M Gondry, The Science of Sleep.
Lees als ondertitel bij deze film: de ideologie van de creatieve klasse.
Alles draait om een viering van creativiteit.
De droomsequenties zitten vol fraaie naar de vroege film verwijzende technieken: Melies, animatie, stop-motion, ed. De digitale blue screen-techniek wordt heel grappig ge-retro-iseerd.
Maar moeten we deze kunstmatige tegenstelling tussen handmatig, ambachtelijk vs digitaal echt nog serieus nemen?
Toch wel, als we de regisseur volgen.
Je kunt een beter mens worden door je TV in een kanaal te gooien: dan houd je meer tijd over voor knutselen.
De beide artiesten worden dan ook volop getoond in hun creatieve bezigzijn. Daar bestaat een goed Engels woord voor: self-congratulatory.
Het is in het zelfbeeld van de creatieve klasse totaal ondenkbaar dat je daadwerkelijk stompzinnig kopieerwerk zou gaan doen. Dat is toch onmenselijk. Hoe het zit met het andere, niet-creatieve deel van de mensheid dat wel eens een klusje tegen haar zin moet doen, blijft onduidelijk.
Er is een tweede laag van verwijzingen. Die komt uit de swinging 60s: snelle montage, kunsthistorische citaten, en een energiek-ironische toon. Denk aan een film als Morgan, A Suitable Case For Treatment (Karel Reisz, 1966), waar Gondry al eerder veel van zijn mosterd vandaan haalde.
Zien we daar één seconde lang in een la een uitgave van Laforgue's Pierrot Lunaire?
Maar het jongen-meisje gevoel blijft a-sexueel, humorloos. Te zwaar op de hand en kinderlijk tegelijk.
Creatieve mensen hebben het maar moeilijk in deze wereld. Zeker als er twee creatieve carriere-starters moeten gaan samenwonen. De film lijkt zich dan ook -Amélie-ähnlich- niet zozeer in deze wereld, alswel in een soort geïdealiseerde a-politieke jaren 60 af te spelen. En a-politiek is a-sociaal.
Het regressieve van het hoofdpersonage wordt in het verhaal zelfs een beetje gethematiseerd; aan het eind komt er iets van sexuele frustratie naar buiten. De vraag is: waarom zou de regisseur een dergelijk regressief personage interessant vinden? Waarschijnlijk alleen omdat hij de erachterliggende creativiteits-ideologie echt serieus neemt.
Keren we terug naar de droomsequenties. Pas na afloop besef je hoe ge-format het allemaal is: een stukje verhaal - een droom, een stukje verhaal - een droom, enz. De droom-logica, het beetje surrealisme dat er is, het wordt allemaal netjes genaturaliseerd. Dromen doe je in je slaap. Slapen doe je in je eigen bed.
Dus niet op kantoor. De creatieve klasse laat haar dromen niet met het werk interfereren.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten