomst. Een volwassen soort muziek. Instrumentale naast gezongen nummers. Er is tijdens de instrumentale tokkel-passages in Slint-stijl ruim voldoende spanningsboog. Toch lijkt de mompel-schreeuw-zang wel nodig, die geeft iets individueels en scherps aan de nummers. (***)

Marbles, Expo (Fargo, 2005).
Van de man van Apples in Stereo. Hier wordt late jaren 60 Britse psychedelica (luister naar dat Beatles-citaat in nummer 3!) gekoppeld aan moderne geluidjes: vocoder op stem, kinderlijke beats, goedkope synths. Het is een mini-cd en dat is maar goed ook, de verveling slaat aan het einde toe. Toch de moeite waard, al is het maar ter aanvulling van het geniale Off Montreal. (***)

The Kingsbury Manx, The Fast Rise and Fall of the South (Yep Roc, 2005).
Vanuit een Byrds/country-rock basis beweegt deze band zich richting the Shins. Pakt goed uit, afwisselend materiaal, en mooi helder geluid, vooral wat betreft de verschillende kanten van de gitaar (elektrisch en akoestisch). Alleen aan de klank van synth/farfisa/organ mag nog wel wat gesleuteld worden, klinkt wat te gewoontjes. (***)

Minus Story, No Rest for Ghosts (Jagjaguwar, 2005).
Minus Story had pech: wat ze hier brengen, een soort heerlijk kabbelende hippie-indierock, werd niet lang daarna door Grizzly Bear ook gedaan. Maar dan met betere composities en een 'voller' geluidsbeeld van meerstemmige zang en allerhande door-elkaar-heen-gemengde instrumenten. Daarbij vergeleken klinkt Minus Story opeens wat braaf. Uit sympathie voor de gekte en charmante rommeligheid van hun debuut The Captain is Dead toch (***)

Windsor for the Derby, We Fight Til Death (Secretly Canadian, 2004)
Dit is dan tot mijn verrassing dé verrassing van de stapel. Een pareltje. En hij wordt steeds beter naarmate je hem vaker hoort. Hun vroege werk was instrumentaal en geworteld in de Factory-sound (die bas, ijskoude drums) en de postpunk van eind jaren 70 (synth drones). Nu zingen ze en doen ze pop. Net als bv Oneida een zeer afwisselend palet, met behalve de reeds genoemde invloeden ook krautrock, psychedelica, new wave. Maar fundamenteel blijft steeds de distantiërende aanpak. (****)

en dan de psychologische trigger, waarmee alles begon:

Tarwater, The Needle Was Travelling (Morr, 2005). (*****). Misschien een andere keer meer over dit meesterwerk.

7.2.07

muzikale tijdgeest

Klaxons, Myths of the Near Future

De New Rave. Ik hoor alleen dat er binnen het song-format dat we van de nieuwe britse bandjes kennen wat rave-geluidjes op de achtergrond worden toegevoegd.
Intellectualistische slogans.
Eigenlijk zijn alleen die 'oude' nummers van de eerste twee singles leuk. Het debuut als geheel valt flink tegen. Een soort evolutionaire speed-up van het verouderingsproces dat deze bandjes doorgaans pas bij die 'moeilijke tweede cd' treft.

Wat new rave zou kúnnen zijn horen we op de Jagz Kooner remixes van Deus laatste album: Pocket Revolution Burnt. Die zijn overigens (beiden: band en remixer) wel van de juiste generatie.

Klein excurs: Stand der productiekrachten.
Als je vanuit Nederland per trein België inrijdt lijkt het vaak of je op een oudere tijdslaag stuit: de armoede van bepaalde voorsteden, de grauwe huizen, vuile fabrieken, ongezonde koppen ... Een troosteloos substratum van industriële productiekracht dat hier op de een of andere manier is achtergebleven.
De muziek van Deus kent ook een dergelijk substratum. Deus componeert namelijk met de muzikale middelen van de jaren 80. Denk aan de ouderwetse verse-chorus structuren, de obligate Beefheart-verering, de zelfkant-romantiek. Een synthesizer wordt hier nooit functioneel gebruikt, kleurt alleen het refrein in. Tussen de rock-nummers door krijg je een ballad of bv een samba-nummer.
Dat is het eeuwig 'ouderwetse' aan Deus. Begin jaren 90 wisten ze daar zelf wat aan te doen met een injectie grunge.
Anno nu is het de remixer Kooner die middels een shotje rave de zaak retro-fähig maakt.

Terug naar de Klaxons.
Enige tijd geleden stonden ze nog op een compilatie van London Calling. Ja, het kan snel gaan. De eerste klap moet meteen raak zijn.
Zo wordt je ook sneller volwassen.
Dat valt ook op als je die London Calling compilatie vergelijkt met eentje van Subbacultcha met alternatieve Nederlandse bands. De Britten spelen format-gericht, recht op de man af: de 3-minuten song met de winnende hook. Dat gaat snel eenvormig klinken: door de lawine aan dergelijke bandjes lijkt de variatieruimte reeds enigszins uitgeput. De Subbacultcha bands zijn misschien wat minder goed, maar klinken wel 'eigen'. Je kunt ze goed uit elkaar houden. Minder sex-appeal, meer onhandigheid. En onhandigheid is groei-potentieel. (In een betere wereld).

Een laatste punt. Wat is toch die post-punk invloed waar iedereen het bij dingen als de Klaxons over heeft? Vroeger heette dat gewoon new wave.

muzikale tijdgeest

1. Ik herinner me nog de tijden dat popmuziek van Nederlandse bodem een status aparte had. We hebben het nu over de jaren 80. Er werd met twee maten gemeten. Je had bijvoorbeeld Nick Cave (universeel goed) en Claw Boys Claw (goed binnen de Nederlandse context). Beide werelden raakten elkaar niet, er was geen tertium comparationis. Als Nederlandse popfan maakte je als het ware tegelijk deel uit van een particulier en een algemeen universum; de gedachte dat de Claw Boys Claw ooit in Amerika zouden kunnen doorbreken was lachwekkend.

Dat is nu wel veranderd. Er lijkt vooral veel meer muziek bijgekomen, dus ook meer van Nederlandse makelij. De omslag van kwantiteit in kwaliteit kan dan niet uitblijven. En waar de Nederlandse pop steeds beter wordt, neemt tegelijkertijd het aura van de Amerikaanse sterk af. De gedachte dat een Nederlandse band best eens in Amerika zou kunnen doorbreken is niet meer lachwekkend; maar op precies hetzelfde moment relativeert zich de verhouding: is het überhaupt wel zo interessant om daar door te willen breken?

2. Internet en globalisering hebben alles gekoppeld. De luisterpaal op de 3 voor 12 website maakt dit a.h.w. in gecomprimeerde vorm duidelijk. Het principe van de luisterpaal democratiseert: gratis direct toegang en geen journalistieke gatekeepers. Daarbij wordt het aanbod geëgaliseerd: alles staat naast elkaar, van de meest lokale eigen-beheer uitgave tot de laatste my space-hype, van Zaandam tot Ethiopië. Zodoende wordt origine gerelativeerd en alles intrinsiek met elkaar vergelijkbaar, komen de cd's in hetzelfde horizontale universum te staan.

Voor Nederlandse pop biedt dat nieuwe perspectieven. Hoe middelmatig vaak ook, er blijkt altijd ergens nog wel ergere bagger gemaakt te worden. De luisterpaal verleidt tot een 'verlicht' nationalisme. Dat houdt ook in dat je zonder enig schuldgevoel Nederlandse muziek objectief kunt beoordelen - waar vroeger een beschermende huls van paternalisme van al te harde oordelen afhield. Er is geen reden om Nederlandse producten anders te behandelen dan alle andere. En er komen in het algemeen maar weinig echt goede dingen uit. Trek uw conclusies.

3. Ik kan dus een ander probleem aankaarten, waar ik me bij Nederlandse releases aan stoor. Neem bv Do the Undo of Coparck. Men zingt in het Engels, de taal van de popmuziek, natuurlijk, maar op de een of andere manier klinkt dat juist bij Nederlanders erg onprettig. De uitspraak/intonatie werkt vervreemdend; en bij pop is juist de illusie van het zich onbelemmerd uitstorten van de ziel in zang zo fundamenteel.

Hoe komt het toch dat in Scandinavische landen wel ontroerend in het Engels gezongen wordt? -- luister bv naar Thomas Dybdahl, over wie ik lees hij in eigen land qua populariteit een soort Marco Borsato is ... verontrustende mededeling: is hun smaak echt zoveel beter dan de onze?

Heeft onze Nederlandse gerichtheid op de Amerikaanse cultuur misschien een soort omgekeerd provincialisme veroorzaakt: we wanen ons onderdeel van een universele consumptiemarkt waarin taalverschillen genivelleerd zijn. Eén grote soep van oneigenlijkheid. Amerikanen geloven daar níet in, overigens, alleen provincialen.

4. Er wordt naar mijn smaak nog altijd te weinig in het Nederlands gezongen. Hier ligt de ontwikkeling een stadium achter op die van de muziek. De jubelontvangst van Spinvis wordt ingegeven door positieve discriminatie. Als er al Nederlands wordt gezongen moet het schijnbaar altijd 'poëtisch' en op de kleinkunst manier. Onze oren zijn nog niet voldoende getraind in het waarnemen maar tegelijk ook negeren van de teksten. Het wordt nog te serieus genomen waar je over zingt.

Een ontwikkeling in de goede richting is het nummer Tienerhoer van Malle Pietje en de Bimbo's. De meisjeszang is hier emotioneel, maar naturel; individueel, maar niet storend boven de muziek uitkomend. (Voortaan alle punk-rock in het Nederlands dus!)

De Nederlandse hiphop verhoudt zich overigens precies omgekeerd tot de bovengeschetste trend: waar het muzikaal allemaal erg primitief blijft, is men in de 'natuurlijkheid' van de Nederlandse straattaal zeker de gelijke van de grote Amerikaanse voorbeelden.

Rob Crowe

Afgelopen zondag had het weer toen de zon erdoor kwam iets ambivalents: tegelijk winters helderfris en tintelend lenteachtig. De vogels kwinkeleerden maar voor hetzelfde geld zat er sneeuw in de lucht.

Toevallig zag ik op de 3 voor 12 luisterpaal de cd van Rob Crowe (van Pinback etc). Afgespeeld op de tinny speakers van mijn laptop een perfecte soundtrack voor het einde van de middag. Het metalige vernis van de klank paste op een bepaalde manier heel goed bij de muziek. Eigenlijk zijn het akoestische ballades, maar dan met elektrische gitaar als hoofdinstrument. In de eerste paar nummers komt ergens een Nirvana-achtige riff voorbij maar zonder enige zwaarte, ontdaan van het gewicht van een echte rockband, licht gemaakt.

Meer lente dan winter, maar tegelijk: je voelt het gewicht van een koude dag in Chicago.

6.2.07

nina & straattaal

moet nog

Flandres (met plot-spoiler!)

Flandres van Bruno Dumont viel toch wat tegen. Het eerste halfuur ongeveer is indrukwekkend. De jonge boer Demester wordt gevolgd op een van zijn laatste dagen op zijn eigen boerderij, voor hij als dienstplichtige soldaat voor een VN-missie wordt uitgezonden. De film volgt eerst simpelweg de dagelijkse routine van Demester, zijn vertrouwde route door het bebouwde land, dat in al zijn vanzelfsprekende moderne schraalheid maar ook winterse schoonheid in kalme kaders getoond wordt. Impliciet ontstaat een mooie contrastwerking tussen het verlangen van de zwijgzame boer om aan dit alles te ontsnappen, en het besef van de kijker hoe volkomen vergroeid boer en land zijn. Zijn vriendinnetje Barbe haalt hem op voor "hun rondje", en dit tochtje door het bos, gevolgd door snelle sex, heeft iets vanzelfsprekends, de scene heeft het natuurlijke van vaste gewoontes.

Met deze Barbe komt er een tweede element in de film: sex. Barbe is weer eens een incarnatie van de hoer/reddende engel-figuur. Maar dat wordt pas later in de film irritant. In het eerste gedeelte van de film zien we hoe zij zowel sex heeft met Demester als met een andere jonge boer uit de omgeving; Demester kan haar in zijn dierlijke lompheid sexueel niets geven, de andere jongen is duidelijk veel spannender. Er lijken hier oude banden in het spel te zijn, Demester is haar "oude buurjongen", hun relatie heeft iets incestueus (broer/zus). De indringer in deze band biedt een kans op een nieuw begin, voor Barbe dan, want de angst in Demester's blikken, die 'stom' blijft, suggereert een gewelddadige passage a l'acte.

Dit is de situatie aan het einde van dat eerste halfuur. Demester en zijn rivaal vertrekken op een vroege ochtend als soldaten in dezelfde compagnie, Barbe blijft achter. Hier had, in retrospect, de film moeten eindigen. We hadden dan een fraaie korte film vol psychologische suggesties. De kijker zou achterblijven met allerlei vragen, die ook op een algemener niveau resoneren. Waarom verlaten mannen eigenlijk hun eigen land voor abstracte missies in onbekende landen, en vooral, wat zijn dat dan voor mannen, dat ze met die verantwoordelijkheid belast worden?

De film gaat door, toont alles, wordt melodramatisch.
De missie vindt plaats in een niet nader benoemd woestijnachtig land (een soort generiek Midden-Oosten). Alles verloopt dramatisch, met mislukte acties, doden, verkrachting van een vrouwelijke soldaat van de tegenpartij die later op gruwelijke wijze wraak neemt. Uiteindelijk gaat de rivaal dood en weet Demester zelf te ontsnappen. Tussendoor zien we hoe Barbe psychisch doordraait: laat zich door jan-en-alleman nemen, belandt in een zenuwen-gesticht etc. Einde: Demester is teruggekeerd, Barbe valt hem aan ("jij hebt hem achtergelaten"), Demester loopt weg, maar bekent dan in een emotionele uitbarsting zijn liefde en lijkt door haar te worden vergeven.

Dat hele deel in het Midden Oosten-land is van een verschrikkelijke cliché-matigheid: we krijgen in feite steeds 'generieke' beelden: woestijn, primitieve nederzetting, bergpost. Allemaal beelden die al gekend zijn voor we ons afvragen wat we zien. Beelden die ons geinternaliseerde Tv-beeld van 'verre oorlog' herhalend bevestigen. Algemene beelden die maar niet concreet worden.
Het eigenaardige is dat de stijl van de film niet drastisch verandert. Het blijft 'realisme'. Dus: kalme kaders waarin de acteurs en het landschap alle tijd wordt gegeven; geluid net als bij Haneke beperkt tot de filmwereld (geen muziek e.d.). Maar deze tweede helft biedt allerminst de gepretendeerde neutrale fenemonologie van de werkelijkheid. Het wordt kitsch: door de platheid van de inhoud die teveel moet 'zeggen', bij de slecht-abstract blijvende realistische stijl.

Hetzelfde probleem doet zich op een bepaalde manier ook voor bij de karakters. De regisseur heeft waarschijnlijk de bedoeling gehad in Demester 'de mens' als een onwetend, onschuldig-wreed dier neer te zetten. Sexuele penetratie en het doden van de vijand zijn in de psychologische make-up van Demester van dezelfde orde. Demester wordt gedreven door een animaal overlevingsinstinct, maar blijft verder passief, 'stom', lijdzaam. Hij begrijpt niets, niets van Barbe, niets van de oorlog. Het is een boer volgens de mythologische vooroordelen van de stedeling (Blut und Boden). En Barbe, zoals gezegd, is een heilige/hoer. Maar de mythologische blik wordt ontmaskerd in zijn eigen realisme: de moderne landbouw is dusdanig functioneel gedifferentieerd dat dergelijke eendimensionale subjecten er niet meer in passen. Ga je er eenmaal op letten dan blijken alle bijkarakters op de boerderij gewoon normaal; alleen Barbe loopt steeds doelloos en zonder te hoeven werken rond: een merkwaardige reificatie van bourgeois innerlijkheid.

Het belang van deze film is ongetwijfeld dat hij 'Irak' aan de orde heeft willen stellen, gekoppeld aan het probleem dat de dienstdoende Westerse soldaten veelal uit een situatie van sociale achterstand komen en zodoende niet bijzonder 'ontwikkeld' zijn. De vraag is natuurlijk, goed Sartreaans, voor wie is de film eigenlijk gemaakt? Toch zeker voor ons, stedelingen, bourgeois intellectuelen. Precies omgekeerd aan Caché van Haneke bevestigt Flandres onze superieure positie; we hoeven niet aan onze eigen blik gewaar te worden hoe ons perspectief altijd al sociale achterstelling vooronderstelt.

1.2.07

Lenin voorspelt malaise PvdA

ik lees een essay van Arthur Stam en stuit weer eens op een inzicht van Lenin uit 'Wat te doen' (1902). 

Mijn cursivering. Het ouderwetse en vaak wat kromme taalgebruik heeft een zekere charme, vind ik. 

Lenin voerde 
---------------------------------------------------------------------------------------------
"...een polemiek tegen het 'economisme'. Dat was binnen de RSDAP een tendens, die aanknoopte bij de proletarische neiging [om] binnen de kapitalistische orde op [op] lotsverbeteringen gerichte hervormingen aan te sturen. Zo'n koers kon volgens schrijver [Lenin] geen socialisme opleveren, als die niet werd geflankeerd door een veel breder opgezette politieke strijd.
Ook buiten de sfeer van de verhouding tussen kapitaal en arbeid diende breed te worden geageerd tegen allerlei misstanden als politionele willekeur, corruptie, vervolging van sekten, lijfstraffen en mishandeling van recruten. Kortom, het ideaaltype van kaderleden diende niet de vakbondsfunctionaris, doch de volkstribuun te zijn. Lenin verbond deze noodzaak met de betrekkelijk pessimistische conclusie dat de arbeiders niet uit zichzelf tot het socialisme komen. Die zouden, aan zichzelf overgelaten, niet verder komen dan een vakbondsbewustzijn."
------------------------------------------------------------------------------------------------

Taxidermia

In de film Taxidermia van de Hongaarse regisseur Gyorgi Palfi worden drie generaties vraatzuchtige Hongaren gevolgd. In het meest geslaagde eerste deel krijgen we een interessante coïtus voorgeschoteld. De verstandelijk beperkte soldaat neemt de vrouw van de overste in een stal-achtige ruimte. De door de montage opgeworpen vraag is nu: neemt hij in werkelijkheid een dood varken, en fantaseert daarbij over de vrouw van de overste (zoals hij al eerder over diens dochters fantaseerde)? Of neemt hij toch de vrouw maar fantaseert dat hij een dood varken aan het nemen is?

Het resultaat is in ieder geval een baby, voorzien van een varkensstaartje...

Tijdens sex met je partner ben je in je fantasie niet gebonden aan die ene partner, je fantasie is vrij om vreemd te gaan zogezegd. Hierop doorgaand schetst Zizek ergens een interessant dilemma. Wat zou je liever hebben: dat je partner monogaam is, maar dat je weet dat je partner tijdens de daad altijd alleen maar over anderen aan het fantaseren is, -- of dat je partner daadwerkelijk met anderen naar bed gaat, maar daarbij alleen maar over jou fantaseert?

Was will das Weib? Het blijft een leuk spelletje...