6.2.07

Flandres (met plot-spoiler!)

Flandres van Bruno Dumont viel toch wat tegen. Het eerste halfuur ongeveer is indrukwekkend. De jonge boer Demester wordt gevolgd op een van zijn laatste dagen op zijn eigen boerderij, voor hij als dienstplichtige soldaat voor een VN-missie wordt uitgezonden. De film volgt eerst simpelweg de dagelijkse routine van Demester, zijn vertrouwde route door het bebouwde land, dat in al zijn vanzelfsprekende moderne schraalheid maar ook winterse schoonheid in kalme kaders getoond wordt. Impliciet ontstaat een mooie contrastwerking tussen het verlangen van de zwijgzame boer om aan dit alles te ontsnappen, en het besef van de kijker hoe volkomen vergroeid boer en land zijn. Zijn vriendinnetje Barbe haalt hem op voor "hun rondje", en dit tochtje door het bos, gevolgd door snelle sex, heeft iets vanzelfsprekends, de scene heeft het natuurlijke van vaste gewoontes.

Met deze Barbe komt er een tweede element in de film: sex. Barbe is weer eens een incarnatie van de hoer/reddende engel-figuur. Maar dat wordt pas later in de film irritant. In het eerste gedeelte van de film zien we hoe zij zowel sex heeft met Demester als met een andere jonge boer uit de omgeving; Demester kan haar in zijn dierlijke lompheid sexueel niets geven, de andere jongen is duidelijk veel spannender. Er lijken hier oude banden in het spel te zijn, Demester is haar "oude buurjongen", hun relatie heeft iets incestueus (broer/zus). De indringer in deze band biedt een kans op een nieuw begin, voor Barbe dan, want de angst in Demester's blikken, die 'stom' blijft, suggereert een gewelddadige passage a l'acte.

Dit is de situatie aan het einde van dat eerste halfuur. Demester en zijn rivaal vertrekken op een vroege ochtend als soldaten in dezelfde compagnie, Barbe blijft achter. Hier had, in retrospect, de film moeten eindigen. We hadden dan een fraaie korte film vol psychologische suggesties. De kijker zou achterblijven met allerlei vragen, die ook op een algemener niveau resoneren. Waarom verlaten mannen eigenlijk hun eigen land voor abstracte missies in onbekende landen, en vooral, wat zijn dat dan voor mannen, dat ze met die verantwoordelijkheid belast worden?

De film gaat door, toont alles, wordt melodramatisch.
De missie vindt plaats in een niet nader benoemd woestijnachtig land (een soort generiek Midden-Oosten). Alles verloopt dramatisch, met mislukte acties, doden, verkrachting van een vrouwelijke soldaat van de tegenpartij die later op gruwelijke wijze wraak neemt. Uiteindelijk gaat de rivaal dood en weet Demester zelf te ontsnappen. Tussendoor zien we hoe Barbe psychisch doordraait: laat zich door jan-en-alleman nemen, belandt in een zenuwen-gesticht etc. Einde: Demester is teruggekeerd, Barbe valt hem aan ("jij hebt hem achtergelaten"), Demester loopt weg, maar bekent dan in een emotionele uitbarsting zijn liefde en lijkt door haar te worden vergeven.

Dat hele deel in het Midden Oosten-land is van een verschrikkelijke cliché-matigheid: we krijgen in feite steeds 'generieke' beelden: woestijn, primitieve nederzetting, bergpost. Allemaal beelden die al gekend zijn voor we ons afvragen wat we zien. Beelden die ons geinternaliseerde Tv-beeld van 'verre oorlog' herhalend bevestigen. Algemene beelden die maar niet concreet worden.
Het eigenaardige is dat de stijl van de film niet drastisch verandert. Het blijft 'realisme'. Dus: kalme kaders waarin de acteurs en het landschap alle tijd wordt gegeven; geluid net als bij Haneke beperkt tot de filmwereld (geen muziek e.d.). Maar deze tweede helft biedt allerminst de gepretendeerde neutrale fenemonologie van de werkelijkheid. Het wordt kitsch: door de platheid van de inhoud die teveel moet 'zeggen', bij de slecht-abstract blijvende realistische stijl.

Hetzelfde probleem doet zich op een bepaalde manier ook voor bij de karakters. De regisseur heeft waarschijnlijk de bedoeling gehad in Demester 'de mens' als een onwetend, onschuldig-wreed dier neer te zetten. Sexuele penetratie en het doden van de vijand zijn in de psychologische make-up van Demester van dezelfde orde. Demester wordt gedreven door een animaal overlevingsinstinct, maar blijft verder passief, 'stom', lijdzaam. Hij begrijpt niets, niets van Barbe, niets van de oorlog. Het is een boer volgens de mythologische vooroordelen van de stedeling (Blut und Boden). En Barbe, zoals gezegd, is een heilige/hoer. Maar de mythologische blik wordt ontmaskerd in zijn eigen realisme: de moderne landbouw is dusdanig functioneel gedifferentieerd dat dergelijke eendimensionale subjecten er niet meer in passen. Ga je er eenmaal op letten dan blijken alle bijkarakters op de boerderij gewoon normaal; alleen Barbe loopt steeds doelloos en zonder te hoeven werken rond: een merkwaardige reificatie van bourgeois innerlijkheid.

Het belang van deze film is ongetwijfeld dat hij 'Irak' aan de orde heeft willen stellen, gekoppeld aan het probleem dat de dienstdoende Westerse soldaten veelal uit een situatie van sociale achterstand komen en zodoende niet bijzonder 'ontwikkeld' zijn. De vraag is natuurlijk, goed Sartreaans, voor wie is de film eigenlijk gemaakt? Toch zeker voor ons, stedelingen, bourgeois intellectuelen. Precies omgekeerd aan Caché van Haneke bevestigt Flandres onze superieure positie; we hoeven niet aan onze eigen blik gewaar te worden hoe ons perspectief altijd al sociale achterstelling vooronderstelt.

Geen opmerkingen: