Ik kom nog even terug op dat moment aan het eind van de Wouter Bos Tapes docu-serie: Bos zegt dan dat er met een nederlaag misschien wel beter valt te regeren.
Een nu al klassiek moment in de recente parlementaire geschiedenis.
Maar waarom vraagt de interviewster hier eigenlijk niet door? Dat is onvergeeflijk.
Er is een vreemde trend gaande in de manier waarop men momenteel tv-portretten maakt. Het is so-wie-so emotie-tv, dus alles wordt 'getoond' zonder interpreterende kaders (bv een intelligente voice-over). Maar die emotionele aanpak begint nu ook de inhoud van interviews aan te tasten, de zinnen zelf. Wat gezegd wordt wordt als taalhandeling geëmotionaliseerd. Door ze in van die nadrukkelijke, veelbetekenende stiltes in te bedden.
De tijd van kritische interviews is voorbij. Het zíjn in feite ook helemaal geen interviews meer. Er vallen in het gesprek onophoudelijk gaten, de geïnterviewde wordt geacht zélf door te praten, via zijn eigen associaties. De vragen gaan niet in op wat er gezegd wordt; de interviewer denkt niet mee. De geïnterviewde is zo in de weinig benijdenswaardige situatie dat hij helemaal alleen is. Dat hij zijn eigen grapjes moet inkoppen, ahw nog over de interviewer heen.
Als de geïnterviewde door het gebrek aan feed-back dan eens iets geks zegt (of liever nog: iets dat controversieel klinkt), hoor je bij wijze van spreken de makers opspringen: ze hebben hun soundbite. Dan zoomt men wat in op het gezicht van de geïnterviewde. Vaak valt die even stil, enigszins geschrokken misschien door wat hij zich zojuist heeft laten ontvallen. De stilte wordt voelbaar. Na o zo lange seconden spreekt dan de interviewster vol invoeling dat totaal nietszeggende "ja....." uit, ...... waarna er weer een lange stilte volgt, ....... en misschien nog eens een "ja......." van de kant van de geïnterviewde. Wat valt er ook te zeggen bij de peilloze diepte van het universum? Daar zijn gewoon geen woorden voor. Laten wij aanbidden......
PS I: een geval apart is de nare interviewstijl van Felix Rottenberg. Eerst de hele tijd lomp interrumperen om dan aan het einde van de uitzending volslagen willekeurig die diepzinnige stilte-truc toe te passen. Als je er op let geeft het koddige resultaten: een met veel dramatiek ingeklede slotzin die thematisch voor het hele gesprek moet staan, maar vaak van het niveau is: o ja, dat wilde ik ook nog zeggen, toen jij me in de rede viel...
PS II: een geval apart is het constante "ja......" van Joris Luyendijk in Zomergasten. Een door die veelvuldigheid zeer gedifferentieerd gebruik, afhankelijk van de gast in kwestie. Bij Rinnooy Kan drukte het -onmachtig- een soort voorbehoud uit: een gevoel van twijfel aan de steekhoudendheid van het Rijnlandse model, waar Luyendijk argumentatief niets tegen in te brengen had. Bij Linda de Mol dan weer op de bovengenoemde manier. Door de lengte van het programma ging haar op een gegeven moment óók een lichtje op. Maar ze had gewoon echt niets te melden.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten