30.9.07

onttovering van de tour -- revisited

Ik had het natuurlijk helemaal mis. Doping was cruciaal.

Een broos evenwicht werd verstoord. Iedereen weet dat succes in sport uiteindelijk teruggaat op een vorm van ongelijkheid. De biologische ongelijkheid die we van onze afkomst hebben meegekregen. Wat mogelijk is voor een sporter hangt af van zijn lichaam; er zijn beperkingen waar zelfs Amerikaanse trainings-schema's niets aan kunnen verhelpen.

De vraag is nu: waarom kan sport bij het grote publiek zo aanslaan als het eigenlijk een vorm van ongelijkheid betreft? Omdat er concurrentie is tussen een paar kampioenen die bijna gelijkwaardig zijn. Juist hier, bij bijna gelijke kracht, treedt het kleinste inviduele verschil als een waarlijk individueel en tegelijk algemeen menselijke kwaliteit naar voren.

De kampioen kan in zijn prestatie karakter tonen, juist omdat hij niet meer gehinderd wordt door de lichamelijk/technische beperkingen waar het peloton knechten mee te maken heeft. Zijn prestatie is individueel, die van het peloton blijft collectief.

Iedereen weet dat wielrennen lichamelijk de zwaarste sport is, dat het in feite een onnatuurlijk zware sport is, en dat het lichaam dus aan technische programma's in welke vorm dan ook onderworpen zal worden om zo goed mogelijk te presteren.

Doping kan hier eigenlijk geen kwaad. Dat is echter aan één voorwaarde verbonden: doping kan geen kwaad zolang het niet de verdeling van de sport in toppers en peloton in de war gooit.

Het gevaar van doping is dat het democratiseert. Een knecht kan de tour winnen. En dat bederft ons plezier. Dan vindt er een totale ontwaarding plaat van ons begrip van individuele prestatie.

Zo verklaren we ook waarom Michael Boogerd nooit een tragische held kan worden.

De meeste sporten kennen een verdeling in een top-tien, top-twintig die alle grote prijzen pakt met daaronder een massa ploeteraars (Pareto's 80/20 ratio komt in gedachten). [Dat functioneert trouwens ook in cultureel opzicht goed: je kunt niet over 200 wielrenners interessante karakterschetsen schrijven, met 20 gaat dat een stuk beter.]

Michael Boogerd behoort tot de massa der ploeteraars. Hij heeft het knechtschap ook als de voor hem passende plaats in de natuurlijke rangorde aanvaard. Zelfs zijn vader geloofde niet dat hij nog eens een belangrijke cours zou pakken ('al zit hij natuurlijk wel altijd bij de voorsten').

Het merkwaardige van de Nederlandse media is nu dat ze net doen of Boogerd opeens wel tot die top-twintig behoort die de prijzen verdeelt, terwijl ze eigenlijk beter weten.

Zo ontstaat zoiets als dat tenenkrommende binnenhalen van Boogerd als tragische held. Zijn afscheid van de wielersport door Rasmussen de grond ingeboord. Allemaal lariekoek. Knechten kunnen geen helden zijn, ze zijn daarvoor niet geindividualiseerd genoeg: vandaar ook altijd die strategische 'domheid' van Boogerd in finales.

Iets anders werd ook steeds duidelijker: dat het leven van een knecht in de wielrennerij over rozen gaat. In feite verdienen die knechten een gigantisch salaris zonder veel prestatie-druk. Ze hoeven alleen maar de kampioenen naar voren toe te rijden. Maw er lijkt in de wielersport een te klein speelveld te zijn, waardoor de knechten nauwelijks enige opwaartse druk voelen van de concurrentie van beneden.

Daarom geloof ik Boogerd als hij op zijn blauwe ogen verklaart nooit doping te hebben gebruikt.

Geen opmerkingen: