Wat een onwaarschijnlijk goede sound. Hard en knetterend als in een electro-club. Hoe deden ze dat? De basgitaar speelde live de basisloopjes; verder had ik het idee dat er een back-up tape van de rest van de song-elementen werd gebruikt, die dan door de andere man met de apparatuur werd versterkt.
Iemand zou een kleine poëtica van de index-vinger in de techno moeten schrijven. Je ziet (bv ook bij Mouse on Mars live) iemand met de wijsvinger enorm op een of ander schuifje tikken en je hoort tegelijkertijd -in real time- hoe het geluid verhevigt, gaat knetteren en overstuurd raakt.
Erg mooie uitvoeringen van materiaal van The Needle Was Travelling. Dat klonk vaak werkelijk alsof (jaren 80) New Order in moderne technologie gereïncarneerd was.
Een van de eigenaardigheden aan Tarwaters werk op cd is dat het in mijn ervaring onduidelijk is of de muziek beter op koptelefoon of speakers klinkt. Het is heel open muziek waar je goed met een koptelefoon binnenin kunt gaan rondkijken. Maar ze suggereert ook body, popsongs met basgitaar, en dat wil je dan juist hard in je kamer spelen. Het blijft op een bepaalde manier ertussenin -- houdt ook iets schetsmatigs, onafs.
'Dwellers on the Threshold' zoals zij zichzelf zo mooi genoemd hebben.
De ruimte tussen song en ambient in.
[De nieuwe cd, Spider Smile, helt daarin overigens weer wat meer naar de ambient kant toe dan het song-gerichte The Needle Was Travelling.]
Hoe moeten we zo'n optreden nu inschatten? Een geluidservaring als van een ideale stereo?
Zijn de nummers van Tarwater een soort basismateriaal dat zich uitgedifferentieerd naar receptie-context verschillend laat uitbouwen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten