25.2.07

Ten Canoes vs Bamako

Ten Canoes (regie Rolf de Heer; de film is ontwikkeld in samenwerking met Australische aboriginals).

Een verhalenverteller weet raad. De mondelinge overlevering draagt eeuwenoude 'ervaring' over aan nieuwe generaties (Walter Benjamin, Der Erzähler). Die tradities komen in de moderniteit onder druk te staan, als ze niet al helemaal verdwijnen. 'Goede raad' verandert in 'informatie', mondelinge overdracht wordt cultuur-industrieel georganiseerd.

In deze film van en over de aboriginal-cultuur krijgen we dus een paradox: een film (technologische moderniteit) die een traditionele vertelling (orale cultuur) 'weergeeft' en recht wil doen. Wonderlijk genoeg gebeurt dat zeer overtuigend. Dat komt omdat de film een vertel-positie weet op te bouwen die ik als vóór-fictioneel zou willen betitelen.

De bij dit soort projecten voor de hand liggende valkuilen worden vermeden: enerzijds een documentaire aanpak die zijns ondanks objectiveert, anderzijds de pijl-en-boog-kitsch van historisch drama (denk: Mel Gibson). Het 'primitieve volk' wordt hier geen object of een plaatje, maar krijgt een eigen stem.

Indrukwekkend is de openingssequentie waarin we in een zweefvlucht het moerasgebied in duiken, steeds dieper de natuur in. Tegelijk horen we dan in de voice-over voor het eerst de orale verteller, mysterieus uit het 'diepe' verleden komend.

Er ontstaat, ingebed door die voice-over, een fraaie gelaagdheid van vertelniveaus: een soort dubbele negatie van het heden. Er is een eerste vertelniveau van ong. 1000 jaar geleden, in zwart-wit, waarin een groepje mannen eropuit trekt voor de jacht. De jongste onder hen heeft een oogje laten vallen op een van de vrouwen van zijn oudere broer. Deze broer, een wijze oude man, vertelt dan onderweg een fabel uit de 'echte' oertijd, de tijd van demonen ed, die dan in een tweede vertelniveau in kleur wordt 'uitgebeeld'.

Dit tweede niveau toont de dingen soms op traditioneel epische wijze. Zo wordt een mogelijke verklaring voor gebeurtenissen steeds ook letterlijk getoond. Over een geroofde vrouw: het zou kunnen dat een magiër haar heeft ontvoerd: dat zien we dan gebeuren. Of het zou kunnen dat een naburige stam haar heeft meegenomen: dat zien we dan. Of het zou kunnen dat ze verdronken is in de rivier: dat zien we dan. Denk hier ook aan Rashomon van Kurosawa.

De verteller (eerste voice-over) neemt zijn tijd, net als de oude wijze man in het eerste verhaal-niveau. Je ervaart op een gegeven moment hoe dat tegen je moderne verwachtingen ingaat: het gaat allemaal wel erg langzaam. Maar de vertellers hebben zo hun redenen voor alle omslachtigheid. Ervaring ontstaat via de omweg van het vertellen. En het leren luisteren naar de arcana van een wijze oude man.

Diens wijze 'les' is dat het niet nodig is slaafs je seksuele lust te volgen: er zijn meer manieren waarop een koe een haas vangt. De mythologische fabel drukt eigenlijk hetzelfde uit: dat het 'sociale' van een samenleving bestaat uit het narratieve vlechtwerk tussen stammen onderling, niet uit roof en geweld.

Daarmee is niet gezegd dat wij, in het hier en nu, veel aan die wijze les zouden moeten hebben. Het belangrijkste is dit: Ten Canoes denaturaliseert. Je voelt je eventjes ontheven aan de moderniteit als zodanig.

---------

Bamako (regie A Sissako). Bamako, hoofdstad van Mali. Er wordt een niet nader gedefinieerd publiekelijk proces gevoerd tegen het misdadig beleid van het IMF. Twee Franse advocaten verdedigen het, de anderen vallen het aan; gewone mensen kunnen af en toe als getuige hun verhaal doen.

Laat ik meteen ter zake komen: waar Ten Canoes denaturaliseert, naturaliseert Bamako zijns ondanks.

De regisseur heeft ongetwijfeld de beste bedoelingen. Maar je vraagt je de hele tijd af: voor wie is de film eigenlijk gemaakt? Voor de Malinezen zelf of voor een Europese intelligentsia? Het is een halfbakken mengsel van ouderwets didacticisme en simpele gedachten over art-film.

De handelingsruimte is beperkt tot een ommuurde binnen-hof, waar het 'proces' plaats vindt. Een soort sociale tussenruimte tussen publiek/privaat in. Idee: dat loopt in Mali door elkaar heen. Dat wordt dan gedemonstreerd met een onbenullig plot-lijntje over de bewoners die zo eens wat heen en weer lopen tussen huis en hof.

De beeldtaal is ondanks het tergend langzame tempo melodramatisch: 'een zielige zieke man met een lief kindje', of ook van die stereotype reactie-shots op de verschillende betogen in het proces: 'aandachtig kijkend' of 'ontroerd' publiek.

De goeden krijgen overigens bij dat proces so-wie-so meer spreektijd dan de baddies. De schematische rolverdeling in goed en kwaad ligt al op voorhand vast, wat zich zelfs nog vertaalt in een cartooneske casting van de Franse advocaten die het IMF verdedigen in vergelijking met het team van de aanklagers.

Er wordt op een gegeven moment ook nog opeens een western persiflage ingevoegd. Idee: IMF = westers imperialisme. Je mag toch hopen dat bepaalde kringen verder zijn dan dat.

Want van de weeromstuit ga je je op een gegeven moment tegen het goede standpunt keren, dat met zoveel onnozelheid aan de man wordt gebracht. Bij al dat zelfgenoegzame geweeklaag denk je op een gegeven moment vanzelf: wel, gefeliciteerd dan, julle kunnen blijkbaar zonder anomie.
Een typisch nadeel van didacticisme in kunst.

De film hint wel naar een besef van 'politieke cinema', maar laat honderden kansen liggen.
Waarom bv geen direct addressaat zoals wel in Ten Canoes?
Waarom niet gespeeld met echt/fake? Er zitten een paar 'echte' bekende Malinezen in de film: die contrasteren met de fictie van het proces.
Waarom niet meer zelf-reflectie? Bv: een film over het opnemen van een franse docu die graag een anti-globaliseringsboodschap uit de mensen wil trekken.

Maw waarom geen Brechtiaanse vervreemding?

Geen opmerkingen: