27.4.07

muzikale tijdgeest

The Field, From Here We Go Sublime

De nieuwe standaard: het digitaal door elkaar mengen van beats + stem + gitaartrack.

The Field is lekker, maar maakt het zich wel erg gemakkelijk.
Soort lome techno met toevoegingen.
Nummer 2 Paw in my face verknipt digitaal een vette basfunk lijn, aan einde nummer hoor je dan het loopje 'echt'.

Nog weinig dimensies. Gelaagd maar gelikt.


Ben Frost, Theory of Machines

Digitale ruis: gitarige soundscapes die uit de computer komen.

De nieuwe standaard: je hoort achter de drones soms ook de 'echte gitaren' apart doorkomen in het geluidsbeeld.
Gitaarerupties als de vroege Swans. In de Coda hoor je dan letterlijk het origineel.

Ben Frost is lekker, maar maakt het zich niet al te moeilijk. Tweedimensionaal. Gelikt maar gelaagd.

Forget K-Punk

K-Punk wordt zo zoetjesaan door het academische establishment opgeslokt.
Wat een voorspelbare gang van zaken.
Radicalen vd geist die dan inleidingscolleges op Zizek gaan geven.

Wat is er voor de academie zo gevaarlijk aan iemand als K-Punk? Dat hij precies hetzelfde doet als het gros van het tenured cultural-studies personeel, maar: op een hoger niveau.
Want K-Punk begrijpt gemiddeld beduidend méér van radicale theorie en Zizek/Lacan.
Vanuit een niet-academische positie.
Dus dreigt er voor dat academische werk een enorme waarde-inflatie.

Er wordt pijnlijk duidelijk: de academicus die zijn stukjes in de bundels schrijft, kan dat doen op grond van een vaste positie. Er is geen kwaliteitscontrole.
Alleen stricte gate-keeping.
Een ambitieus en kritisch type a la K-Punk verdween vroeger meestal geruisloos in de marge. (Of je moet zo ongenaakbaar zijn als Zizek.)
Dat is nu veranderd. Bij voldoende kritische massa kan men er ook in de academie niet meer omheen dat K-Punk bestaat.
Bij voldoende kritische massa gaan ook studenten de twee afzonderlijke domeinen inhoudelijk vergelijken, en bepaalde conclusies liggen dan voor de hand.

Maar K-Punk is nog gevaarlijker. Eigenlijk bewijst zijn inspirerende geblog vooral dat radicale theorie strictu sensu niet meer dan radicale 'meinung' is.
Het is een naar de wereld leren kijken zoals Zizek zou doen.
Dat is voor de academici natuurlijk helemaal vervelend. Dat onttovert op een fundamenteel niveau de 'wetenschappelijkheid' van hun werk.

En dus zit er niets anders op dan K-Punk in te lijven bij het establishment.
Let op mijn woorden.

Dan is het nog maar de vraag of er behalve colleges Zizek ook colleges the Fall zullen volgen.

memento

De Pers verspreidde op 25/4 de krant ook in de brievenbus.
Nina Brink werd in een reportage aan de schandpaal genageld. Reclamestunt?

Het stuk staat ook op de website.

Kwaliteit kan gratis zijn.

Het verontrustende nieuws hier is de verstrengeling van economische en juridische macht.

Geen nieuws, zult u zeggen.

Alleen: niemand schrijft erover.

En iedereen wil geloven in een complot van de linkse media? Het is een omgekeerde wereld.

Wat als de Telegraaf vanaf vandaag alleen nog maar van dit soort stukken op de voorpagina zou zetten? Zo moeilijk kan het toch niet zijn om een populistische hetze te ontketenen tégen de economische machthebbers.

Zondebokken genoeg in de Nederlandse zakenwereld. De vijand, dat zijn types zoals Nina Brink en haar advocaat: een stelletje graaiers, dat er nog mee weg komt ook.

Maar dat is SP jargon, zult u zeggen.

Dat is in onze middenklasse kringen eigenlijk not done. Zo ... proleet-achtig.

De middenklasse wordt liever emotioneel van het 'allochtonen-vraagstuk'.

Dan trapt men niet per ongeluk op belangrijke teentjes.

Geld stinkt niet, het volk is kort van memorie, ambtenaartje-pesten mode.

naar een verlicht nationalisme

Ons koninklijk huis was de laatste tijd weer even in de media:
-Beatrix pleegt uitkeringsfraude door voor privé-grond europese subsidie aan te vragen.
-Prins Bernhard heeft zich er bij het einde van WOII voor ingespannen om Nazi's te laten ontkomen naar Zuid-Amerika met vliegtuigen van de KLM.
-De radio-speeches van Koningin Juliana tijdens WOII maken geen gewag van het lot dat Joden in de vernietigingskampen te wachten stond, terwijl zij daar - anders dan de meeste van haar landgenoten- al in 1943 van op de hoogte was.

Door ons koninklijk bloed stromen criminele genen.

Als onze parlementaire democratie er niet in slaagt binnen 10 jaar op het Scandinavische (ceremoniële) model over te gaan, ga ik Nederland haten.

-----

ABN Amro was de laatste tijd weer even in de media.

De volgende punten werden al enige tijd geleden aangedragen, oa door Frank Kalshoven:
-het is slecht voor de werkgelegenheid als de bank verdwijnt
-het is slecht voor de financiële expertise van Nederland als het hoofdkantoor verdwijnt
-waarom is die beoogde fusie met ING zo makkelijk mislukt
-waarom hebben onze pensioenfondsen zo weinig belegd in nationale bedrijven
-waarom zouden we niet eens serieus moeten gaan praten over werknemers-aandelen
-waarom doet men hier of de politiek zich er totaal niet mee mag bemoeien (vgl USA)

In de media blijjft het vreemd genoeg op al deze punten oorverdovend stil. Men houdt het bij de 'spannende overnamestrijd' en de aandeelhouders-vergaderingen.

Hier zou een kleine Chomskyaanse analyse op zijn plaats zijn.

Men lijkt wel bang te zijn voor een beetje economisch nationalisme.

Mag ik concluderen: het Oranje-gevoel leeft niet echt?

reli rock (2006)

1. J Mascis & Friends, Sing and Chant for Amma.
De elektrische gitaar-solo, de meest expressieve uitdrukking van westerse subjectiviteit denkbaar, weet hier samen te gaan met oosters mantra-gezang en akoestisch getokkel, waarvan het doel toch moet zijn het subject van zijn subjectiviteit te verlossen. Dit is even subliem onbegrijpelijk als de kopstoot van Zidane.


2. At the Close of Every Day, De Geluiden van Weleer.
Ik heb het altijd merkwaardig gevonden dat er in de Nederlandse indie nooit ook indie gezongen wordt. De zangstijl blijft toch altijd bepaald door de overdreven articulatie van de commerciële rock, zelfs bij de dames; de zanger(es) blijft voor de muziek staan, als een selbst-setzend subject, orakelend als H van der Lubbe, klagend als Anouk. De indie gedachte behelst onder meer dat het subject juist in de muziek opgaat, zichzelf oplost, zich de-subjectiveert.

Dat was het leuke van At the Close of Every Day: de mompelzang. Hoe rudimentair ook, en hoewel erg tegen Amerikaans voorbeeld Idaho aanleunend, hier was dan eindelijk zachte praatzang, lichtjes onverstaanbaar, het gemompelde equivalent van gefluister. En meteen opende zich de nog onontgonnen wereld van introspectie en introvertie in de Nederlandse indie.

Wat is er gebeurd? Op de nieuwe plaat zingen ze opeens in het Nederlands -- wat goed is --, maar je verstaat ook bijna alles -- wat niet goed is. Het reultaat is uiterst ongelukkig: relirock van de kleigrond. In toon en tongval gereformeerd, prijst men de dagen van weleer.

Waar komt dit verlangen naar de goede oude tijd van vóór de ontzuiling, naar gereformeerde normen en waarden vandaan? Het is toch nostalgie naar iets dat niemand werkelijk heeft meegemaakt.

Frans Kellendonk bedacht ooit het oprecht veinzen. Dat idee had veel succes. Er moet denk ik sprake zijn van iets generationeels. De generatie van Kellendonk is nog opgevoed door 'zwaar' gelovige ouders, maar heeft zichzelf relatief gemakkelijk van dat zware geloof kunnen emanciperen. Dan kan er op zeker moment nostalgie ontstaan naar die verloren wereld van ouderlijke zekerheden waarin het geloof zo vast verankerd was. Neem je die nostalgie al te serieus dan wordt het een kwestie van oprecht veinzen.

Momenteel hebben we te maken met een generatie die is opgevoed door 'licht' gelovige ouders. Waarbij ik 'licht' en 'zwaar' bedoel in sociologische zin: het gaat om de mate waarin het individu is ingebonden in de sociale/institutionele verbanden van religie. Je kunt nu heel prettig gelovig zijn zonder de zondagse kerkdwang. Je voedt je kinderen zo vrijblijvend in het geloof op dat ze zich eigenlijk niet eens meer hoeven te emanciperen. De kinderen stellen zelf proefondervindelijk vast dat het inderdaad niets uitmaakt dat je gelovig wordt opgevoed. Je zacht-gelovige ouders voeden niet beter of slechter op dan de zacht-atheïstische buren. Christen-jongeren zijn echt normaal, ze hoeven niet meer gepest te worden op school want ze onderscheiden zich werkelijk niet meer van de anderen. Dit betekent in hogere zin: Geloof maakt geen verschil!

De Geluiden van Weleer laat horen wat er gebeurt als deze weldoorvoede generatie dan toch door gereformeerde nostalgie bevangen wordt. Precies het omgekeerde van oprecht veinzen: onoprecht geloof. Geloof maakt geen verschil, maar toch geloof ik. Dan werkt het beter in iets te geloven dat allang niet meer bestaat: die geweldige jaren 50.


3. Low, The Great Destroyer.
Al bij het debuut wisten we dat dit ex-Mormonen zijn. Dat gaf een bepaalde authenticiteit aan Low's serieuze benadering van de wereld. Verder leek het weinig relevant. De slowcore had een noisy verstilling die nergens in religieuze zaken bleef hangen, maar eerder iets opriep van Freud's 'oceanische' gevoel.

Maar toen kwamen Secret Name en Things We Lost in the Fire... Onvoorstelbaar: pure reli-rock! Alsof ze inderdaad rond het kampvuur liedjes zingen. Als ik me goed herinner is er een nummer dat erover gaat dat je bij ziekte van een kind meer op god dan op de medische wetenschap moet vertrouwen... (Ex)-Mormonen zijn niet van deze wereld... (Kunnen gelovigen ooit echt van hun geloof afvallen?)

Hoe kwam dat opeens? De (non)-productie van Steve Albini op deze beide platen speelde mee: back to basics. Je hoorde nu onverbloemder wat die basis was: een door extreme verlangzaming geabstraheerde blues met community-singing. Steeds weer ging Alan Sparhawk in zang en gitaarspel de strijd met god aan over zijn zondige ziel. Zijn vrouw Mimi was dan eerder de berustende tweede stem -- het vergevende koor.

Low leek op de weg terug. Na Trust kwam The Great Destroyer met een nog duidelijker terugkeer naar de rock-song, en dus naar subjectiviteit (tegenover spiritualiteit). Er komt weer wat tempo in, wat meer luide elektische gitaren, zoemende psychedelische laagjes, pop-melodie zelfs. Het geproduceerd-zijn van deze platen schept een weidsere ruimte. De studio-productie produceert ... wereldsheid.




4. Sufjan Stevens, Illinois (maar in feite zijn gehele oeuvre).
Eerste indruk: Sympathiek maar volkomen betekenisloos.

Dan opeens het inzicht: maar, dit is het klankgeworden iets-isme!

25.4.07

my first murukami

Haruki Murukami, Ten zuiden van de grens, ten westen van de zon.

Een prettige, lichte toon. Let wel: níet de parlando-praatstijl die vandaag de dag zo overheersend is, waarin er buiten de toon zelf niets meer is. Het gaat hier nog echt om het doorgronden van een karakter, om het analyseren van diens innerlijke gevoelens (voor de techneuten onder ons: interne focalisatie!).

De inhoud zelf heeft eigenlijk niet zoveel om het lijf. De held bevindt zich in een typische mid-life crisis: getrouwd, kinderen, zaken op orde; de passie ontbreekt; erotische ontmoeting met jeugdliefde leidt tot dilemma: voor háár kiezen of huwelijk redden. Door die lichtheid van toon kan dat dan zo verteld worden dat het niet banaal wordt.

[Er wordt naar het einde toe de mogelijkheid opengehouden dat die jeugdliefde in feite een geestesverschijning is. Of alleen in de verbeelding van de held bestaat. Ik vond dat niet zo interessant, maar het is voor de plot gelukkig niet van groot belang.]

Het verhaal valt in te delen bij het genus van de romance, het is in feite een romance of remarriage. De romance wordt wel steeds aan het realiteitsprincipe getoetst: het gaat er ahw om romantiek gederomantiseerd toe te laten. Dat is overigens iets dat Murukami, bij alle grote verschillen, van zijn held Scott Fitzgerald heeft overgenomen.

Het boek ademt een apart soort melancholie-light, een beetje zoals de films van Wong Kar Wai dat ook hebben. Een melancholie die duidelijk raakvlakken vertoont met kitsch of de weltschmerz van bepaalde reclames, maar daar op de een of andere manier boven uit weet te zweven.

Dat heeft natuurlijk ook allemaal te maken met pop. Murukami is een fan van de westerse popcultuur in het algemeen -- jazz, of jeugdcultuur; hoe je het noemt maakt niet zo veel uit, denk ik; in deze wereld passen Scott Fitzgerald en Miles Davis even goed als de Beatles. Murukami schrijft ahw vanuit de popcultuur zelf. De held -- en men vermoedt vanwege enkele uit diens biografie bekende elementen: de auteur-- probeert in het hele boek een authentiek en romantisch leven leiden. Dat is alles.

Maar niet niks natuurlijk. Murukami is hier 100% integer en daarom blijft het verhaal geloofwaardig. Hij wil als schrijver niet teveel. Het dreigt nooit zwaar op de hand te worden. Maar het is wel romantisch.

Pop-authenticiteit is een 'lichte' vorm van authenticiteit.

De popcultuur, vooral als Amerikaanse popcultuur, heeft naar ik vermoed in Japan nog iets oneigenlijks, een beetje een westerse codering. Ik proef in dit boek in ieder geval wat meer afstand tussen het romantische pop-ideaal en het dagelijks leven, dan wij -- met ons overal ingeburgerde zelfontplooiings-kapitalisme -- gewend zijn. Vervreemding is een te groot woord misschien, maar het speelt een rol.

Dit is dan ook het grote verschil met de verder in veel opzichten vergelijkbare Hornby: Hornby vertrekt vanuit de aanpassing, Murukami vanuit de onaangepastheid.

low

Low, Drums and Guns


moet nog

wouter bos tapes

Wouter Bos: een persoonlijkheid in de politiek?

De tapes laten iig een politicus met twee volledig verschillende gezichten zien. Intern of extern maakt een wereld van verschil. Al díe kwaliteiten die publiekelijk zo gemist worden (daadkracht, duidelijkheid, autoriteit), komen als vanzelfsprekend te voorschijn wanneer Bos tegenover het lagere partijkader staat.

De autoriteit die Bos naar beneden toe aanhoudt, slaat naar boven in zijn tegendeel om. Bos lijkt in zijn omgang met politieke tegenstrevers bijna op het masochistische af vriendelijk, ja kruiperig zelfs. Dat leidt dan tot typerende, maar merkwaardige, rationalisaties. Zoals zijn slotconstatering dat met een verliezende PvdA misschien wel meer bereikt kan worden in de onderhandelingen ...

Het beeld van de persoon Bos krijgt iets tragisch: de tragedie van het moderne individu dat zich moet differentiëren naar gelang de verschillende sociale contexten waarin het zich beweegt. 'Persoonlijkheid' wordt dan een opgave waartegen Bos niet opgewassen lijkt. Mediaal gesproken wordt hij een man zonder eigenschappen.

Is dat erg? Nemen we het andere uiterste, het type Balkenende. Dat is mediagenieker, want doet aan complexiteits-reductie. Door altijd hetzelfde te zeggen in welke context dan ook ontstaat een indruk van 'persoonlijkheid'. Een sterke man in de politiek luistert niet, mediaal gesproken.

Aanpassingsdwang of aangeboren oogkleppen.

the story of fish

'Vissen zijn ook niet dom' in De Pers 16 maart 2007. Marcel Hulspas interviewt Adriaan Rijnsdorp, onderzoeker bij IMARES in IJmuiden.

Rijsdorp vertelt dat pas sinds de jaren 60 er ook in de duistere diepzee (meer dan honderd meter beneden het zeeoppervlak) gevist kan worden. Dat vereist zeer sterke netten en motoren, namelijk. De nieuwe soorten vissen (bv zeeduivel en roodbaars) die daar gevangen werden sloegen snel aan bij de consument. Biologen waarschuwden al meteen dat het niet lang goed kon gaan.
Rijnsdorp:
---------------------------------------------------------------------------------------------------
"De diepzee is koud en voedselarm en de vissoorten zijn aangepast aan die omgeving. Ze groeien heel langzaam en worden ook, vergeleken met de soorten aan het zeeoppervlak, veel ouder. Ze planten zich daarom maar heel langzaam voort. Als je daar intensief op gaat vissen, nemen de aantallen snel sterk af. Wat je nu ziet is dat de diepzee systematisch leeggehaald wordt, waardoor verschillende diepzeesoorten ernstig worden bedreigd.

Een voorbeeld: diepzeevissers vissen graag rond onderzeese bergen en bergketens. Op die plaatsen komt voedselrijk water omhoog en vaak dringt het zonlicht tot op die onderzeese bergtoppen door. Daardoor ontstaan unieke ecosystemen; het zijn ware oases in de woestijn van de oceaan. De vissers weten die onderzeese bergen ook te vinden, vissen de omgeving leeg en vertrekken naar de volgende onderzeese berg. En dat terwijl het stuk voor stuk unieke ecosystemen zijn. Eigenlijk zouden we er reservaten van moeten maken."
-------------------------------------------------------------------------------------------------

Terzijde: is er een betere metafoor voor de mondiale modus operandi van het neo-liberalisme denkbaar?

Gelukkig is er nog een beetje hoop: de evolutie weert zich. Rijnsdorp:
-------------------------------------------------------------------------------------------------
"We zien dat vissen evolutionair reageren op de visserij. Voor vissen is de vissersboot gewoon een grote, drijvende predator. Willen ze overleven, dan moeten ze zich aanpassen. Als ze vanwege de visvangst niet meer de kans krijgen om zich op vijfjarige leeftijd voort te planten - omdat ze dan al zijn weggevist - dan gaan ze zich al na een jaar of twee voortplanten. Worden de grote exemplaren in netten weggevangen? Dan blijven de vissen klein en groeien ze trager. We hebben onlangs een onderzoek afgerond naar dit fenomeen en bij zeventien van de achttien onderzochte soorten zagen we dergelijke evolutionaire aanpassingen.

We denken dat dankzij die evolutionaire aanpassingen de afname van de bestanden ook minder ernstig is geweest dan ze had kunnen zijn. Met andere woorden: die evolutionaire aanpassingen hebben al effect. Let wel, dit speelt op een tijdschaal van tien, vijftien jaar. Vroeger dachten we dat de evolutie zo langzaam gaat, dat zij voor beheer niet van belang is. Maar dat is het dus wel. De vis weet de visserij te omzeilen."
--------------------------------------------------------------------------------------------------

rusland & film

moet nog

24.4.07

tarwater

Tarwater, Paradiso 13 04 2007. Kleine zaal, niet meer dan 20 man publiek.

Wat een onwaarschijnlijk goede sound. Hard en knetterend als in een electro-club. Hoe deden ze dat? De basgitaar speelde live de basisloopjes; verder had ik het idee dat er een back-up tape van de rest van de song-elementen werd gebruikt, die dan door de andere man met de apparatuur werd versterkt.

Iemand zou een kleine poëtica van de index-vinger in de techno moeten schrijven. Je ziet (bv ook bij Mouse on Mars live) iemand met de wijsvinger enorm op een of ander schuifje tikken en je hoort tegelijkertijd -in real time- hoe het geluid verhevigt, gaat knetteren en overstuurd raakt.

Erg mooie uitvoeringen van materiaal van The Needle Was Travelling. Dat klonk vaak werkelijk alsof (jaren 80) New Order in moderne technologie gereïncarneerd was.

Een van de eigenaardigheden aan Tarwaters werk op cd is dat het in mijn ervaring onduidelijk is of de muziek beter op koptelefoon of speakers klinkt. Het is heel open muziek waar je goed met een koptelefoon binnenin kunt gaan rondkijken. Maar ze suggereert ook body, popsongs met basgitaar, en dat wil je dan juist hard in je kamer spelen. Het blijft op een bepaalde manier ertussenin -- houdt ook iets schetsmatigs, onafs.

'Dwellers on the Threshold' zoals zij zichzelf zo mooi genoemd hebben.

De ruimte tussen song en ambient in.

[De nieuwe cd, Spider Smile, helt daarin overigens weer wat meer naar de ambient kant toe dan het song-gerichte The Needle Was Travelling.]

Hoe moeten we zo'n optreden nu inschatten? Een geluidservaring als van een ideale stereo?

Zijn de nummers van Tarwater een soort basismateriaal dat zich uitgedifferentieerd naar receptie-context verschillend laat uitbouwen?

muzikale tijdgeest

Wolf & Cub, Vessels

Een amalgaam van 70s invloeden: bluesrock, psychedelische grooves, disco. Maar van alles alleen de lekkere ingrediënten genomen, en die tegelijk in de blender gegooid. Smakelijke retro zonder pit.

Ooit schreef de Duitse poptheoreticus Diederichsen over de Spacemen 3. Een revolutionaire band, "deren Prinzip ich einmal als Marmelade ohne Brot bezeichnen sollte. Die sich unmoralischerweise von den so beliebten Spielweisen - wie Stooges und Suicide - immer nur die Sahne ausborgte und nie die Bedingungen der Lieblingseffekte. Was wie Drogennehmen ist: immer nur Glück und Durchblick, ohne die Bedingungen dafür zu akzeptieren, den Preis zu zahlen."

Dat was eind jaren 80: de huidige stand van het muzikale materiaal lijkt vaak tot zoiets als 'suiker zonder de slagroom' doorgeëvolueerd.
Belangrijke wegbereider daarin: de postrock. Die heeft een schaamteloze bevrijding van de romantische tonaliteit uit het keurslijf van de kitsch ondernomen.

De gevolgen zijn af en toe wel erg bar: 120 days, 120 days.

Precies díe elementen die zo vreselijk zijn aan U2 (en New Wave) gedistilleerd en uitvergroot tot een grote drone. Alleen nog maar himmelhoch jauchzend, het zu Tode betrübt pijnloos weggefilterd. En dat wreekt zich!

curse of the golden flower

China produceert een shakespeariaans koningsdrama met state-of-the-art cgi voor een miljoenen publiek.

Indrukwekkend: die psychedelische kleurenwaas in de gangen van het paleis. Gestileerde ruimte die binnenskamers blijft en niet realistisch hoeft te zijn.
Daarentegen zijn de cgi effecten qua gevechten en aanstormende legers behoorlijk afgezaagd: hier wordt het echt tijd voor iets anders.

Veelbelovend: de geschiedenis van China opent zich voor de cinema als een immense schatkamer aan hoogwaardige, nieuwe stof.
Hollywood moet inmiddels uitwijken naar de minder voor de hand liggende episoden (Sparta in 300); en Shakespeare kan echt niet meer natuurlijk.

Progressief: in het wereld-systeem cinema moeten met de komst van China als serieuze producent van commerciële blockbusters (van zgn A-status) wel verschuivingen gaan optreden.
Qua distributie dan eindelijk wat concurrentie voor die monopolistische package-deals van Hollywood? Dat er in de Pathé zalen niet meer gekozen hoeft te worden tussen Spiderman en een of andere B-thriller, maar tussen Spiderman en Curse of the Golden Flower II?

Flauw: de voor de hand liggende allegorische duiding in termen van 'autoritair, sterk leiderschap' en 'gehoorzaamheid aan de staat'. Anders gezegd: de film zou net zo goed in Hollywood gemaakt kunnen zijn. Ofwel: in feite zien we hier de Chinese versie van een glad en gedeïdeologiseerd export-product. Imperialisme is waar de democratische massa graag van droomt...

inland empire

Inland Empire van David Lynch.

Mindfuck, nu het begrip zelf in een film wordt aangehaald moet dat welhaast het einde van het genre betekenen. Er zijn er hier ook wel erg veel (mindfucks). 3 uur lang overlappen en doorkruisen allerlei verschillende lijnen elkaar: zigeunervloek uit het oude Polen; metafictie-plotlijn (film in film); geslachtelijke verdubbeling van de hoofdpersoon; time-loops; 'droom-kamertjes' sequenties. Maar dat alles zonder dat de een of andere 'inhoud' gestalte krijgt. Dus zonder dat het je erg raakt.

Het is ook een beetje een veeg teken dat Lynch (godfather van weirde americana) hier op het oude Europa moet terugvallen voor de seksuele lont van het verhaal.

Interessant is de film natuurlijk vooral als digitale productie. Het eerste half uur is de beeldtaal tot mijn verrassing ook echt anders. [Daarna zakt het erg in; je vermoedt dat het qua materiaal-kosten ongelimiteerd kunnen schieten hier weinig bevorderlijk gewerkt heeft: de film is minstens 2x te lang].

In dat toch wel betoverende eerste half uur dan zien we: de gezichten extreem close; verschillende beeldsoorten/werkelijkheden die vloeiend in elkaar overlopen; ruimtes die ietwat theatraal-barok zijn. Het is alsof de 'middle distance' van een normale speelfilm hier is weggevallen: alsof alleen nog vanuit de de extremen -zeer ver, zeer dichtbij- is gefilmd.

Voorbij de 'zwaarte' van film-diegesis op celluloid: de kaders openen zich voor het daglicht.

De vraag is nu of Lynch ook zijn thematiek weet aan te passen.

voor de goede verstaander

John Lancester, 'Warmer, Warmer', een indrukwekkend en somberstemmend stuk over klimaatverandering in de London Review of Books, 22 march 2007, begint zo:
------------------------------------------------------------------------------------------------
"It is strange and striking that climate change activists have not committed any acts of terrorism. After all, terrorism is for the individual by far the modern world's most effective form of political action, and climate change is an issue about which people feel just as strongly as about, say, animal rights. This is especially noticeable when you bear in mind the ease of things like blowing up petrol stations, or vandalising SUVs. In cities, SUVs are loathed by everyone except the people who drive them; and in a city the size of London, a few dozen people could in a short space of time make the ownership of these cars effectively impossible, just by running keys down the side of them, at a cost to the owner of several thousand pounds a time. Say fifty people vandalising four cars each every night for a month: six thousand thrashed SUVs in a month and the Chelsea tractors would soon be disappearing from our streets.

So why don't these things happen? Is it because the people who feel strongly about climate change are simply too nice, too educated, to do anything of the sort? (But terrorists are often highly educated.) Or is it that even the people who feel most strongly about climate change on some level can't quite bring themselves to believe in it?"
------------------------------------------------------------------------------------------------

Das Leben der Anderen

Er zijn slechtere Oscar-winnaars denkbaar. Das Leben der Anderen heeft een verhaal te vertellen. De acteurs hebben eens een keer echte rollen.

Naderhand komen er toch wat vragen bij mij boven. Heeft de film eigenlijk wel een moraal?

Er zijn in het rijk gevulde verhaal in feite twee narratieve focussen: de Stasi-officier en de door hem geobserveerde toneelschrijver (gespeeld door Ulrich Mühe en Sebastian Koch respectievelijk). Dat merk je alleen al aan de physiognomie. Waar de rest van de cast uit echt 'ouderwetse' DDR-koppen bestaat, vooral de ouderen, springen de gezichten van Mühe en Koch er uit als opvallend 'modern'. Mühe met zijn onwaarschijnlijk lege hoofd en dito blik. En Koch is veel te knap, kijkt te warm uit zijn bruine ogen (dat had je vroeger niet). Dus dit zijn onze helden.

We krijgen daarmee twee in elkaar geschoven plotlijnen: de gevoelloze voyeur die gaandeweg ontdooit en de schrijver die beseft een morele verantwoordelijkheid te moeten aangaan. Daaromheen is de plot nauwelijks uitgewerkt, en dat is jammer. De rol van Koch's geliefde blijft bv onderbelicht. Ze pleegt verraad aan hun liefde, tweemaal, en die tweede keer 'bij volle bewustzijn'. In Zizekiaanse zin is zij daarmee de werkelijke ethische held van dit verhaal. Degene die haar verlangen als enige niet compromitteert, die alles wil (de sex én de liefde).

Een hoge Stasi-officier als psychisch gekwelde voyeur is natuurlijk een anachronisme. In totalitaire staten is het panoptisch regime bureaucratisch uitgedifferentieerd. Overtuigend is wel de openingssequentie waarin Mühe een verhoor afneemt. Hier is zijn 'imperturbable gaze' zo overtuigd van de schuld van het subject voor hem, dat het ontlokken van een bekentenis slechts een kwestie van techniek wordt.

Mühe is een mooi voorbeeld van een paradox waar Zizek vaak op terugkomt: de trouwe 'idealist' die de ideologie letterlijk neemt is uiteindelijk voor een totalitair systeem het meest gevaarlijk. Een beetje cynische distantie bij de burgers is absoluut noodzakelijk voor het goed functioneren van de communistische staat. De schijn van een normaal verlopend dagelijks leven kan alleen worden opgehouden als niemand er werkelijk in gelooft.

Mühe's directe baas is een prachtig voorbeeld van deze cynische distantie. Die heeft hem in het partij-apparaat al ver gebracht, verder dan een Mühe ooit zal komen. Briljant is de volgende dubbelzinnige scene: in de kantine van een ministerie lunchen Mühe en zijn baas aan een tafel waar ook enkele ondergeschikten zitten. Eentje wil een grap over Honecker vertellen, wordt dan door de angstige blikken van zijn collega's geattendeerd op de belangstelling van de twee Stasi's. Nee, nee, verzekert Mühe's baas, wij hebben óók gevoel voor humor, ga gerust je gang. De man doet het en vertelt zijn grap. Cut naar gezicht van Mühe's baas: dat is gaandweg helemaal verstrakt. Op officiële toon: Zo? Naam? Functie? Je begrijpt dat dit consequenties zal hebben? De man van de grap kan het eerst niet geloven, zijgt dan volkomen verslagen neer. Daarop barst Mühe's baas in aanstekelijk gelach uit: ik maakte maar een grap, je geloofde me toch niet? Je nam me toch niet letterlijk?

En de rol van Koch? Het eigenaardige is dat het handelen van deze 'positieve' held nader beschouwd iets verdachts aankleeft. Zo zien we hem uiteindelijk na de Wende bij een nieuwe enscenering (een kapitalistische! dus via opera en decor totaal geabstraheerd van de inhoud) van het stuk dat we ook aan het begin van de film zagen. Aan zijn zijde bevindt zich een knappe, jonge vriendin. Misschien kijkt hij wat weltschmerzig, maar hij is wel degelijk een succes! Eigenlijk is hij van dezelfde orde als de cynicus: een succesvolle adapter aan het systeem. Zijn naïviteit is oprecht, maar functioneert onbewust als precies die noodzakelijke distantie tot de werkelijkheid die maakt dat je ver zult komen. Je hoeft dan niet alles te zien.

Wat is nu de morele les van de gebeurtenissen? Onze sentimentele kijkgewoontes nemen voetstoots aan dat Mühe een in zijn emoties geremd, maar niet wezenlijk slecht mens is, die als het er op aankomt zijn 'hart kan laten spreken'. Maar Mühe is en blijft een gelovig Stasi. Kochs voorbeeld ontroert hem juist als een voorbeeld van integer communisme. Letterlijk genomen heeft Mühe nooit hoeven twijfelen aan de juistheid van zijn beslissingen: die waren altijd volgens de leer. En dus kan hij in morele zin ook niets hebben 'geleerd'.

Na de Wende slijt Mühe zijn dagen tamelijk troosteloos als postbode: een prehistorisch geworden DDR-subject zonder tehuis. Dat is een weinig happy end. Gelukkig mogen we via het karakter van Koch met een positiever gevoel de bioscoop verlaten. Zijn duik in de Stasi-archieven en zijn eigen verleden leidt tot hernieuwde creatieve inspiratie: hij verwerkt alles tot een roman. Die natuurlijk een enorm succes wordt. Die dan weer kan worden aangeschaft door de armlastige Mühe, aan wie het is opgedragen als zijnde een "goede Stasi".

Dit is ahw de moraal van het verhaal: morele handelingen blijven ook in een totalitaire staat mogelijk, zolang je maar een mens blijft.

Toch zit er een beetje vreemde bijsmaak aan dat slot. Waarom vermijdt Koch het eigenlijk Mühe direct aan te spreken? Waarom toont hij zijn dank indirect, via die opdracht? Niet toevallig lijkt hij daar zelf het meeste baat bij te hebben: zo wordt hij exclusief auteur van een roman met een interessant verhaal. Werkt goed in de media. In het verenigde Duitsland draait het ten slotte om symbolisch kapitaal. Esthetiek boven solidariteit. Beter je niet met de werkende handen van het proletariaat te afficheren.

300 imax erlebnis

Ik was nog nooit in Pathe Imax geweest.
Het leek me aardig daar deze film te zien, volgens de kritieken de meest 'virtuele', computerspel-achtige film ooit gemaakt. (Maar eigenlijk is dat net zo iets als Autechre op 180g vinyl draaien.)

Imax-kwaliteit, dat is één manier van Hollywood om zich van het populaire medium game te onderscheiden.
Een gigantisch dik (70mm) celluloid filmformaat geprojecteerd op een gigantisch groot doek onder de technisch best-mogelijke omstandigheden. Beeld en geluid kristalhelder. Er kwam apart een meisje het podium op om ons dat nog even mee te geven.
Waarvan acte. Toch werkt het wel. Je zit in een soort doos, gepamperd in high-technology. Het geluid is overweldigend -- al viel het volume me nog mee, misschien omdat het filmverhaal zich afspeelt in een primitief technologisch stadium (ze schieten met pijl en boog).
Eigenijk jammer dat er in Imax zelden een interessante film te zien is.

Hollywood vs games: mimetische rivaliteit. Dwz Hollywood differentieert zich enerzijds zoveel mogelijk van de concurrentie, maar probeert anderzijds ook zoveel mogelijk over te nemen wat het nieuwe medium doet.
Dus probeert men ook films te maken vanuit de game-esthetiek. Is 300 daar een goed voorbeeld van? Dat valt eigenlijk wat tegen. Het is natuurlijk een cartoon. De acteurs hebben niet meer in echte maar alleen nog maar in digitale omgevingen geacteerd. Het effect voor de kijker is overigens heel ouderwets: nl van acteurs die spelen voor geprojecteerde backdrops (of zelfs matte-painting).
Maar het opvallendste is toch wel dat er in de cameravoering zelfs bij de vechtscenes geen gesubjectiveerde point-of-view sequenties zijn. Het blijft itt games tamelijk theatraal. De toeschouwer weet te alle tijden waar hij zich tov de handeling bevindt.
Wat wel weer game-achtig is is de afwezigheid van interne focalisatie (alles loopt via de voice over). En de gevechtstechnieken zijn zoals in games weinig geindividualiseerd, beperkt tot opspringen en ronddraaien etc. (Men weet bv ook weinig te beginnen met de speciale 'schild-strategie' van de Spartanen).

De inhoud: eigenlijk is die behoorlijk interessant.
Historici in de krant die zich beklagen over onjuiste weergave snappen niets van populaire cultuur. Hier wordt geschiedenis opgevoerd als ... mythe.
Waar je wel even doorheen moet is die überplatte codering van de Perzen als de Ander, met werkelijk alle oriëntalismen denkbaar (Xerxes als transsexual arab asian alien).
Maar het gebrek aan p.c. is uiteindelijk wat deze film zo interessant maakt. Niet in de zin van fascistoïde Spartanen = USA.
Waar het hier echt om gaat is bruut lichamelijk geweld ontdaan van een normale ideologisch 'screen'.
Dat loslaten van zingeving lijkt af en toe ingebed in reactionaire elementen (lofzang op de 'professionele' militair als koude vechtmachine, het aloude anti-democratische cliché dat de politici thuis altijd het eigen leger verraden), maar momenteel is dat voor de Amerikaanse populaire cultuur warschijnlijk de enige optie.

Waar ik naar toe wil is dit: is niet het 'ideale' subject van deze film een Amerikaanse soldaat in Irak?
Bij deze film kan hij werkelijk zijn authentiek ressentiment tegen alle bullshit van Bush's oorlogspropaganda uitleven.
De film is plat, maar dat is de oorlog in Irak ook.
Vergelijk bv de onrealistische oorlogsscenes in 300 met wat welhaast de primal scene van New Hollywood genoemd mag worden: een Amerikaanse leger dat in WOII op Europese en Japanse stranden landt en daar onder allesverzengend mitrailleur-vuur aan zijn opmars begint (Saving Private Ryan, en de 'remake' in Iwo Jima).
Welke scenes zijn pretentieuzer?
Het gekke is dat er in 300 veel wordt gebruld in de trant van 'we fight for honour', 'we die for freedom' enz, maar dat er feitelijk buiten het vechten niets is. Dus ook geen heroïek.
Want dat is het bijzondere: de 'plot' van het historische Thermophylae is tamelijk masochistisch. 300 Spartanen die gaan sterven. Voorgeschreven fataliteit.
De film 300 is echter allesbehalve Wagneriaans. De Perzen overwinnen. Daar ligt de verdienste.

Misschien ten overvloede: je kunt er natuurlijk 'allegorisch' van alles in lezen. Dus ook: Guerilla oorlog tegen 'empire': de Irakezen als Spartanen versus de USA als Perzië.

Of misschien zijn voor die soldaat in Irak het 'vrije westen' en 'de islamitische hordes' wel allebei even exotisch!