In de maand december worden de cd-jaarlijstjes opgesteld.
Een idee van natuur verschaft de moderne consument een laatste houvast tegen het nimmer aflatende aanbod van de cultuurindustrie.
Dergelijke lijstjes dienen welbeschouwd om beter te kunnen vergeten (in de zin van Nietzsche's 'actieve vergeten').
Na de rituele begrafenis kan het opnemend vermogen van onze oren er weer tegen aan.
Voor wie minder snel verteert is er geen actualiteit, d.w.z. Zeitgeist.
Nadeel: degelijkheid.
Mijn beste cd van 2006? Het zijn er twee.
Danielson Family's Ships bezorgde me het meeste kippenvel. Al tijdens het eerste beluisteren voelde ik: dit is geniale muziek. Dat gaat intuïtief - een indruk die je dan niet meer voor jezelf hoeft te bevestigen. Soms valt zo'n cd dan jaren later enorm tegen... Deze werd na een paar draaibeurten wel wat 'gewoner'. Hoewel 'gewoon' hier het verkeerde woord is; het gaat om volkomen 'aparte' muziek. Aan de basis lijkt het soort blije evangelische muziek te liggen dat in de USA door rondtrekkende verkondigers van het geloof gebracht wordt. Ik weet overigens niets van de achtergrond van deze band. Maar er zit iets in van veel op-straat-spelen. Simpele, effectieve schema's op akoestische gitaar of piano, jubelachtige harmonieën. Het wordt op de cd dan fraai ingekleurd met blaasinstrumenten of een fiddle. Maar vervolgens wordt alles ahw door een idiote blender gehaald: ritmische afwijkingen en gestuiter, kleine parodietjes (bv op de gospel), in chaos en disharmonie eindigende nummers. Nog afgezien van die idiote stem. Toch blijft alles oprecht, wordt het nergens tongue-in-cheeck. De teksten lijken vol christelijk jargon te zitten, maar gesublimeerd tot een apart soort 'verlicht' individualisme. Reli-rock die van zijn geloof gevallen is!
Daarentegen was ik in eerste instantie niet onder de indruk van de plaat van Tortoise & Bonnie 'Prince' Billie, The Brave and the Bold. Maar dit is toch de cd die ik in 2006 het meest gedraaid heb, soms wat meer op de achtergrond, dan weer keihard. Er zit iets verslavends in deze rock clichés. Allereerst is er, voor Tortoise nieuw, 'de stem', die hier volledig emotioneel maar toch sans affect wordt ingezet. Tortoise had op eerder werk natuurlijk juist bewezen rock te kunnen spelen zonder vocalen maar met volledig behoud van emotionele zeggingskracht. Dat lukte door een strategie van ascese in het materiaal en individualisering in de uitvoering. Enigszins jazz-achtig dus. Op deze cd vinden we dan toch vocalen: misschien om het 'al te bekende' te kunnen brengen, echte cover-versies (het gaat om 10 covers uit het hele spectrum van de popgeschiedenis). De nummers worden steeds oprecht gespeeld en gezongen, het klinkt allemaal erg generiek, er wordt denk ik met opzet niet erg afgeweken van de originelen (die ik overigens niet ken). Net als bij de vocalen staat bij de muziek alles in het teken van de 'verdubbbeling'. Bv middels de twee drummers, of een aanvulling van de gitaarpartij door typische new wave synths. Zo ontstaat een vreemd soort geabstraheerd-concrete rock. Tijdloos, retro, en progressief tegelijk!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten