7.2.07

muzikale tijdgeest

1. Ik herinner me nog de tijden dat popmuziek van Nederlandse bodem een status aparte had. We hebben het nu over de jaren 80. Er werd met twee maten gemeten. Je had bijvoorbeeld Nick Cave (universeel goed) en Claw Boys Claw (goed binnen de Nederlandse context). Beide werelden raakten elkaar niet, er was geen tertium comparationis. Als Nederlandse popfan maakte je als het ware tegelijk deel uit van een particulier en een algemeen universum; de gedachte dat de Claw Boys Claw ooit in Amerika zouden kunnen doorbreken was lachwekkend.

Dat is nu wel veranderd. Er lijkt vooral veel meer muziek bijgekomen, dus ook meer van Nederlandse makelij. De omslag van kwantiteit in kwaliteit kan dan niet uitblijven. En waar de Nederlandse pop steeds beter wordt, neemt tegelijkertijd het aura van de Amerikaanse sterk af. De gedachte dat een Nederlandse band best eens in Amerika zou kunnen doorbreken is niet meer lachwekkend; maar op precies hetzelfde moment relativeert zich de verhouding: is het überhaupt wel zo interessant om daar door te willen breken?

2. Internet en globalisering hebben alles gekoppeld. De luisterpaal op de 3 voor 12 website maakt dit a.h.w. in gecomprimeerde vorm duidelijk. Het principe van de luisterpaal democratiseert: gratis direct toegang en geen journalistieke gatekeepers. Daarbij wordt het aanbod geëgaliseerd: alles staat naast elkaar, van de meest lokale eigen-beheer uitgave tot de laatste my space-hype, van Zaandam tot Ethiopië. Zodoende wordt origine gerelativeerd en alles intrinsiek met elkaar vergelijkbaar, komen de cd's in hetzelfde horizontale universum te staan.

Voor Nederlandse pop biedt dat nieuwe perspectieven. Hoe middelmatig vaak ook, er blijkt altijd ergens nog wel ergere bagger gemaakt te worden. De luisterpaal verleidt tot een 'verlicht' nationalisme. Dat houdt ook in dat je zonder enig schuldgevoel Nederlandse muziek objectief kunt beoordelen - waar vroeger een beschermende huls van paternalisme van al te harde oordelen afhield. Er is geen reden om Nederlandse producten anders te behandelen dan alle andere. En er komen in het algemeen maar weinig echt goede dingen uit. Trek uw conclusies.

3. Ik kan dus een ander probleem aankaarten, waar ik me bij Nederlandse releases aan stoor. Neem bv Do the Undo of Coparck. Men zingt in het Engels, de taal van de popmuziek, natuurlijk, maar op de een of andere manier klinkt dat juist bij Nederlanders erg onprettig. De uitspraak/intonatie werkt vervreemdend; en bij pop is juist de illusie van het zich onbelemmerd uitstorten van de ziel in zang zo fundamenteel.

Hoe komt het toch dat in Scandinavische landen wel ontroerend in het Engels gezongen wordt? -- luister bv naar Thomas Dybdahl, over wie ik lees hij in eigen land qua populariteit een soort Marco Borsato is ... verontrustende mededeling: is hun smaak echt zoveel beter dan de onze?

Heeft onze Nederlandse gerichtheid op de Amerikaanse cultuur misschien een soort omgekeerd provincialisme veroorzaakt: we wanen ons onderdeel van een universele consumptiemarkt waarin taalverschillen genivelleerd zijn. Eén grote soep van oneigenlijkheid. Amerikanen geloven daar níet in, overigens, alleen provincialen.

4. Er wordt naar mijn smaak nog altijd te weinig in het Nederlands gezongen. Hier ligt de ontwikkeling een stadium achter op die van de muziek. De jubelontvangst van Spinvis wordt ingegeven door positieve discriminatie. Als er al Nederlands wordt gezongen moet het schijnbaar altijd 'poëtisch' en op de kleinkunst manier. Onze oren zijn nog niet voldoende getraind in het waarnemen maar tegelijk ook negeren van de teksten. Het wordt nog te serieus genomen waar je over zingt.

Een ontwikkeling in de goede richting is het nummer Tienerhoer van Malle Pietje en de Bimbo's. De meisjeszang is hier emotioneel, maar naturel; individueel, maar niet storend boven de muziek uitkomend. (Voortaan alle punk-rock in het Nederlands dus!)

De Nederlandse hiphop verhoudt zich overigens precies omgekeerd tot de bovengeschetste trend: waar het muzikaal allemaal erg primitief blijft, is men in de 'natuurlijkheid' van de Nederlandse straattaal zeker de gelijke van de grote Amerikaanse voorbeelden.

2 opmerkingen:

Anoniem zei

korte gedachte: is die hele ontwikkeling niet juist in gang gezet door de hiphop?
in de jaren 80 had je NL pop (indie en mainstream) en volksmuziek. op het moment dat de NL hiphop ten tonele verschijnt (altijd al een meer tekst dan toon gedreven muziekgenre toch?), ontstond die differentiatie vanzelf. hiphop eist aandacht voor zichzelf op, plaatst de artiest in al zijn individuele specificiteit op de voorgrond. dan wordt "Nederlandse muziek" een overbodige classificatie, want de taal/land bepaaldheid ervan is obvious/ eigen aan het genre.
en doordat hiphop mainstream is, raakt dat dan aan alle andere genre's.

Anoniem zei

nou er is ook veel nederlandse wannabe-USA hip-hop met niets eigens. Interessant is dat pas zo de laatste 5 jaar de NL hip-hop daadwerkelijk concurrerend wordt. Blijkbaar bepaalde drempel (kwantiteit>kwaliteit) overschreden.